Uit Mijn Scriptie #3: Een nieuwe paratekst? De hyperlink

Vorige keer besprak ik in deze rubriek de definitie van ‘paratekst’ en het verschil tussen peritekst en epitekst. In mijn scriptie was daarmee weliswaar het literatuuronderzoek nog niet ten einde, maar ik wil u een hoop drogere stukken besparen. Mijn idee was van begin af aan om op dit weblog slechts een selectie te maken en de stukken licht te herzien. Dit keer een stuk uit het hoofdstuk over digitale technologieën en peritekst. Dit keer: de hyperlink. Volgende keer (dan toch echt) het luisterboek.

Hypertekst

Het fenomeen hyperlink – ook wel ‘weblink’ of gewoon ‘link’ –  is op het internet niet meer weg te denken. Het is de techniek waar het internet mee valt of staat, want webpagina’s zijn alleen toegankelijk via deze vorm van tekst. Gewone, gedrukte tekst bestaat enkel uit schrifttekens, die in een lineaire wijze op papier gezet zijn en wellicht hier en daar verrijkt worden door een illustratie. Webpagina’s kennen dit lineaire systeem ook, maar de tekst en plaatjes zijn daarnaast aanklikbaar. De plaatjes kunnen worden uitvergroot en de tekstlinks leiden naar andere pagina’s met nog meer links en informatie.  Zo klikken we ons dagelijks een weg door het web.

Volgens Genette – in navolging van J. Hillis Miller – impliceert het voorvoegsel ‘para’ tegelijkertijd afstand en nabijheid, gelijkheid en verschil, een binnen en een buiten, iets aan de ene kant van de grens en aan de andere. Sterker nog, het wijst niet alleen erop op dat iets zich aan weerszijden van de grens bevindt; het zegt ook dat datgene de grens zelf is. Iets wat ‘para’ is, verbindt het binnen met het buiten, het scheidt en verbindt de twee tegelijkertijd.  Bijgevolg komen deze eigenschappen ook aan de paratekst toe.
De hypertekst dan, past precies in deze definitie. Wanneer je op een link klikt, verlaat je de tekst en treed je naar iets buiten de tekst. In die zin markeert de hyperlink een grens. De hele essentie van een link is het verbinden van het ene document met het andere, terwijl hij tegelijkertijd deel uitmaakt van de tekst zelf.

Ook in e-books wordt hypertekst gebruikt. Allereerst om te linken naar passages in het boek zelf (in bijvoorbeeld een inhoudsopgave of register) of naar voetnoten. Voetnoten zelf kunnen weer (opgemaakt als link) verwijzen naar een literatuurlijst of naar een webpagina (over een boek). Ook kunnen links plaatjes oproepen uit het document zelf. Deze plaatjes kunnen in de tekst staan en door erop te klikken vergroot worden, maar ze kunnen ook onder een tekstlink verstopt zitten. Op deze manieren kan de tekst toegankelijker gemaakt worden en er tegelijkertijd een verdieping aangeboden worden.

Interessant is dat de hyperlink ook een verbinding kan vormen tussen de peritekst en de epitekst. Een link binnen een document kan leiden naar een auteurswebsite of een wikipedia-pagina. Op die manier verwijst een peritekstueel element naar een epitekstueel element. Een interessant experiment was in dat opzicht De man met de hoed van Pauline van de Ven. Dit tweeluik bestond naast een reguliere roman uit een ‘hyperroman’:

Een hyperroman is een digitaal literair werk, bestaande uit een leeslaag en een of meer onderliggende multimedia-lagen. In de leeslaag kan de lezer zich verdiepen in het verhaal zonder te worden afgeleid door beeld en geluid. De leesbeleving kan naar wens worden verdiept met beeld, geluid en tekst door naar een onderliggende laag te klikken. Lezers kunnen materiaal bijdragen dat aansluit bij de tekst.

Hier is de functie van de hyperlink is hier dus ook een ‘verdiepende’. Tegelijkertijd worden lezers actief betrokken bij de aanleg van die verdieping. Jammer is dat het project niet heel erg geslaagd is. Dat ligt er deels zeker aan dat de tijd er nog niet rijp voor was. Om een bijdrage te leveren, moesten lezers mailen. Met zo’n opzet moet een beheerder de bijdragen beoordelen en doorvoeren. Met een wikipedia-achtige opzet, waarin direct kan worden bijgedragen (met eventuele restricties en discussies over de bijdragen) had het misschien wel gewerkt.
Een recenter experiment met de hyperlink dat veel aandacht in de poëziewereld kreeg is The Apostrophe Engine:

The home page of the Apostrophe Engine site presents the full text of a poem called “apostrophe,” written by Bill [Kennedy] in 1993. In this digital version of the poem, each line is now a hyperlink.

When a reader/writer clicks on a line, it is submitted to a search engine, which then returns a list of Web pages, as in any search. The Apostrophe Engine then spawns five virtual robots that work their way through the list, collecting phrases beginning with “you are” and ending in a period. The robots stop after collecting a set number of phrases or working through a limited number of pages, whichever happens first.

Next, the Apostrophe Engine records and spruces up the phrases that the robots have collected, stripping away most HTML tags and other anomalies, then compiles the results and presents them as a new poem, with the original line as its title … and each new line as another hyperlink. [Link]

Een gedicht dus dat door middel van een algoritme andere gedichten genereert, die op hun beurt weer andere gedichten genereren. Het gedicht is zo groot als het web zelf en verandert ook met dat web mee. De interpretatie en receptie veranderen dus ook dagelijks. Dit sterk op flarf-gedichten geënte project betrekt ook de lezer actief bij het werk: hij is het immers die klikt op de teksten.

Dat laatste is volgens Vinzenz Heidiger de essentie van de hyperlink als paratekst:

Anders als bei gedruckten Dokumenten schaffen sich Leser oder Betrachter von Hypertextdokumenten, wenn auch im Rahmen von anbieterspezifischen Vorbahnungen, den Gegenstand ihrer Rezeption letzlich  selber.

Hierin vindt hij ook een voorbeeld waar de autoriteit van de auteur toch op zijn minst wordt afgezwakt.  Daarnaast spreekt hij van de ‘hypertekstualisering’ van traditionele paratekstvormen. Deze gaan op een andere manier werken. Waar een reclame en een voetnoot vroeger slechts een verbinding met een andere tekst impliceerde, vormen ze de verbinding nu zelf. Wat eerst alleen in het hoofd van de lezer moest gebeuren, heeft nu een objectief correlaat: de link.

De hypertekst is daarmee een paratekst bij uitstek. Daarbij lijken zijn mogelijkheden nog lang niet uitgeput. Niet alleen is de link een paratekst, hij benadrukt de relatie met andere parateksten ook nog eens. De paratekstuele functie van de verwijzing is objectief – zij het digitaal – geworden. Hij kan een verdiepende, (lezers)activerende, verhelderende, sturende en zelfs betekenisveranderende functie hebben en, belangrijker nog, kan de lezer betrekken bij het gebruik en de totstandkoming van paratekst.

Literatuur: Vinzenz Hediger, ‘Trailer online’ in: Kreimeier, Klaus & Stanitzek [red.], Paratexte in Literatur, Film, Fernsehen, Berlijn: Akademie Verlag, 2004.

Advertenties

4 thoughts on “Uit Mijn Scriptie #3: Een nieuwe paratekst? De hyperlink

  1. D – check even, halverwege: “Hier is de functie van een hyperlink is hier dus ook een verdiepende”.

    Pas op. Is dubbelop.

    Dag dag!

    J

  2. Gelukkig moet de eindredactie er nog overheen. Nog gelukkiger doe ik het zelf niet. Ik heb het allemaal al zo vaak gelezen dat ik het niet meer zie. Thanks for the heads up. En dat plaatje… Tja, het wordt volgens mij nogal random toegekend aan een naam, Hilde heeft dezelfde altijd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s