Terug naar het eiland?


Dinsdag 10 januari | 19.09 | Waterstand 1168

If you define the wild als self-managing, self-organizing and self propagating, all natural languages are wild systems. The imagination, we can say, for similar reasons, is wild.
Gary Snyder, in een interview met de Paris Review.

Precies een jaar geleden probeerde ik eilander te worden. Voor het eerst in de drie jaar die ik toen op de Vlietberg woonde, kwam het water van de Waal de weg over. Ik zou met een boot aan wal moeten, was de voorspelling. Ik hield een logboek bij van mijn vorderingen in het eilander worden, gelardeerd met citaten van met name Thoreau en Snyder – het populairste wat ik ooit op deze site heb gedaan.

Toen de Waal dit jaar weer begon te stijgen, kwamen met het water de vragen of ik weer thuis vast zou komen te zitten en of ik er weer over ging schrijven. Zeker was er hier genoeg veranderd om over te schrijven. De pick-up van Tattoo-Hans die vorig jaar een glansrol speelde, heeft inmiddels de Vlietberg verlaten. Matthijs en Michiel hebben na het hoogwater juist een pick-up aangeschaft. (In een van die pick-ups reed ik als passagier de afgelopen zomer in het donker door de velden, slalommend tussen de koeien, maar dat is een ander verhaal.) Het voertuig is zo prominent dat het (in duct tape aangebracht) de verkeersborden hier verrijkt en in de grafiek op Johns website officieel het symbool is geworden voor de grens waarop het water de weg over loopt (en de pick-ups echt in actie moeten komen).

Michiel, Matthijs en John zijn zelfs een club begonnen. Je mag erbij als je iets met een laadbak hebt. Ik spaar voor een bakfiets, al vinden ze dat “nu ook weer niet de bedoeling.”

Dit jaar hebben we geen plank voor de deur gemonteerd of een voorraad eten en water aangelegd. We waren rustiger. Er is niks aan de hand. Het is januari, het water stijgt en we zien wel. Ik ben dan misschien nooit een eilander geweest; ik ben hard op weg een echte Vlietberger te worden.

Vlietbergers trekken deze tijd van het jaar gewoon hun laarzen aan en begroeten het water. En ze kanoën in wat eerder hun achtertuin was.

Meer foto’s hier.
Het archief van vorig jaar staat nog steeds online en is er tevens als gratis e-book.

Eilander worden (Nawoord & e-book)

Het is me eindelijk gelukt: de e-bookversie van Eilander worden. Met een omslag van Jos Lenkens.

Het duurde wat langer, omdat ik vond dat het nog wat miste. Ik wist alleen niet wat. Totdat Heidi op bezoek kwam met een idee om een cadeau te maken voor Fred. Iets wat we eerder al eens besproken hadden. En daarmee was niet alleen Freds verjaardag compleet, maar ook deze serie. In e-book vorm.

Voor de mensen die denken ‘Que?’. Eilander worden is een feuilleton dat ik schreef tijdens het hoogwater van januari. Het gaat over de Vlietberg, een enclave in de Ooij bij Nijmegen. En over baarden.

Er is een PDF om full screen op de computer te bekijken en een EPUB voor e-readers, tablets en mobiele telefoons.

Voor de trouwe volgers van toen – ik ken jullie namen – en de mensen die liever niet downloaden: hieronder het nawoord.

Vrijdag 13 mei | 21.05 uur | Waterstand: 516

After all, all he did was string together a lot of old well-known quotations.

H.L. Mencken over Shakespeare

Ik wilde per se een nawoord schrijven voor de e-bookversie van Eilander Worden. Niet alleen omdat ik een pedant mannetje ben. Tijdens het herlezen en schrijven merkte ik namelijk dat ik het mis.

Toen het hoogwater er was had ik een doel, een missie, een sense of purpose, zo je wil. Ik struinde ons kleine eiland af op zoek naar verhalen en mooie foto’s. Niets mocht mij ontgaan.

Inmiddels is alles weer routine. Ik fiets zowat dagelijks de stad in over een weg die twee maanden terug nergens te bekennen was. Ik ben gewend aan de heuveltjes en gaten die onstaan zijn door het water. Het ronken van de pick-up van Tattoo-Hans is weer een vertrouwd geluid. De kade naar de Buchners is weer dicht.

Ik woon ergens anders nu.

De laatste paar dagen ben ik weer met de camera op pad gegaan, in het donker. Wat drie maanden geleden routine was, ben ik nu alweer vergeten. Ik wist niet welke sluitertijden en diafragma-instellingen ik gebruikte en zelfs niet welke paal zo vaak als mijn statief dienst had gedaan. We worden te makkelijk weer onszelf.

Ik ging op pad omdat ik wilde vastleggen hoe de paarden hier ‘s nachts de weg op trekken om daar in de weg te staan voor mensen die laat thuiskomen. Ik wilde dat, omdat ik dit nawoord graag met een anekdote wilde afsluiten:

Een paar weken geleden fietste ik naar huis, midden in de nacht en werd door een stel jongeren (die hangen hier altijd rond als het donker is) gewaarschuwd: ‘Mijnheer kijk uit. Er staan daar paarden op de weg.’

‘Dat weet ik’, riep ik terug.

Ik ben dan wel geen eilander geworden, ik ben wel een Vlietberger.

Dat leek me een mooie anekdote om dit feuilleton mee af te sluiten, voorgoed af te sluiten. Maar de paarden laten zich niet de weg op schrijven.

De verhalen komen nooit tot een einde.

In ander nieuws: we hebben inmiddels wel een vlag.

Eilander worden (15 – Slot)


Woensdag 19 januari | 21.45 uur | Waterstand: 1184

A place will have been grasslands, then conifers, then beech and elm. It will have been half riverbed, it will have been scratched and plowed by ice. And then it will be cultivated, paved, sprayed, dammed, graded, built up. But each is only for a while, and that will be just another set of lines on the palimpsest.
– Gary Snyder, Practice of the Wild

De teerweg is weer teerweg. Ik ben eilander af. Of eigenlijk; ik ben nooit eilander geweest. Toen ik eilander was, sliep ik.

Ik was geen goede jutter.
Ik ben geen leerling-schipper geweest.
Ik heb nog niet alle namen geleerd.

De geruchten gingen al dat we vandaag weer over onze weg konden. En op de terugweg waagde ik het erop.

Ik reed de dijk af, met een rotvaart over het wildrooster, zoals ik dat normaal doe en een week niet gedaan had. Ik nam de bochten die ik moest nemen en ik maakte een foto waar ik een week geleden een foto nam.

Het ging goed. Hier en daar stonden plassen water; mijn schoenen en mijn spijkerbroek werden nat. De drempels naar de wildroosters zijn tijdelijk gerepareerd met grote stalen platen.

Ik ga het eiland missen, maar het mag gezegd worden; het is goed om thuis te komen, de weg te nemen die je kent.

Wellicht in het voorjaar…


Meer Eilander worden hier | Meer foto’s hier

Eilander worden (14)


Dinsdag 18 januari | 17.50 uur | Waterstand: 1217

In fact, if somebody asks me now, “What do you consider to be your place?” my larger scale answer is, “My place on earth is where I know most of the birds and the trees and where I know what the climate will be right now, roughly, what should be going on there on that spot on earth right now, and where I have spent enough time to know it intimately and personally.
– Gary Snyder in een interview met The Paris Review

Het water zakt alweer. Volgens mijn lief raakten de twee plassen water op het pad bij Buchner elkaar gisteravond. Een plas van twee meter breed was het geworden, maar ondiep. Vanochtend waren het weer twee plassen. Ik heb als eilander geslapen, zonder het te weten. En nu horen we alweer bij het vasteland. De natuur is onverbiddelijk.

Ik heb de afgelopen week meer in mijn eigen buurt gewandeld dan in de drie jaar dat ik hier al woon. Ik weet nog steeds heel veel dingen niet. Zo weet ik maar weinig dieren- en plantennamen. De bomen weet ik wel te benoemen en ik ken het verschil tussen een konijn en koe; ik weet hoe een fazant eruitziet en heb een basiskennis van de vogels die aan onze mezenbollen hangen.

Maar daar houdt het op. Ik kan niet, zoals andere eilanders dat wel kunnen, van een biddende vogel hoog in de lucht zeggen of het een buizerd of een valk is. Als ik een hol zie in een heuveltje denk ik ‘konijn’, maar wie weet wat voor beesten daar allemaal holen maken. Om nog maar te zwijgen van plantennamen. Brandnetels, hondsdraf en zevenblad, oke, paardenbloemen en madeliefjes, maar wat is al dat andere spul? En kun je dat eten?

Dit jaar ga ik namen leren, dingen herkennen. Of zoals in de passage die Chris McCandless in Pasternaks Doctor Zhivago onderstreepte: “Call everything by it’s right name.” Het is mijn missie dit jaar.

Ik heb ontdekt dat ik een waardeloze jutter ben. Ik let niet goed genoeg op; ik zie alleen maar de felgekleurde dingen. De oogst van een week lang jutten is: een vieze, groen-oranje boomkikker, een geel, plastic balletje en een felgroene frisbee (al vermoed ik dat die er al langer lag). Ik ben een soort ekster, een eksterjutter met een voorliefde voor jaren-tachtigkleuren. De frisbee is overigens wel grappig, want naast het woord ‘frisbee’ staat er ook ‘outdoor game’ en ‘throw and catch’ op. Een handleiding erbij leveren lijkt me niet meer nodig.

Het mooiste object dat ik ben tegengekomen was een grote fritessaus-emmer die aan een touwtje aan een struik was gehangen. Uit de bodem stak een soort spiraal. Volgens Tattoo-Hans kon het wel eens een palingval zijn. “Dat de paling dan zo door die spiraal erin komt”, zei hij, “En dat er ‘s avonds een lampje brandt, zodat ze weten waar de ingang is.” Iemand anders had het ding geopend en had er vogelvoer in gevonden. Een soort voedseldispenser dus. “Weet ik veel”, zou Tattoo-Hans zeggen.

Soms kun je dingen beter dicht laten. Je kunt alles willen benoemen, maar een beetje mysterie mag er blijven. Vooral mysteries met plastic emmers.

Meer Eilander worden hier | Meer foto’s hier

Eilander worden (13)


Maandag 17 januari | 17.39 uur | Waterstand: 1230

Al die willen te kaap’ren varen, moeten mannen met baarden zijn.
Jan, Piert, Joris en Corneel, die hebben baarden, die hebben baarden.

Kaap’ren varen, volkslied, maar bekend van Fungus

De waal stijgt nu traag, zeer traag. Hij doet er een paar uur over om ook maar een centimeter te stijgen. Niets dat nog herinnert aan het geweld van begin vorige week. Maar schijn bedriegt; je hoeft er maar tot je enkels in te gaan staan en je voelt de stroming al. Soms meen ik in het wateroppervlak de contouren van de teerweg te herkennen, maar dat zal inbeelding zijn: wat het water begraaft, begraaft het goed.

Op het pad over het landgoed van de Buchners begint nu ook water te staan. Op een laag punt proberen twee plassen elkaar de hand te reiken. We wonen dan toch bijna op een eiland, al zal het water niet al te hoog komen te staan daar. Toch, als je omringd bent door water, woon je op een eiland. Nog is het niet zo ver, maar wellicht dat ons morgen dan eindelijk eilanders mogen noemen.

Vandaag ging ik post halen in Ooij, het dorpje waar wij officieel bijhoren, maar dat hier zo’n zes kilometer vandaan ligt. Er was iets anders toen ik naar buiten ging, het duurde langer voordat ik de deur uit (over de plank die we uit voorzorg tegen de buitenmuur hadden gemonteerd) stapte. Wat het was realiseerde ik me pas toen ik later op de middag een rondje rond ons eiland ging lopen: veters. Ik had voor het eerst in een week weer eens sneakers aangetrokken. De afgelopen week liep ik alles op laarzen en ik was er snel aan gewend. Er is iets moois aan laarzen, hun eenvoud en efficiëntie. Ik ga mijn laarzen missen, daar in de drukke stad.

Op mijn rondje kwam ik een mij nog onbekende Vlietberger tegen. Ik stelde me voor, want ik heb iemand ooit horen zeggen dat goed volk dat doet en ik wil graag goed volk zijn. Hij stelde zich voor als Theo. Hij zei: “Wat een plas water, he?” Goed volk.

Gisteren kreeg ik opnieuw flessenpost. Op de straat voor mijn huis kwam ik Thijs en Edith tegen die vroegen of ik de post had gekregen. Er was een jongen ‘uit de stad’ gekomen die gevraagd had ‘waar de stadsdichter woont’. In mijn tuin lag een fles. Het was het echte werk dit keer: een wijnfles met een kurk, dichtgemaakt met kaarsenvet, erin een opgerold, gelamineerd stukje papier. Later bleek de post afkomstig te zijn van Remco ‘knijp me’ Visser. Op zijn facebook-account stond een fotoverslag van de bezorging. Remco is naast beeldend kunstenaar ook postbode, en hij combineert de twee beroepen. Remco, de volgende keer dat je langskomt moet je wel koffie komen drinken. Eilanders hebben altijd koffie klaar. En je fles was zo mooi, die had het ook verdiend om echt door het water meegenomen te worden.

Ook gingen gisteren de eerste Vlietbergers kajakken, iets wat ik graag voor u had vastgelegd, maar gemist heb. Maar ik mag een keer een kajak lenen. Tattoo-Hans vertelde me dat ze de sluis dicht doen als het water weer zakt, zodat het nog een tijd in de velden om ons heen blijft staan. Nog kansen zat dus om te kajakken dus. “Je piept in het voorjaar wel anders,” zei hij, “dan zwermen de muggen rond die walnootboom zoals er rook uit die schoorsteen komt.”

Morgen ga ik weer aan wal werken. Mijn baard probeer ik door te laten groeien tot het water van de teerweg af is, maar net zoals wij waarschijnlijk dit keer nog geen echte eilanders worden, zal mijn baard ook geen echte baard worden.


Meer Eilander worden hier | Meer foto’s hier