Arnhem: één gedicht maakt nog geen lente

Over mijn nieuwste stadsgedicht. 

‘Opmerkelijk’ noemt De Gelderlander mijn bijdrage aan het Nijmeegs Boekenfeest. Jaap Robben begon een stadsdichtertraditie door op het Boekenfeest een nieuw stadsgedicht op een postkaart te presenteren. Die traditie wilde ik in ere houden, maar ik vond het moeilijk. Ik zag niet hoe ik het boekenweekthema – vriendschap en andere ongemakken – moest verwerken in een gedicht over Nijmegen.

Totdat ik in Amsterdam een button in mijn hand gedrukt kreeg door Maartje Wortel. Het was een button van Oostpool. Erop stond: Arnhem ‘till I die. Dat was het: ik ging een stadsgedicht over Arnhem schrijven.

Ik sms’te mijn plannen naar Joeri, de vormgever van al mijn stadsgedichten, die met het plan kwam om Martijn Brugman te fotograferen. Met trolleykabels. Ik zei tegen Martijn: ‘Ik weet niet wat Joeri allemaal van plan is.’ Joeri zei tegen Martijn: ‘Ik weet niet wat Dennis allemaal van plan is.’ Ons plan was om in het stadskatern van de Arnhemse editie van De Gelderlander te komen.

Vrijdagmiddag belde de stadsredactie op om me ‘namens de Arnhemse gemeenschap’ te bedanken. Ze wilden het op de voorpagina. De Arnhemse gemeenschap zelf reageerde en masse en beduidend anders op de site. Zo ook de Nijmegenaren:

Gadverdamme wat ben jij voor een Nep Nimwegenaar Kerel
Kut dichter wij gaan nooit vriendjes worden met arnhep
kut stad ga lekker daar wonen dan ofzo als ju da wilt
NEC Fan – 19-03-2012 | 16:54

En ook het eerste tegengedicht volgde snel. Jibbe Willems schreef het gedicht ‘Nijmegen’:

Toen ik vertelde dat ik naar het zuiden ging,
zomaar, om eens rond te kijken,
bleef het lang stil. “Naar N.?” vroeg een vriend
en ik knikte.

Hij zei: “Sommige kloven hoeven niet gedicht,
die liggen er goed en met reden
zoals de kloof die er al jaren ligt
tussen Arnhem en dat N. daar beneden.”

Steeds meer vrienden vielen hem bij, één zei
dat er niet voor niets zoveel water tussen ons lag,
een ander had koudwatervrees
en vond elke brug een brug te ver.

Ze vertelden me dat de taal daar gesproken
zo zacht was dat je er in weg kon zakken.

En één die het van horen zeggen had,
sprak van de reiziger die was verdwaald
op het Keizer Karelplein. Nu nog rijdt
de arme ziel zijn rondjes in de eeuwigheid.

“En de meisjes uit het zuiden zijn zompig,
zij kijken sponzig uit hun ogen en vreten
als tarantula’s hun partner na de paring op.”

Nu ben ik niet bang aangelegd
en zie ik eetlust in een meisje graag,
maar liever niet verdwijn ik,
natgezweet en leeggevreeën,
in een Nijmeegs meisjesmaag.

Ik schudde het plan van mij af
nam afscheid van mijn vrienden
en liep langs de Rijn terug naar huis.

Daar, dacht ik, begint het diepe zuiden,
terrein dat voor mij onbekend blijft,
want meer nog dan water ligt er de angst
die ons, Arnhem en N., uit elkaar drijft.

Rasarnhemmer Richard Derks meldde:

We komen er wel. Uiteindelijk. Zoals Frank van der Mee op facebook zei: één gedicht maakt nog geen lente.

De postkaarten zijn nog volop beschikbaar. Mail je adres naar arnhem@denieuwes.com en je krijgt er een in de bus.

Advertenties

One thought on “Arnhem: één gedicht maakt nog geen lente

  1. Wat een vette reacties op je gedicht :) NEC en vitesse fuseren naar vinec is echt kicks :) dan ook maar de schouwburgen en rrosje en willemeen samen! Hulde

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s