We’ll wing it Dennis, we always do.

Als alles goed is, vertrekken ze vandaag in een vliegtuig naar het zuiden. Het diepe zuiden. Twee maanden lang waren Gert Vlok Nel en Tanja Erasmus bij ons bezoek. Ik heb een paar avonden met ze mogen doorbrengen. Sterker nog, ik moet daarover schrijven. Het idee was dat ik Gert zou interviewen. En dat we dat interview zouden uitgeven, met tekeningen van hem erin. Een van de eerste dingen die Gert tegen mij zei was: “Dennis, we’re not gonna do the interview. We’ll just hang out and you write your memoirs about me.”

Ik maakte wel een afspraak om met hem uit te hangen. Toen ik een paar dagen eerder in het Besiendershuis bij een etentje was, zag ik mijn naam op zijn kalender staan. Op die avond moesten er memoires komen.

Ik nam Daan en Martijn mee. Jan Wieger was er al. Willem kwam later, want die moest nog aan zijn roman schrijven. Aan het begin van de avond speelde Martijn een klein stukje op de viool van Tanja. Hij kan een heel mooi verhaal vertellen over een viool die hij mocht lenen.

Dat houden jullie tegoed. Net als de rest van de avond. Op het onderstaande na: een gedicht over die avond. Gert, Tanja, wel thuis.

Beautiful in Honolulu

Je beloofde dat je in Amerika een nummer-1-hit zou scoren
en dan boten voor ons zou kopen in de haven van Marseille.
Jij zou vanuit je (iets grotere) zeiljacht naar ons kijken.

Voor sommige mensen komt leven neer op dromen en terug-
denken. Het is het enige waar we echt goed in zijn, vooral als
we weer eens wat gedronken hebben.

We zullen nooit nuchter of overtuigd genoeg zijn om een touw
tussen wolkenkrabbers te spannen en stap voor stap over te steken,
maar we hebben het iemand zien doen en we weten dat het kan.
Zolang dat het geval is, kan de wereld niet helemaal verkeerd zijn.

Daarna vinden we er wel iets op. Dat doen we altijd, hoe dan ook.

Je vertelde over een vrouw die niet meer kon dan blond zijn en
grote borsten hebben, maar die daarmee ook ver was gekomen.

Toen kondigde je aan dat je niet in je eigen taal verder kon praten,
en je ruilde die in voor een taal die van zichzelf al harder klinkt.
Je zei dat je niet kon schrijven in een huis met een vrouw, kat of
kind. Ik zit op tweederde daarvan en kan net zo min als jij terug.

Maar dit kan ik je beloven: ik kom voor die boten.

Met dit gedicht zal ik vanavond elke set op Onbederf’lijk Vers openen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s