De Huisstijl

Ik ben doof aan de kant van mijn kamer; een trucje dat ik me heb aangeleerd. Eerst met een oor hard op het kussen gedrukt en een arm over het andere. Later zonder arm en opeens had ik het door. Het is een van die dingen die je niet kunt uitleggen.

Het grootste deel van de dag woon ik toch in supermarkten. Het duurde een tijd voordat ik het roulatiesysteem geperfectioneerd had, maar nu ben ik er trots op. Anna is mijn favoriete partner. Het is makkelijker met z’n tweeën, je kunt langer onopgemerkt blijven. Ze weet op welk moment we moeten doen alsof we ruzie hebben, zodat geen medewerker ons durft aan te spreken. Ze heeft een blik die zegt: ‘Ik ben ongesteld, ontslagen en meneer verwacht ook nog eens dat ik iets verzin om te eten’. Werkt elke keer. Haar ‘ik ben even de weg kwijt’-gezicht trekt alleen maar meer medewerkers aan.

Daarnaast is het gewoon de meeste lol met haar erbij. Zoals toen ze een wegwerpcamera uit de aanbiedingenbak gevist. We maakten foto’s van onze vakantie in Frankrijk, voor de rij met bakken vol gekleurde appels. Sneden op de broodafdeling een stokbrood aan en trokken een fles wijn open met een kurkentrekker uit de keukenafdeling. Het moment waarop ik besefte dat we ergens een grens hadden overschreden, was bij de pruiken van dropveters.

Al die tijd hebben we moeten wachten op de foto’s, want het was Anna’s idee om ze daar te laten ontwikkelen. ‘Dan krijgen we zo’n passend mapje bij. Helemaal in de huisstijl.’ Ons behang. De huisstijl is het nieuwe zwart.

We hebben ook wel eens warenhuizen en kledingwinkels geprobeerd, maar het is te veel. Niet alleen verschillen ze te veel van elkaar; ze zijn te ongedurig. Het zijn seizoenswinkels. Je kunt er niet goed en wel thuis zijn of het is alweer uitverkoop. Er schijnen mensen te zijn die het met winkelcentra hebben, maar dat is al helemaal onbegonnen werk. Alles met paskamers is veel te warm.

Vandaag konden we eindelijk weer terug. Met die dropveters hadden we een soort van huisverbod, maar dat leek nu verstreken. Vorige maand probeerde Anna voor het eerst alleen binnen te komen. ‘Ze merken niks’. Ze probeerde het twee weken regelmatiger. Daarna ik ook. En vorig weekend nog vlak achter elkaar. Twee keer per dag. De laatste keer stond ik al bij de zuivel terwijl zij nog moest afrekenen. Ze hadden het alweer vergeten.

Het zijn toch vooral de kwaliteitssupermarkten die ons iets doen. Het is niet zozeer de gratis koffie of de plakjes kaas, de demonstraties van nieuwe pannen; het is het constante bijvullen. Dat heeft iets rustgevends. De volle diepvriezen, met hier en daar beslagen deuren, de lange gangen met alles vakken tot aan de rand gevuld. De lange gangen zijn Anna’s favoriet. ‘Als je je handen uitstrekt en ik knijp met mijn ogen lijkt het net alsof je vleugels hebt.’ Ze laat het me elke keer doen en wil weten of ik ook bij haar vleugels zie.

‘Jammer dat zo’n camera niet met z’n lens kan knijpen.’ Ze haalde een blikje tomatenpuree onder uit een rek. Haar favoriet: klein en schattig, goedkoop, gezond en nooit eens in een nieuwe verpakking. Een goedgekozen ankerpunt.

We hadden de foto’s al drie keer op kunnen halen, maar ze zat het expres uit te stellen.

‘Je wil toch niet meteen weg?’, zei ze en pakte nog een blikje. ‘De foto’s liggen bij de servicekassa. Denk je niet dat we op zijn minst nog iets anders kunnen afrekenen?’ Even was daar die kwade blik, maar meteen daarna alweer de verloren ogen. En dan ik: ‘Dat is wel zo netjes ja.’
‘Oké dan. Waar lag het garen ook alweer?.’
‘Garen?’
‘Ik kan toch garen nodig hebben?’
Ze was het uit aan het stellen. ‘En een schaartje, maar dat zal wel bij elkaar liggen toch?’

Ze wrikte de blikjes met de schaar open en dumpte de puree in het reservoir van de koffiemachine. Een en ander leidde tot de meest waardeloze bliktelefoon die de wereld ooit gezien heeft. Met het langste touw en de kleinste blikjes.
‘Kom maar weer mee naar kantoor.’

Even dacht ik dat het ding werkte, maar de stem kwam van achter mij en was onmiskenbaar de manager die ons ook met de dropveters te pakken had. Aan de andere kant van het touw Anna, verstopt achter de appels.

Er was een tijd dat het geluid op mijn kamer het ergste was. Dat was voordat ik had geleerd om doof te zijn. Nu ben ik het zelf.

We zullen iemand anders moeten sturen voor de foto’s.

*

Foto: Abrahami, gevonden via Earth Friendly Gardening.

Advertenties

12 thoughts on “De Huisstijl

  1. “Het moment waarop ik besefte dat we ergens een grens hadden overschreden, was bij de pruiken van dropveters.”
    mooi zo

  2. Woe! Wat een verhaal Dennis! En wat een superb begin alleen al!

    Enige kritische noot: je moet ‘m nog eens overkijken op typfouten. En misschien is het interessant om de ik-figuur iets meer body te geven, iets meer achtergrond. Het is nu heel veel Anna.

  3. Je hebt gelijk dat het meer is dan in de vorige verhalen. Mijn opmerking was ook meer bedoeld voor de vorigen. Toch mag het wat explicieter ofzo.

    Klein dingetje:
    ‘Met die dropveters hadden we een soort van huisverbod, maar dat leek nu verstreken’.
    Zou ik van maken:
    ‘Na die dropveters..’

  4. Ik was me overigens al een week aan het afvragen hoe nu die Olympische sport Apekooien in mijn kindertijd heette. En nu, plots, kom ik erop; ‘Tikker in het oerwoud’. Een prachtige thema. Dat wou ik even kwijt, als Belg.

  5. Levert toch een minder mooi werkwoord op, hoewel het ontegenzeggelijk een betere beschrijving van de sport is. Maar als ik het goed begrijp mogen we dus ook weer kopij van jou verwelkomen? (Zo nu het nog kan.)

  6. Pingback: De Nieuwe S

  7. Pingback: Go Short Stories! « De Nieuwe S

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s