Littekenaars

beitel2

Er zijn een hoop dingen te haten aan Daniël. Op de middelbare school was hij een rijkeluiszoontje en na zijn burn-out is hij een soort van prediker geworden. Maar hij is een van de weinigen die zijn blijven hangen na het eindexamen. En we delen een geheim.

In de tijd dat Davids vader nog niet ergens in de woestijn van Dubai wolkenkrabbers uit de grond trok, bouwde hij deze stad vol. Elk bedrijf met een beetje geld te besteden aan imago liet Daniëls vader een nieuw kantoorpand schetsen. Een van die gebouwen droeg de man op aan zijn zoon. Een donkerbruine plaquette met in zwarte kapitalen ‘VOOR DANIËL’ onder het bedrijfslogo van een imposant advocatenbureau.

Daniëls vader was in de mode toen. Hij had, zoals dat gaat, een trucje: hij combineerde klassieke  steensoorten met glazen hoogbouw. Zijn gebouwen begonnen op straatniveau met grote blokken tufsteen of een andere steensoort waar voorheen vooral kerken mee werden gebouwd. Hoe hoger ze werden, hoe meer glas zich de buitenwand indrong. Ik herinner me een krantenartikel waarin zijn bouwstijl ‘een verbeelding van de evolutie’ genoemd werd. Alleen de meest vooraanstaande bankiers en andere grootverdieners konden zich een volledig uit glas getrokken directiekantoor op duizelingwekkende hoogte veroorloven.

Toen het gebouw net klaar was, liep Daniël nog rond met dat soort krantenartikelen. Elk succes van zijn vader vierde hij alsof het zijn eigen was. Zijn portemonnee vierde mee. Na zijn burn-out begon hij de dingen echter anders te zien en haatte hij eerst zijn vader en vervolgens vooral het gebouw. Hij deed afstand van alles wat hij ooit van zijn vader had gekregen, maar hield de maandelijkse bijdrage. Het was een van die dingen aan Daniël die ik haatte, maar ik heb er nog een prima laptop aan overgehouden.

Na die grote schoonmaak ging Daniël het werk van zijn vader bestuderen. Er was veel over de man geschreven, meer dan Daniël had vermoed. Door mensen die zijn vader beter leken te kennen dan hij. Hij las elk woord. Voor het eerst in zijn leven maakte hij aantekeningen.
En voor het eerst in zijn leven bekladde hij een gebouw. Het haalde de krant niet eens. Op de zijkant van het advocatenkantoor stond in grote, rode en vooral onhandige letters ‘Dit huis is geen vader’ gespoten. Het werd schoongemaakt en niemand praatte erover. Deze stad heeft er een handje aan alles van zich af te laten glijden.

Niet veel later greep Daniël een beitel en een hamer. Zijn oorspronkelijke idee was om de plaquette los te forceren en te verbranden. Ik vond dat kinderachtig.
‘ Misschien fikt dat spul niet eens. En ze hangen zo weer een nieuwe op.’
‘Die gebouwen zijn zijn echte kinderen.’, zei Daniël, ‘Voor types als pa is het niet genoeg dat ze voortleven in hun kinderen. Nee, ze moeten zo nodig de volgende eeuw in.’

Meer uit een impuls dan met een doordacht plan ontstond onze nieuwste hobby. Daniëls precieze woorden waren ‘fuck, fuck, fuck’: elk woord begeleid door een slag op de beitel die zich in door lagen natuursteen beet. Sinds die woorden slaan we gaten in gebouwen.

Ons eerste gat werd snel dicht gemaakt met cement, maar het is nog steeds zichtbaar. De kleur klopt voor geen meter met de originele steen. Ik kijk er nog graag naar. Het heeft de charme van een eerste liefde, misschien die van een eerste schets. Het is iets waar ik me aan verbonden heb.

Na het derde gebouw besloten we dat we een handtekening nodig hadden. Er moesten herkenbare gaten ontstaan, niet zomaar gaten. Dit was immers geen ordinair vandalisme. We werden het eens met een sierlijke ‘s’ die niet echt ergens voor staat. Als je met je ogen knijpt lijkt het op het teken voor oneindigheid, alleen dan verticaal. Dit soort toevaligheden zijn niet grappig.

In eerste instantie beperkten we ons tot de gebouwen van Daniëls vader, maar zelfs in de grootste stad raakt een toparchitect uiteindelijk op. Dubai is geen optie; het is deze stad of geen. Ondertussen slaan we in de hele stad, als het maar monumentaal is, of  – nog liever – een monument.

Het is een van de weinige dingen waar we goed in zijn geworden, waar we verstand van hebben. We weten dat trachiet kneust als je er te hard met een beitel op slaat: scheurtjes vormen zich een centimeter onder het oppervlak, en binnen een paar jaar brokkelt de steen langzaam af. Dat heeft ons een handtekening gekost.

Nu trekken we de nacht in met goede rubberhamers en rugzak vol verschillende maten slagbeitels, tandijzers, letterijzers, een gritrasp, een fijnere vijl en wat schuurpapier. We werken onze handtekeningen zorgvuldig af, zodat ze lang mee gaan. Onze middelen zijn wat aardser dan die van zijn vader, maar het is hetzelfde ding geworden. We worden alleen goed in de dingen waar we verslaafd aan kunnen raken en als we ergens verslaafd aan raken willen we dat het doorgaat. Als het kan nog na onze dood.

Daniël en ik delen een geheim en we behoren tot de weinigen van onze middelbare school die hier nog zijn. Er staan littekens verdeeld over deze stad die er voor zorgen dat we voorlopig ook nog niet vertrekken.

Eindelijk weer een nieuwe aflevering van OAOA: het was een tijdje stil rond dat meisje. Het probleem was een beetje dat er alleen de ik-persoon en Anna waren. Het was een nogal eenzijdige dynamiek, die me begon tegen te staan. Bovendien gingen er geluiden dat er te weinig over de ik-persoon bekend was. Volgens mij houden de twee verband en de oplossing was eigenlijk simpel: meer personages. Daniël trad al eerder op in de reeks en ik had in Likdit (PDF) nog wel een onuitgewerkt verhaal zitten. Bij deze dus: welkom, Daniël, welkom terug.

Advertenties

3 thoughts on “Littekenaars

  1. Fijn dat Daniël terug is, want hij heeft veel in zich. Beetje een Dean Moriarty. “Littekenaars” is als een gaaf jongensboek. Zie nog wel wat kleine dingetjes, formuleringen, die ik anders zou doen om het krachtiger te krijgen. Daar moet je nog eens naar kijken.

  2. “elk woord begeleid door een slag op de beitel die zich in door lagen natuursteen beet. ”
    woordje teveel. Verder tof stuk. Mooi dat je het naar een iets groter gegeven hebt getild dan de ene actie van het eerdere verhaal. Er is nu ook een aanleiding. Goed.
    Ik ken iemand in Maastricht die dit wel cool zou vinden denk ik. Die gaat met een klopboor de straat op om houten plankjes in muren te vast te boren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s