Bloem & Brand

bloemgedicht“Hoe is het eigenlijk met je gedicht over Bloem afgelopen?” vroeg Jorina me vanmiddag.
“O ja, dat.” De kaatste keer dat ik haar sprak had ik waarschijnlijk gelamenteerd over de de onmogelijkheid van die opdracht. Voor de uitreiking van de J.C. Bloemprijs werden alle genomineerden verzocht een gedicht geïnspireerd op Bloem te schrijven. Ik vond dat nogal pittig. Niet alleen stond de taal ver van de mijne, ook het sentiment en vooral de alomtegenwoordigheid van de dood (en het woord ‘dood’) maakten het moeilijk aanknopingspunten te vinden. Dat is geen waardeoordeel, dat is een observatie.

Maar hoe het daarmee was afgelopen weet ik: ik draag het gedicht regelmatig voor. Hoe het begonnen is, weet ik ook: bij het gedicht ‘Aanvaarding‘. Daarna gebeurde er van alles op een grote post-it en waren er een experiment met kittens, Peter te Bos en Thomas Acda.

Beter laat dan nooit: dit is dat gedicht, zoals ik het die middag voordroeg:

P.S.: Nog meer audio? De nieuwe ondercast is al een tijdje uit.
P.P.S.: Hieronder ook de tekst van het gedicht.

Lees verder

Kippen: Alleen de parachute is echt

1513784_10204234785766706_3150284084671605158_nEen maand of vijf geleden kondigde ik hier aan dat ik met een roman ging beginnen. Niet lang daarna werd ik gevraagd om uit te leggen hoe je dat doet, een roman schrijven. Op basis daarvan werd ik dan weer gevraagd door De Ruwe Gelderlander om mijn ’systeem’ in kaart te brengen (onder dit bericht). Nu word ik aangekondigd met ’Momenteel werkt hij benijdenswaardig gestructureerd aan zijn debuutroman.’

Terwijl de simpele waarheid is: ik heb geen enkel idee. Echt niet. Ik heb nog nooit een roman geschreven. Toen ik een halfjaar geleden besloot dat toch te doen, moest ik iets van een vangnet hebben. Enter het systeem. Ik wilde kijken of ik überhaupt 50.000 woorden kon schrijven. Ik had een gat tot begin april, dus ik rekende uit dat ik ongeveer 2.500 woorden per week moest schrijven. Zonder plan verder, gewoon schrijven.
Kippen (Bulk)Het is 1 april en die 50.000 woorden zijn er. Een roman nog niet. Er is een basis, maar om daar een roman van te maken moet er een nieuw systeem komen. En even een pauze.

Sorry. Ik heb nooit willen doen alsof ik het antwoord heb. Maar misschien is een antwoord geven genoeg. In Daily Rituals van Mason Currey zegt Nicholas Barker het volgende over routine:

What I’ve found with daily routines, is that the useful thing is to have one that feels new. It can almost be arbitrary. You know, you could say to yourself, ‘From now on, I’m only going to write on the back porch in flip flops starting at four o’clock in the afternoon.’ And if that feels novel and fresh, it will have a placebo effect and it will help you work. Maybe that’s not completely true. But there’s something to just the excitement of coming up with a slightly different routine. I find I have to do it for each book, have something different.

Alleen de parachute is echt. Dit was de parachute voor het afgelopen halfjaar:

sketchnotes-RuweGelderlander

Ondercast is jarig!

12

Het is zover: aflevering 12! Een jaar lang ondercast! In deze aflevering hoor je bijdragen van Nyk de VriesEnver HusicicJibbe WillemsRoos VlogmanJonathan GriffioenMaud VanhauwaertBroeder DielemanHanneke Hendrix en Rob Waumans.

Luister hieronder naar de verjaardagsaflevering.

Je kunt de aflevering ook downloaden of je abonneren via iTunes of Stitcher.

Oda Le Noble

OdaLeNobleGisteren werd bekend dat Oda le Noble is overleden. Oda was als ‘de tamboerijnvrouw’ onlosmakelijk verbonden met wat zij haar regiostad noemde: Nijmegen. Tijdens mijn stadsdichterschap sprak ik vaak met haar en ik wilde een gedicht over haar maken, haar routine, haar ideeën in kaart brengen. Omdat ik van elk gedicht destijds iets anders wilde maken, besloot ik dat het een strip moest worden. Joeri van Putten maakte de tekeningen.

Met de uitgave zou een presentatie gepaard gaan, maar Oda had daar haar eigen ideeën over. Die bleken, budgetair en logistiek, onmogelijk te realiseren. Ze bood me er geld voor, maar dat wilde ik niet aannemen. Uiteindelijk verscheen het gedicht dus ook niet. Oda zei: “Het krukje is ook helemaal verkeerd.”

Dat klopt. De tuinstoel is niet het krukje waar haar trommeltje met geld en die ene mandarijn altijd op lag. De rest is denk ik dicht bij de waarheid. Zonder presentatie, meer dan drie jaar na dato: de strip over Oda. Het is denk ik niet het precieze krukje dat we moeten onthouden.
Lees verder

Vallende zak

Een van de eerste dingen die ik voor de Wintertuin deed, was Harry en Willemien ter Balkt naar Groningen rijden. Daar promoveerde Piet Gerbrandy o.a. op het werk van Ter Balkt. In de huurauto mocht niet gerookt worden en dus stopten we om het tankstation zodat we konden roken. Ik maakte gebruik van mijn tijd met ze door de twee uit te horen. ‘Trouw nooit met een dichter,’ had Willemiens moeder gezegd. Ze had er geen seconde spijt van gehad. Toen we Groningen inreden stak Willemien toch een sigaret op in de auto. ‘Ik draai het raam wel open.’

Van de plechtigheid kreeg Harry weinig mee, zei hij. Toen een van de opponens Gerbrandy echter roemde om het feit dat hij ‘de onleesbare poëzie van Ter Balkt leesbaar heeft gemaakt’ klonk er ondanks dat een keiharde ‘klootzak’ door de zaal. Het was het enige wat Ter Balkt erover had te zeggen.

Op de terugweg stopten we weer om het tankstation. We zaten in het halfdonker op een bankje langs de snelweg. Harry moest naar de wc. Ik bood aan een stukje terug te rijden over de parkeerplaats, naar het tankstation. Dat was niet nodig. Hij liep naar een boom. Halverwege de terugweg naar het bankje viel hij. ‘Fuck,’ dacht ik, ‘nu heb ik het gedaan.’ Ik hielp hem naar het bankje en Harry zei: ‘Vallende zak. Hij valt hier, hij valt daar. Wat zullen we met hem doen?’ Niks aan de hand.

Vlak voor de Waalbrug zei hij min of meer uit het niets: ‘Die Pfeijffer heeft wel in één ding gelijk: poëzie is geen geneuzel.’

We zijn onze grootste dichter kwijt.

Vannacht is de dichter Harry ter Balkt overleden. Deze tekst is de basis van een In Memoriam dat ik voor ondercast maakte: