De kook (gymnastiekoefening voor de ziel)

Foto: Jack van Heugten voor Ugenda.

Afgelopen vrijdag trad ik op tijdens Het Wilde Oosten. Speciaal voor die gelegenheid nam ik wat nummers meet van het album waar ik momenteel aan werk (waarover later meer). Een week van tevoren hoorde ik dat er cellist Antonis Pratsinakis mee zou komen en ik stuurde hem de nummers. Naast de nummers van het album improviseerden we die middag ook nog een nummer op basis van een bestaande tekst. Hieronder een opname waarin ik een gênante fout maak. Wie als eerste weet welke fout ik bedoel (ik maak er vast meer, maar die gelden niet als juist antwoord) krijgt het zine dat die avond verspreid werd van me. Daarin staat ook de tekst van dit nummer, zonder die fout.

Ugenda noemde deze tekst in een recensie trouwens een ‘gymnastiekoefening voor de ziel’. Lees de hele recensie hier.

Ondercast & Opzij

Gedicht uit de Opzij

Tijdens Dit zijn de schrijvers, waar ik eerder al over schreef, droeg ik ook een gedicht voor dat uitsluitend bestond uit zinnen die ik uit de Opzij had geknipt. De voordracht daarvan is opgenomen in de nieuwste aflevering van Ondercast. Hier het fragment:

Voor de volledigheid hier ook nog de tekst.

Lees verder

Kippen: het menu

10275470_716942711698154_4205946198043639862_oDinsdag was ik te gast bij Dit zijn de schrijvers in Utrecht, een (zeer aan te raden) talkshow rondom jonge schrijvers in Het Huis Utrecht. Ik maakte deel uit van ‘de Het Huisband’. Dat betekent zoveel als: je krijgt een aantal opdrachten van Daan Windhorst die je dan voordraagt tussen andere programma-onderdelen door. Een van de opdrachten van Daan was:

Hoe schrijf je een roman? Je bent net met een goed plan verder gegaan met je roman, getuige je blog, en daar heb je een systeem voor bedacht en overlegd. Misschien zou je ons, veel te vroeg, alvast uit kunnen leggen hoe je dat doet, een roman schrijven?

Dit is wat ik ervan heb gemaakt.

Lees verder

Kippen: week 1

Donderdag was ik in Amsterdam en zocht ik Becks op. Ze vroeg hoe het ging met de 500 woorden per dag.
“Goed, maar ik ben dan ook pas vier dagen bezig.”

Ik moest ook toegeven dat het moeilijk loslaten is. “Ik wil eerst het hele verhaal op papier krijgen voordat ik me om stijl druk ga maken. Tegelijkertijd is stijl waarschijnlijk het enige dat me gaat redden.”

Bij het schrijven van gedichten sta ik mezelf ook toe om eerst ontzettende rotzooi te schrijven, maar meestal begint een gedicht al met die ene fantastische regel. Die regel hangt als anker tussen alle troep. En het proces is veel korter: deze week de eerste versie, volgende week oppoetsen. Er is sneller een eindproduct.

“Ik weet nog niet wat er allemaal gaat gebeuren, daarom moet dat verhaal eerst op papier.”
“Dat lijkt me goed.”
“En als je gaat sprinten moet je niet te vaak je veters willen strikken.”
“Die zin heb je er dan alvast aan over gehouden,” zei ze.

Ik vind het zelf maar een matige zin. Maar je moet iets.

kippenweek1

Kippen: het begin

Een tijdje terug mailde de fantastische Becks (mijn lievelingsredacteur) het volgende:

Grappig dat je die roman zo eng vindt, of proza überhaupt, terwijl je je de helft van de tijd zonder enige moeite in andere genres en kunstvormen lijkt te storten, ook als je dat niet eerder hebt gedaan. Podcasts, Oerolvoorstellingen… als dat allemaal niet eng is, waarom is een roman dat dan wel?

Na schering en inslag was ik de personages uit die bundel in uiteenlopende situaties gaan stoppen, gewoon om te kijken wat er dan met ze gebeurt. Dat dat misschien een roman zou kunnen worden, kwam niet in me op. Totdat ik op een boekpresentatie met Eva Meijer in gesprek raakte. Ik wist dat ze met een derde roman bezig was en ik vroeg hoe het daarmee ging. Ze zei: “Ik heb nu alle losse scènes uitgeprint en morgen ga ik die neerleggen om te kijken wat ik nog nodig heb om daar een roman van te maken.” Dat is althans hoe het in mijn hoofd zit. En ineens klikte er iets.

Ik stuurde een van de scènes naar Becks en sprak meteen mijn twijfels over de haalbaarheid daar een roman van te maken uit. Daarop mailde zij het bovenstaande terug.

Sindsdien grijp ik alle opdrachten/excuses aan (waaronder inderdaad een Oerolvoorstelling en een podcast) om maar niet verder te gaan dan die ene scène. Tot vorige week. Ik luisterde naar de Hybrid Writer’s Podcast van Niels ‘t Hooft en al dat (streng aan te raden) gepraat over romans werd me te veel: ik moest maar eens gewoon beginnen.

Ik dacht aan Natalie Goldberg, die in een van haar boeken schrijft over ‘schrijfdates’. Ze belt een bevriende schrijver op en spreekt een bepaalde tijd en plek af om samen te schrijven. Ze zegt ook: “Laat me niet weten of je komt, dan ga ik sowieso.” Gewoon op komen dagen is het halve werk.

Dus ik mailde Becks:

Het is dit: ik zit weer ontzettend uit te stellen. Ik heb geen letter meer aan die roman geschreven. Zojuist heb ik het bestand weer geopend en een timer op 20 minuten gezet, mijn aantekeningen naast het toetsenbord gelegd.

Er moet hier iets gebeuren.

En ik stel dan ook voor: een serieuze deadline. Ik weet dat we ooit iets over januari hadden gezegd, en vaag wat er dan zou komen, maar dat is niet haalbaar. Of er komt een stapel onzin. Maar ik wil dus serieus iets afspreken.

Ik denk: begin april. Een eerste versie. Als de stront dan de ventilator raakt kan ik altijd nog ergens een week verkassen naar iets waar ik in een uitputtingsslag 40 000 woorden schrijf. Of zo.

Eigenlijk hoef je ook helemaal niet op deze mail te reageren.

Maar ze mailde terug:

1 april

No joke! Vluchten kan niet meer! Zou niet weten hoe!

Je moet ergens beginnen.

kippen#1