Kippen: week 1

Donderdag was ik in Amsterdam en zocht ik Becks op. Ze vroeg hoe het ging met de 500 woorden per dag.
“Goed, maar ik ben dan ook pas vier dagen bezig.”

Ik moest ook toegeven dat het moeilijk loslaten is. “Ik wil eerst het hele verhaal op papier krijgen voordat ik me om stijl druk ga maken. Tegelijkertijd is stijl waarschijnlijk het enige dat me gaat redden.”

Bij het schrijven van gedichten sta ik mezelf ook toe om eerst ontzettende rotzooi te schrijven, maar meestal begint een gedicht al met die ene fantastische regel. Die regel hangt als anker tussen alle troep. En het proces is veel korter: deze week de eerste versie, volgende week oppoetsen. Er is sneller een eindproduct.

“Ik weet nog niet wat er allemaal gaat gebeuren, daarom moet dat verhaal eerst op papier.”
“Dat lijkt me goed.”
“En als je gaat sprinten moet je niet te vaak je veters willen strikken.”
“Die zin heb je er dan alvast aan over gehouden,” zei ze.

Ik vind het zelf maar een matige zin. Maar je moet iets.

kippenweek1

Kippen: het begin

Een tijdje terug mailde de fantastische Becks (mijn lievelingsredacteur) het volgende:

Grappig dat je die roman zo eng vindt, of proza überhaupt, terwijl je je de helft van de tijd zonder enige moeite in andere genres en kunstvormen lijkt te storten, ook als je dat niet eerder hebt gedaan. Podcasts, Oerolvoorstellingen… als dat allemaal niet eng is, waarom is een roman dat dan wel?

Na schering en inslag was ik de personages uit die bundel in uiteenlopende situaties gaan stoppen, gewoon om te kijken wat er dan met ze gebeurt. Dat dat misschien een roman zou kunnen worden, kwam niet in me op. Totdat ik op een boekpresentatie met Eva Meijer in gesprek raakte. Ik wist dat ze met een derde roman bezig was en ik vroeg hoe het daarmee ging. Ze zei: “Ik heb nu alle losse scènes uitgeprint en morgen ga ik die neerleggen om te kijken wat ik nog nodig heb om daar een roman van te maken.” Dat is althans hoe het in mijn hoofd zit. En ineens klikte er iets.

Ik stuurde een van de scènes naar Becks en sprak meteen mijn twijfels over de haalbaarheid daar een roman van te maken uit. Daarop mailde zij het bovenstaande terug.

Sindsdien grijp ik alle opdrachten/excuses aan (waaronder inderdaad een Oerolvoorstelling en een podcast) om maar niet verder te gaan dan die ene scène. Tot vorige week. Ik luisterde naar de Hybrid Writer’s Podcast van Niels ‘t Hooft en al dat (streng aan te raden) gepraat over romans werd me te veel: ik moest maar eens gewoon beginnen.

Ik dacht aan Natalie Goldberg, die in een van haar boeken schrijft over ‘schrijfdates’. Ze belt een bevriende schrijver op en spreekt een bepaalde tijd en plek af om samen te schrijven. Ze zegt ook: “Laat me niet weten of je komt, dan ga ik sowieso.” Gewoon op komen dagen is het halve werk.

Dus ik mailde Becks:

Het is dit: ik zit weer ontzettend uit te stellen. Ik heb geen letter meer aan die roman geschreven. Zojuist heb ik het bestand weer geopend en een timer op 20 minuten gezet, mijn aantekeningen naast het toetsenbord gelegd.

Er moet hier iets gebeuren.

En ik stel dan ook voor: een serieuze deadline. Ik weet dat we ooit iets over januari hadden gezegd, en vaag wat er dan zou komen, maar dat is niet haalbaar. Of er komt een stapel onzin. Maar ik wil dus serieus iets afspreken.

Ik denk: begin april. Een eerste versie. Als de stront dan de ventilator raakt kan ik altijd nog ergens een week verkassen naar iets waar ik in een uitputtingsslag 40 000 woorden schrijf. Of zo.

Eigenlijk hoef je ook helemaal niet op deze mail te reageren.

Maar ze mailde terug:

1 april

No joke! Vluchten kan niet meer! Zou niet weten hoe!

Je moet ergens beginnen.

kippen#1

Ondercast live!

Ik ben te vaak elders. De laatste tijd ben ik vooral bezig met het maken van een podcast. Dat jullie dat weten. En als je het niet gelooft, moet je zelf maar komen kijken…

Ondercast Live!

Op 27 september gaat ondercast live! Op uitnodiging van Poppodium Doornroosje maken we tijdens de Nijmeegse Kunstnacht een live podcast!. Met Jibbe Willems, Cees de Beer & Jeroentje, Martijn Brugman, Hanneke Hendrix en Rob Waumans. Vanaf 22.00 uur in Bibliotheek De Mariënburg.

Met Orgel Vreten op Oerol

Zoek de dichterIk ben nog steeds aan het bijkomen. Twee weken waren we op Terschelling om de voorstelling ‘en de ander’ te repeteren en 17 (!) keer te spelen. En bijna elke voorstelling was uitverkocht. Het was de eerste keer dat ik ook de teksten voor anderen schreef. De eerste keer dat ik zo intensief met een regisseur werkte. De eerste keer dat ik deels iemand anders speelde. En de eerste keer dat ik te weinig bundels mee had genomen om te verkopen.

Het was een fijn feest. Op onze speelvrije dag zijn we de studio ingedoken. In een extra aflevering van Ondercast is één van die opnames te beluisteren.

 

Foto: Nichon Glerum

Ongevraagd advies: Matt Ruff

DSC_0186

My father called me out.

I was twenty-six years old when I first came out of the lake, which puzzles some people, who wonder how I could have an age without having a past. But I get puzzled, too: most people I know can’t remember being born, and what’s more, it doesn’t bother them that they can’t remember. My good friend Julie Sivik once told me that her earliest memory was a scene from her second-birthday party, when she stood on a chair to blow out the candles on her cake. It’s all a blank before that, she said, but she didn’t seem upset by it, as if it were the most natural thing in the world to be missing two years of her life.

Set this house in order van Matt Ruff – in het Nederlands vertaald onder de jammerlijke en jammerlijk misleidende titel Verliefde zielen – gaat over Andy Gage en Penny Driver. Beiden hebben ze een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, al gaan ze er ieder op geheel andere wijze mee om. Waar in Andy’s hoofd een heel landschap bestaat en de persoonlijkheden elkaar kennen en het lichaam delen, kent Penny haar medebewoners niet:

She spent what was left of Saturday morning jittery and nervous, wanting badly to leave the apartment but unable to—every time she started to go out, she found herself turned around and coming back in again.

Het boek gaat over de ontmoeting tussen de twee en een soort van road trip die daaruit volgt.

Martijn Brugman zei ooit dat het probleem met Nederlandse romans was dat ze allemaal over een domineeszoon gaan die professor in de Letterkunde is. En dat niemand ooit zomaar gaat vliegen in een Nederlandse roman.

En daarom moet je Ruff lezen. Een van zijn andere boeken, Bad Monkeys, gaat bijvoorbeeld over een organisatie die het Kwaad bestrijdt. Nee, niet criminaliteit of slechte mensen: het Kwaad. Het is juist in zijn overdrijvingen en bizarre fantasiewerelden dat Ruff het menselijke blootlegt. Je raakt ervan overtuigd: we hebben eerder allemaal een meervoudige persoonlijkheidsstoornis dan dat we professor in de Letterkunde worden.