
Ik heb mijn middelvinger opgestoken in mijn broekzak
Ze zetten een lamp op mijn gezicht en zeiden:
‘Dit zijn de regels.’
Ze zeiden: ‘Neem niets dan foto’s.’
Ik nam de huisraad, drie fietsen
en een portemonnee vol bankpasjes.
Ze zeiden: ‘Laat niets achter dan voetsporen.’
Ik liet visitekaartjes slingeren, deed mijn
behoefte op het tapijt en liet de kranen lopen.
Ze zeiden: ‘Dood niets dan de tijd.’
Ik vermoordde een jongen met een
frisbee. Ik leerde niets dan gooien.
En dat de dingen teruggroeien.
Dit gedicht schreef ik bij bovenstaand kunstwerk ter gelegengeid van Op de WC hangen natuurlijk ook nog dingen, gisteravond. We verkochten boekjes om het treinkaartje van Tim Pardijs te kunnen betalen. Dat lukte. Daarna werden zelfs de kosten gedekt. Het was een budgetneutrale avond. Met gratis bier.
De resterende exemplaren van de boekjes zijn volgende week bij de Poëziewinkel verkrijgbaar, Tweede Walstraat 83 in Nijmegen. Leuk! Voor op de WC bijvoorbeeld.
In ander nieuws: er komt een nieuw literair tijdschrift. Het gaat onregelmatig verschijnen. Het heeft de volgende poëtica: “We plaatsen alleen werk van mensen die we kennen.” En het tijdschrift gaat Kutgitaar heten. De eerste editie verschijnt. Een keer. Ergens.
Prettig weekend.

Reacties
Trackbacks/Pingbacks
Pingback: Broei | Kunstkauwen - 5 februari, 2011
Pingback: Met je kutgitaar… « De Nieuwe S - 1 juni, 2011