Zwoele zomeravonden, late nachten

Gisteren had ik twee optredens. Het eerste was in wat waarschijnlijk Neerlands Mooiste Museum is: het Kröller Müller. Elke zomer stelt het museum haar zalen en het grote park eromheen open voor performances van aller aard, onder de noemer ‘Zwoele Zomeravonden‘. De Wintertuin levert daar al een tijdje een bijdrage aan. Zo stonden Lucky Fonz III, Vicky Francken, Tsead Bruinja, Eefje Wentelteefje en nog veel meer bijzondere artiesten dit jaar in het Park Hoge Veluwe te oreren, schreeuwen en ontroeren.

Na gisteren sta ik ook in dat lijstje. Ik was onderdeel van de productie Talkpoeder. In wisselende bezetting reageren muzikanten en dichters op elkaar in een soort van semi-improvisatie. Gisteren bestond de pool uit F. Starik, Jaap van Keulen, Haico van Dijk en ondergetekende. Mijn lief maakte foto’s.

Haico danste break, Starik zocht de dunne grens tussen theater en literatuur op (en overschreed die hier en daar), ik probeerde de vierde muur bij elke mogelijke gelegenheid aan diggelen te slaan en Jaap legde er vette beats en samples onder. Het was een bonte doch mooie stoet. Vooral Jaaps omlijsting bij Het is druk hier en Satellieten wierpen een heel nieuw licht op die teksten en vooral hoe ze voor te dragen zijn. Ik was gelukkig…

…en stapte meteen in de auto om terug naar Nijmegen te gaan. Daar was die avond in de Lindenberg een opvoering van Rilke’s Kornet. Na afloop was er een Late Night Show waarin Starik, Tsead Bruinja en Paul Sars onder leiding van Rick de Leeuw met elkaar in gesprek gingen over Rilke, en de Kornet. Ik was gevraagd om een bewerking van de Kornet te schrijven en mocht die na afloop van het gesprek voordragen.

Het is moeilijk zo’n bewerking. Naar mijn idee moet het iets heel eigens worden, zonder dat de brontekst onzichtbaar wordt. Vijf versies doorliep het geheel. De laaste was in de nacht van vrijdag op zaterdag klaar en leek op geen van de eerdere versies. Ik was er bang voor, maar het viel goed. Rick de Leeuw heeft me tot drie keer toe verteld hoe mooi hij het vond. Het was een mooie dag gisteren. Vandaag doe ik niks. Hieronder mijn bewerking van de Kornet.

De Fakkeldrager

Ik kende zijn echte naam niet, maar wat hij deed was onze weekenden voorbereiden. Wat als een uit de hand gelopen feest in onze eigen stad begon, is nu een kruistocht geworden. Elk weekend trekken we naar andere steden. De concurrentie is moordend. Op sommige avonden is het moeilijk verschil te zien tussen bloed en wijn. Iedereen wil de toplocatie en een goede scout is onmisbaar. De onze noemen we ‘fakkeldrager’. Een naam die de taak betaamt.

Hij vertrok altijd op donderdag. Een stad in, om het even welke stad. ‘Je moet kijken waar de belhuizen zitten, de discountsupers en de dumpzaken.’, zei hij. Dat het van daaruit korte lijntjes zijn, iemand weet altijd een pand ergens. ‘Iemand kent iemand wiens huis wordt gesloopt, de fabriek waar die en die dertig jaar werkte is gesloten en verkast naar India. Dat soort dingen.’ Dan is het een kwestie van ‘inspectie’ en ‘organisatie’. Als hij praatte, hield hij ervan dat soort woorden te gebruiken. Ze maken het makkelijker. Praatte graag over ‘een traditie.’ Vertelde dat wat wij deden, al in Babylon gebeurde. Hij overdreef graag.

Wij feesten in skeletten van gebouwen. Half gesloopt of met een te laag budget begonnen. Hoe wij feesten is hard en met een hoop dingen die kapot gaan. Onze lippen zijn gemaakt om te vloeken. ‘In het begin wilden de kranten er nog wel eens over schrijven, toen er nog iets nieuws aanzat. Ik weet niet wanneer ze ermee ophielden, maar opeens waren we uit het nieuws. Er was ook minder politie.’ Volgens hem was toen het gedonder begonnen.

Hij praatte weinig en als hij iets zei deed hij meteen een stap achteruit. Ik weet niet of hij de woorden ruimte wilde geven of er zelf voor terugdeinsde. Er leek altijd iets in zijn hoofd te zitten dat groter was dan hijzelf. Ik kon het niet opbrengen hem ernaar te vragen.

Het was alsof hij thuis iets moest bewijzen ofwel van huis uit moest bewijzen. Misschien wordt je zo geboren. Dat zich altijd iets in je ogen weerspiegelt, dat er altijd iets is wat overwonnen moet worden en je niet weet of het voor of achter je netvlies zit.

‘Dit alles zit ergens op de grens tussen leven en overleven.’, zei hij en deed weer een stap achteruit. ‘En vroeg of laat, sta jij hier.’

Het is de laatste jaren een ruwer spel geworden. In het begin was het iets voor een select gezelschap, maar al snel wisten de hosselaars ons te vinden, daarna de runners en uiteindelijk de dealers zelf. Het is altijd maar afwachten of we ze een weekend kunnen weren. Het had allemaal te maken met dat het niet meer in de krant kwam, volgens hem.

Hij was een romanticus. Schreef brieven naar zijn moeder en rookte bij gelegenheid sigaar. Bij alle gelegenheden. Stopte er altijd twee in mijn rugzak met een stukje papier waar op stond: ‘Sigaren moet je leren roken. Vooral jij.’ Andere keren zei hij dat ik moest leren brieven schrijven, voor mijn moeder. Als ik dan zei dat ik mijn moeder niet meer sprak, zei hij: ‘Dat weet ik.’

Hij leerde me hoe het werkte. ‘Een prepaid telefoon. Elke week een nieuwe, niks bijzonders want je gaat alleen de voicemail gebruiken.’ Het nummer schrijf met blauwe stift op geel stickerpapier. Dat plak je op het bord met vertrektijden op centraal station. Over de vroegste stoptrein die uit die stad vertrekt op weekdagen, daar kijkt niemand naar. Je geeft op de voicemail nooit het adres, altijd alleen de routebeschrijving vanaf centraal. ‘En dat ze niet allemaal ineens moeten komen, anders is het zo voorbij.’

Twee minuut 42 duurde het, voordat iemand hem geblust had. Wie dat klokt is mij een raadsel, maar zo staat het in de krant. Er staat een naam bij, een echte. ‘Man steekt zich in brand op dak illegaal feest’ Er wordt gesproken van een uit de hand gelopen feest en drugsdealers. Waarschijnlijk een drugsdode. En er staat dat er vanmiddag een spoeddebat is.

Dit is hoe het moet voelen als de storm thuiskomt.

Mijn eerste brief: ‘Mam, het gaat goed met me. Wees trots: ik ben de fakkeldrager.’

Advertenties

4 thoughts on “Zwoele zomeravonden, late nachten

  1. Merci, Maarten, ik doe mijn best. Mennes heb ik nog niet gelezen, maar staat hoog op mijn lijstje. Eerst moet ik nog door een stapel Duitse auteurs heen voor het Wintertuinfestival en dan ga ik Mennes eens uit een winkel plukken. Ik ben er erg benieuwd naar.

  2. Sterk stuk! Knap hoe sterk dit verbonden is met de Anna-verhalen en (klaarblijkelijk, want ik heb het niet gelezen) met Rilke´s Kornet. De andere versies moet je niet definitief gaan weggooien he, want misschien kun je daar nog wat mee.

    Wel een pittige tekst om voor te dragen (voor de luisteraar), met dat schimmige erin, of lijkt dat maar zo?

    Dit vond ik erg mooi:
    Hoe wij feesten is hard en met een hoop dingen die kapot gaan.

  3. Wat denken wij gelijk. Maar het werkte wel, met analyses en al. De kornet zit er wel in. Die zin (die jij zo mooi vindt) komt uit een heel vroeg OAOA-stuk, dat maar niet wilde lukken. Min of meer door geforceerd te worden deze opdracht te doen is het toch opeens af. Maf, die ene zin en dat van die skeletten is wat het overleefd heeft van 5 A4 of zo.

    Namaste.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s