De tram en de Waalbrug

Je zou bijna vergeten dat ik ook nog een taak als stadsdichter te vervullen heb. Wees gerust, ik zal het zelf wel onthouden. En anders is er nog altijd Willem Claassen die me in elke tweede zin die hij uitspreekt eraan zal herinneren dat ik de ‘citypoet’ ben. Hij heeft zelfs een T-shirt laten drukken met dat woord erop. Enfin, wat ik wil zeggen: ik ben bezig hoor, ik ben bezig.

Zo is er dinsdag een debat over de tram in Nijmegen en dan vooral over de vraag of die terug moet komen. Dat vindt plaats in LUX, uiteraard, en is gratis bij te wonen. Ik ben door de gemeente gevraagd om een gedicht te schrijven voor dit debat. Ik kan al verklappen dat mijn gedicht een reactie is op een limerick van Maurice Evan Hare:

There once was a man who said, ‘Damn!
It is borne in upon me I am
An engine that moves
In predestinate grooves,
I’m not even a bus, I’m a tram.

Donderdag dan wordt gevierd dat de Waalbrug 75 jaar bestaat. Dat is zo’n ding waar je als stadsdichter natuurlijk niet omheen kunt. Het derde officiële stadsgedicht zal dan ook gaan over de Waalbrug. Wie mijn werk een beetje kent, weet dat ik graag over infrastructuur en architectuur schrijf.* Misschien dat ik daarom met dit gedicht zo geworsteld heb. Ik tel achttien versies op mijn computer en ze verschillen nog van elkaar ook, behoorlijk. Natuurlijk heb ik eraan gedacht iets over Jan van Hoof te schrijven, over het feit dat er in de blauwdrukken van de brug al een onstekingsmechanisme was opgenomen of over het feit dat de ramen in het huis van Waalbrug-Peetvader Kees Ivens kapot sprongen toen de brug daadwerkelijk opgeblazen werd. Al die dingen zijn historisch belangrijk, mooi en interessant, maar een gedicht daarover zou niets nieuws toevoegen. Bovendien heeft Vantilt al een vast formidabel boek over de geschiedenis van die brug op stapel staan.

Nee, ik wilde de brug een cadeau geven, een nieuwe mythe. Voor mij staat die brug symbool voor de coming of age van de Keizerstad en daar heb ik dan ook over geprobeerd te schrijven. Daarover, en natuurlijk over meisjes. Meer dan dat zal ik er nu niet over zeggen. Hou je ogen op de brug en je ziet het vanzelf wel. Ik kan zelf helaas niet bij de viering aanwezig zijn, omdat ik een belangrijke verplichting in Rotterdam heb. Het gedicht zal de 16e wel vertegenwoordigd zijn in een film van Rens van Meegen.

En inmiddels zijn Joeri en ik alweer bezig met de plannen voor het volgende stadsgedicht. We hebben bovendien nog een bult liggen van het tweede stadsgedicht, dus als u er een wilt: mail cetin [at] denieuwes.com.

Tot zover,

Uw citypoet

* Het is in dat opzicht opmerkelijk dat onze wethouder van cultuur (toch een beetje mijn baas), ook de wethouder van mobiliteit is.

Advertenties

5 thoughts on “De tram en de Waalbrug

  1. o nee, citypoet, toch niet. ik dacht: je naam. net als met de bordjes. maar dan heb ik aan een bordje (voorlopig) genoeg.

  2. Vette shit. Dennis en Willem. Dat is mijn shirt. Al lijkt het dan net alsof ik het over mijn tietjes heb. En ik heb mezelf net voorgenomen om niet meer zo vaak over mijn tietjes te praten. dan de namen onder elkaar. Mooi! Zwart op wit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s