Zo

6 juli, 2009

Zo

Toen ik Austin Kleon een tijdje terug een paar vragen stelde, gaf hij aan dat hij weinig gedichten uit het economiekatern van de krant maakte:

I once made a joke that the business section makes for the worst poems, because that’s where the worst writing in the paper is.  Business writing is full of company names and abstract words like “acquisition”, “merger”, etc. Not to say that I haven’t made a poems from the business section (link). But I do prefer the Life or Arts section, because those both have more concrete nouns and verbs. They’re about people doing things: stealing a car, painting a picture, tearing down a house, etc.

Bovenstaand stiftgedicht komt uit het economiekatern van het NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag, over bezuinigingen van Minister Donner. Het bewijst maar weer eens hoe romantisch het economiekatern wel niet is.

Mr. Williams

4 juli, 2009

En toch komt er ergens iemand aan,
met niet meer dan een rugzak, een
halve fles drank en een deken, die
zegt: “Hier, ben ik vanavond.” Wie
weigert te geloven, heeft het niet
begrepen, want hier en vanavond,
is hij.

Hanneke schreef een stuk over Maarten, Eva en ondergetekende voor het Passionate Magazine van deze maand (nou eigenlijk voor twee maanden geleden, maar dat is een ander verhaal). Klik voor vergrotingen.

Passionate II juni 09-small_Page_1

Passionate II juni 09-small_Page_2

Danzig

23 juni, 2009

Hij heeft hier lang genoeg rondgelopen om te weten
dat elk huis een keuze en alles meer van hetzelfde is.

Het dagrooster kent niet veel meer dan een hoop
meningen (inkomend als uitgaand, uitsluitend
luidkeels) en het wisselen van bovenste been.
Soms hoort hij zijn moeder, maar veel vaker de TV.

Zijn geslachtsdeel is iets instrumenteels geworden
zoals koffie bij het ontbijt en sigaretten in gesprekken.
Zijn broeken hebben zakken en hij heeft altijd iets bij
zich, maar voornamelijk: autosleutels en verhalen.

Een man moet niet meer dan bij zijn dingen zijn.

Dit is een herschrijving van het gedicht De Aanlooptijd. Ik ben er nog niet helemaal over uit of het nu af is of niet, maar zoals dat gaat: alleen kom ik even niet verder. Uw commentaar is dan ook van harte welkom.

Foto’s: Vincent Zegveld

Sneakers

10 juni, 2009

Er zijn tijden dat we ons willen vastketenen
aan deze plek tot we weer in onze moedertaal
denken, al komt dat zelden voor. Meestal worden
we al richting straat wakker, onze kleren langs
het bed geplooid. De deur nog open van vannacht.

Onze sneakers zijn gemaakt voor korte afstanden
en toch trappen we er de stad mee plat, lopen we
om, om tegen een blikje te schoppen. Vooral bij
halve liters; altijd richting om het even welk
object. Onze ogen een tel vol opzet.

Er zijn dagen dat we een vaderfiguur in iedereen
zien en dan weer alleen in hem en ondanks alles.
Er zijn hier genoeg verhalen en op elke hoek
kun je eten. Onze voeten veren vol vertrouwen.

Wij zijn een soort pact, ik en dit meervoud en
ons lopen is alles wat we hebben.

Startkabels

7 juni, 2009

Print

Een paar keer per dag herhaalt hij het woord ’startkabels’, alsof het een mantra betreft. Er zijn steeds meer dingen die hij niet begrijpt. Hij staat vaker dan vroeger voor zijn magnetron te wachten. De missende wenkbrauw tekent hij ’s ochtends met potlood terug. Toen nog zijn vrouw vond precies de juiste kleur. Van ver, in het halfdonker of na verloop van tijd valt het verschil in textuur niemand meer op en alles ligt op loopafstand. In zijn stamkroeg zijn de grappen langzaamaan gaan liggen. Hij is nog de man in de hoek en hij begrijpt: zolang hij de man in de hoek is, zal hij ’s ochtends zijn wenkbrauw tekenen, op de magnetron wachten en blijft de auto afgedekt op straat staan.

Dit huis begint bij het tussen de voegen van de vloer
geveegde stof en even verder wacht de vaat.

Dit huis maakt dat we dingen willen doen
en nergens aan toe komen, dat we alsmaar
verder weg van hier moeten.

We onderhouden het met anekdotes:
citaten vinden hun weg door barsten
naar binnen onder kasten, de bank
en in de hoekjes. Onder het bed
houden we angstvallig schoon.

Geen kussen ligt hier lekker,
geen slaap vindt ongedraaid plaats.

Het vloerkleed zwijgt, zoals alleen vloerkleden dat doen.

Dit gedicht, dat al een triljoen compleet andere versies doorliep, las ik gisteren voor bij de Literaturjugend. In eerste instantie vond ik dat de eerste regel te veel allitereerde, dat het stuk over de vaat er misschien uit moest, of vervangen door afwas. Vicky stelde echter voor om ‘vuil’ door ’stof’ te vervangen, hetgeen geschiedde en waarvoor dank.

Vrouwen

29 mei, 2009

vrouwenDit stiftgedicht maakte ik tijdens de workshops bij Kunst in de Luwte. Het komt uit een artikel in het NRC Weekblad, over een onderzoek van Dick Swaab over moederliefde. Mijn stiften droogden steeds uit – misschien lag het aan het papier, misschien aan de zon – dat maakte in ieder geval het tekenen moeilijker. Niet dat ik nu een geweldige tekenaar ben, maar dat vrouwtje had wel beter gekund.

Voor een langzamere versie (lees: manueel doorklikken) klik hier.

Als ik op een Vlaamse snelweg rijd, voel ik me altijd een beetje alsof ik me door vijandelijk terrein beweeg. Misschien is het het rood/wit van de nummerplaten, die passen niet bij het zachtaardige volk. Nederlanders grappen altijd over hoe slecht de snelwegen in België zijn, en dat zijn ze ook, maar wat mij opviel: elke derde afslag draagt de naam van een biermerk. Belgen hebben gewoon andere prioriteiten, en tercht.

Een afslag die niet naar een biertje is vernoemd is de afslag naar Strijtem. Die heet namelijk gewoon ‘Heidestraat’ en valt het best te omschrijven als een ‘gepromoveerd fietspad’. Na nog een keer dwars op de weg al het verkeer tegengehouden te hebben (dit is overigens de plek waar ik mijn respect wil uiten voor de geduldige Belgen), vier keer een verkeerde straat in te rijden en de motor vier keer af te laten slaan (dit is overigens de plek waar ik moet zeggen dat ik normaal wel redelijk kan rijden), was ik dan eindelijk op het Strijtemplein te Strijtem: Kunst in de Luwte.

Lees de rest van dit onderwerp »