De Parade (Ingreep Jan Cunen, Oss)


(Muziek: Jop Luberti)

I
Dit is de parade. Wij staan erlangs aan schragentafels en staren.

Het maakt niet uit hoe ver je gaat. We reizen duizenden kilometers naar het westen en duizenden naar het oosten en overal zijn het dezelfde jongens en meisjes die doen alsof ze mannen en vrouwen zijn. Niemand weet waar ze vandaan komen.
Ze zijn er zo op belust iets te worden dat zonen beloven hun vaders te vermoorden, terwijl dochters steeds weer met de verkeerde jongens thuiskomen. Uiteindelijk herhalen ook wij vormen die in het verleden hebben gewerkt, zoeken ook wij naar een reproduceerbaar gevoel. Zo geloven we dat sigaretten ons warm houden en de hemel niet meer dan een hypothese is.

Wij zijn Pavlov, onze naam is legioen.

II

Dit is de parade, wij staan aan lange schragentafels met een verzameling citaten.

Blijkbaar was iedereen vroeger bloot en voornamelijk buiten. Dat kon toen nog, de mensen moesten als het ware tegen de bomen zeggen dat het winter was. We kennen het verhaal: van de kudde en de kruipende dingen tot de vier gasten op paarden, brutaalrode visoenen en het eindigt allemaal met een openbaring. Ze zeggen dat de zachtmoedigen de aarde zullen bezitten.

Ze mogen haar hebben; wij willen alleen de stad.

III

Dit is de parade, wij staan daar en proberen elkaar onder de tafel te praten.

En eigenlijk hebben we maar één verhaal en zelfs dat is het herhalen amper waard, maar hier is het, het heet Dylan: Dylan was verslaafd aan meer. Dus Dylan nam meer en meer tot op de dag dat hij wakker werd, brabbelend in zijn eigen opstopping, en hij claimde dat hij de huiden van mensen kon lezen. Wij gingen voor de zekerheid lange broeken en coltruien dragen en zonnebrillen met spiegelglazen. Toen hij naar zijn eigen borstkas keek zag hij zijn hart dat sprak: jongen, ga je ruggengraat vinden en vertrek op dat ding. Toen we bij hem aanbelden kwam er een vrouw aan de deur die zei dat Dylan daar niet meer woonde.

Hij is de enige van ons die alles is ontvlucht.

IV

Dit is de parade, wij staan daar aan tafels vol apparaten.

Vroeger hadden die dingen knoppen die alleen voor de pauzefunctie waren. Tegenwoordig hebben we slechts schermen die we gebruiken om elkaar voor te liegen. We monteren onszelf in drie klikken op foto’s van feestjes waar we nooit geweest zijn. Het is geweldig hoe groot we onszelf vroeger maakten, maar vandaag is de profielpagina ons enige podium. En alleen losers vinden onze links leuk.

We zijn de clou van een slechte grap, maar we hebben de nacht.

V

Dit is de parade. Wij staan te lang aan schragentafels met steeds meer vragen.

Dus hier, als de zon ondergaat en wij vanaf de haven naar de lange, lage lucht staren en al het rauwe en ruwe land dat langs de kust rolt voelen, kilometers en kilometers snelwegen, de regen, al die mensen die heel de nacht door dromen van groter worden, dan weten we dat ergens de avondster zijn licht laat vallen over een zandvlakte ver van hier. Dat allemaal vlak voordat de complete nacht de aarde inpakt.

En niemand weet wat er gaat gebeuren behalve dat we ouder worden.
Maar de de dood zal niet winnen.

Deze tekst werd geschreven bij de muurschildering Pizzeria Vasari van Gijs Frieling in Museum Jan Cunen in Oss, voor De Ingreep. Net als het werk van Frieling bestaat deze tekst grotendeels uit (al dan niet directe) citaten van anderen. In volgorde van opkomst: Gijs Frieling, Dave Eggers, Zhuangzi, Craig Finn (The Hold Steady), Dirk von Lowtzow (Tocotronic), Henry David Thoreau, Brian Patten, Brian Wood, Buddy Wakefield, Willem Claassen, Slug (Atmosphere), Bruce Springsteen, Jack Kerouac en Dylan Thomas.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s