Uit Mijn Scriptie #2: Paratekst, een definitie

Vorige keer berichtte ik over Gérard Genette en waar die man vandaan komt, wat hij wil, wie hij zoal verwerkt heeft en wat hij zoal gedaan heeft in zijn imposante carrière. Deze keer een korte schets van wat de parateksttheorie inhoudt. Volgende keer: het luisterboek de hyperlink.

Paratekst, een definitie

Een literair werk bestaat bij Genette uit twee elementen: de eigenlijke tekst enerzijds en de paratekst anderzijds. De paratekst is de verbinding tussen de tekst en zijn lezers of nog breder: het publiek. Parateksten zijn middelen en conventies zowel binnen als buiten het boek die de mediator vormen tussen boek, auteur, uitgever en lezer. Ze vormen onderdeel van de publieke en private geschiedenis van een literair werk.


Een tekst komt zelden onversierd in de publieke ruimte. Bijna altijd gaat een tekst vergezeld van een titel, een auteursnaam, tussentitels, maar ook: een omslag, bindwijze, papiersoort. Of al deze aspecten deel uitmaken van de tekst is niet altijd te zeggen, maar ze helpen wel de tekst te presenteren. Ze maken de tekst ‘present’ in de publieke ruimte: de tekst wordt ontvankelijk voor receptie. Al deze elementen zijn parateksten, die een tekst in staat stellen om een boek of literair werk te zijn en zo aangeboden te worden aan het publiek.  De paratekst staat altijd in dienst van een betere lezing – dat wil zeggen: conform auteurs- en uitgeversintentie – van de eigenlijke tekst.

Peritekst en epitekst

Parateksten zijn dus die elementen die aan een tekst verbonden zijn, zoals titel, auteursnaam, tussentitels en bijvoorbeeld interviews, die mede onze lezing van de tekst bepalen. Genette deelt parateksten op in twee categorieën: peritekst en epitekst.

Periteksten zijn die paratekstuele elementen die zich in de onmiddellijke omgeving van de tekst bevinden. Het gaat hierbij om het omslag, de titel, auteursnaam, registers, inhoudsopgaven, voorwoord, maar ook het gebruikte lettertype, de papiersoort, formaat, etcetera. Deze elementen zitten, met andere woorden, ‘vast’ aan de tekst waarvan ze in dienst staan.  Dit wil overigens niet zeggen dat ze bij elke editie hetzelfde zijn: een boek kan bijvoorbeeld eerst zonder voorwoord in een paperback verschijnen en later met een voorwoord in hardcover. Het verschil tussen peri- en epitekst is dus geen temporeel verschil, maar een verschil in plek.

Epiteksten zijn elementen die verder verwijderd van de tekst zijn. We kunnen hierbij denken aan aanbiedingsteksten van de uitgever, aan interviews, maar ook aan de (postuum) uitgegeven privé-correspondenties van de auteur of dagboekaantekeningen. De epitekst is vaker wel dan niet onze eerste introductie tot een boek: we lezen een recensie of een interview en zo weten we überhaupt van het bestaan van het boek af.

De terugkeer van de auteur?

Er zijn in deze theorie – hoe summier hier ook geschetst – duidelijk structuralistische tendensen: een tekst verhoudt zich tot publiek, lezer, uitgever. Deze relaties komen onder andere tot stand door middel van verschillende vormen van paratekst. Een literair werk is niet terug te brengen tot de tekst alleen, maar dat hij altijd in relatie staat tot andere teksten, het discours buiten teksten en verschillende instanties.

Opvallend is echter dat Genette een prominente rol toekent aan de auteur in zijn verhandeling over parateksten. Volgens Genette kunnen we namelijk pas iets als ‘paratekst’ bestempelen als het met (al dan niet expliciete) instemming van de auteur tot stand komt. De mate waarin deze instemming er is kan variëren.   Genette geeft toe dat een hoop keuzes aan de uitgever of (in het geval van een auteur die het ondermaanse al ingeruild heeft) nabestaanden worden overgelaten, zoals papierkeuze en lettertype of het toevoegen van in eerdere edities geschrapte passages, maar gaat er toch vanuit dat de auteur de verantwoordelijkheid hiervoor op zich neemt.

Dit leidt onvermijdelijk tot het beeld dat de inzet van parateksten georkestreerd wordt door de auteur zelf, met hulp van zijn ‘associates’: uitgever en directe omgeving. Dit is een vreemde terugkeer van de auteur als autoriteit van een tekst. Men zou kunnen argumenteren dat Genette hiermee alleen de grens van zijn onderzoek wil aangeven: door zich te concentreren op de door de auteur geautoriseerde paratekst kan hij zijn onderzoeksgebied afbakenen.  Zo’n beperking staat echter op gespannen voet met wat Genette probeert te doen. Zijn studie is – zoals een structuralistische studie betaamt – een synchronische, en geen diachronische. Hij wil geen geschiedenis van de paratekst geven, maar een ‘general picture’.   Zo’n ‘general picture’ zou toch op zijn minst een goede doorsnede van het onderwerp moeten geven zonder vooraf beperkingen te geven. Als er inderdaad paratekst van andere instanties afkomstig kan zijn, lijkt het me arbitrair om de grens rond de auteur en uitgeverij te trekken.

Ten tijde van het schrijven van zijn boek (Seuils werd gepubliceerd in 1987) lag de autoriteit en verantwoordelijkheid inzake paratekst inderdaad voornamelijk bij uitgever en auteur. De opkomst van digitale technologieën – met name internet – heeft de machtsverhoudingen echter doen verschuiven. In de loop van deze scriptie wil ik dan ook aantonen dat de mate waarin auteur en uitgever de inzet van paratekst in de hand hebben, aan het veranderen is. Hiermee wordt meteen een kritiek gegeven op de zo vreemd aandoende beperking tot paratekst van auteur en uitgever bij Genette.

9 thoughts on “Uit Mijn Scriptie #2: Paratekst, een definitie

  1. Gij ben een goeie uitlegger, Gaens! Ge zou wetenschapper kunnen worden. Zeer helder geformuleerd.
    Nadeel van dit stuk is dat het allemaal vrij algemeen blijft en dat juist je stellingname niet uitgebreid aan bod komt. Wat ik nog zou verlangen zijn voorbeelden.
    Ik vond trouwens ook een foutje in de tekst. Daarmee kom ik tot de vraag: is dit rechtstreeks uit je scriptie, of een weblog-geautoriseerd stukje?

    Peritekst is trouwens een mooi woord. Peristaltisch.

  2. Dit is aangepast, een beetje, maar voor de rest afkomstig uit de eerste versie (die nog inderdaad hier en daar fouten kan bevatten: ik lees het niet al te graag nu al dertig keer over). De stellingname komt nog wel, ik vond het een beetje stom een inleiding hier online te zetten. Wellicht had ik dat moeten doen.

    De kritiek op het autoriteitsbeginsel is overigens deel van de stellingname.

    Ik zal werken aan voorbeelden. Volgende keer sowieso al meer: dan is het ‘theoriegedeelte’ verlaten en gaan we naar de hypertekst, het e-book, het luisterboek, weblog, fanfiction en nog veel moois. Met voorbeelden.

  3. Pingback: Uit Mijn Scriptie #3: Een nieuwe paratekst? De hyperlink « De Nieuwe S

  4. Goed, helder stukje inderdaad. Ik vind het juist wel prettig dat het een beetje algemeen blijft en je het dan zo mooi laat overvloeien in je daadwerkelijke onderwerp: parateksten in het digitale tijdperk. Zo begin je mooi bij iets herkenbaars (interviews, de kaft, voorwoord, etc.) en breng je het langzaam over tot een wat uitdagender en nieuwer onderwerp.

  5. Pingback: Ongevraagd Advies #13 Teksteditie in een digitaal tijdperk | KRAAI

  6. Pingback: Ongevraagd Advies #13: Waar romantici en nerds met elkaar dansen « De Nieuwe S

  7. Pingback: Ongevraagd Advies #13: Teksteditie in een digitaal tijdperk | Villanella

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s