Tik / Vox Populi


MuseumDePont01Geloof me dat hier iemand staat die er ook moeite mee heeft door de supermarktspits te navigeren. Die een plastic tas vol plastic tassen aan een haak in de berging heeft hangen en niet vaak genoeg naar de glasbak gaat. Die je – na vijf keer op de klok kijken – nog steeds niet kan vertellen hoe laat het is. Die een draaikiepraam al meer dan eens tussen twee standen heeft opengemaakt en om de twee dagen met een sok in iets nats stapt. Die nooit weet waar de schaar ligt.

Die niet zonder overmatig snoozen uit bed weet te komen en die zijn manieren grotendeels van vreemden heeft overgenomen. Wiens eerste zoen zo onhandig was dat zijn vel nog altijd niet lekker zit. Die zijn stem op band en delen van zijn hoofd op foto’s haat. Die, van nature, nooit helemaal op de hoogte zal zijn.

Die weet dat er een tijd komt dat je vrienden gaat herkennen in compositiefoto’s. Wiens woede doorgaans geen aanmoediging behoeft. Die weet dat je soms je verstand, soms je vuisten en soms een auto moet gebruiken. Die ongeduldig wordt en als je echt aandringt, zal toegeven:

Dit leven is niet voor altijd.
Of voor iedereen.

Geloof me dat hier iemand staat die er moeite mee heeft dingen te geloven en toch ook vreselijk bang is voor de dood. Omdat we kunnen bewegen en onze handen zich kunnen vouwen in vormen die je onmogelijk kunt beschrijven.

Die weet dat iedereen valt, maar op andere manieren overeind komt.

Geschreven in opdracht van Museum De Pont bij het werk Vox Populi, London van Fiona Tan. Het gedicht is onderdeel van een audiotour en een nog te verschijnen catalogus. Gaat heen, het is een fraai museum. Foto’s: Hanneke van Ostaijen

MuseumDePont02

Sartorial Menswear

Clear is the new black. Artists and models, let’s go to hell together.
– Buck 65, Kennedy Killed the Hat

1.
IMG-20130928-WA0000Terwijl ik dit stuk tik, zie ik dat ik een nieuw wondje op mijn hand heb. Ik heb altijd wondjes op mijn handen. Ik heb zelden een idee waar ze vandaan komen. Als vroeger iemand vroeg hoe ik aan die wondjes kwam, zei ik: “Weet ik niet.” Tegenwoordig zeg ik: “Ik heb droge handen.”

2.
Het begon, zoals zoveel dingen, met een telefoontje. Van Sharda van CODE, een modemagazine voor mannen. Ze vertelde dat ze een artikel gingen schrijven over dichters en dat daar dan een fotoshoot bij kwam: “We brengen journalistieke verhalen over mensen die wat ons betreft relevant zijn. Die mensen kleden we aan en fotograferen we.” De laatste keer dat iemand me had aangekleed was toen ik mijn eerste pak kocht. De man die het me aanmat zei dat ik een dikke kont had.

3.
Op het telefoontje volgde een mailtje. “Deze serie gaat over sartorial menswear met een twist.” Het blijkt dat ‘sartorial’ niet een metalband is, maar een soort casual: “Mooie pakken (geen zakenpakken) met hele grote shawls.”

4.
Ik ben iemand die ‘sjekkie’ schrijft in plaats van ‘shaggie’. Ik schrijf ‘sjaal’ in plaats van ‘shawl’.

FxCam_13807431972465.
In het mailtje stond ook nog: “Da’s niet iets dat ik jou direct heb zien dragen op de beelden die ik van je heb gezien. Maar ik denk dat dit erg goed gaat passen.” En of ik mijn maten door wilde geven.

6.
Uit de callsheet bleek dat de shoot drie uur zou duren. Maarten Inghels zou er die dag ook zijn. Tussen hem en mij was iemand anders, dus konden we een biertje gaan drinken. “Het is niet iets wat ik zou dragen,” zei Maarten. En: “Toen ik vroeg waar de sjaal vandaan kwam zei die stylist ‘van picknickdekens.nl'”

7. “Die schoenen heb je van de 24/7 ,” was het eerste dat Clyde, de stylist, tegen me zei. Ik was onder de indruk dat hij een zaak in Nijmegen kende. “Ik kom overal,” zei hij. Hij liet me verschillende pakken uitproberen, frunnikte dan aan mijn kraag, deed een stap terug en inspecteerde me met één oog half dichtgeknepen. “Dit wordt het. Annelieke!”

8. Annelieke smeerde mijn handen met crème in: “Je hebt vast vaak wondjes.” Ik bevestigde en vroeg haar hoe ze dat wist. “Je hebt droge handen,” zei ze. “Kan ik daar iets tegen doen?” “Insmeren.”

9.
Gaens in pak“Mag ik hierin roken?” vroeg ik aan Clyde.
“Als je die sigaret maar ver genoeg weghoudt.”
“Hoe duur is dit allemaal dan?”
“Zo’n 2000 euro. Die schoenen zijn 350 euro.”
“Ik zal er geen sigaretten mee uitdrukken.” I
Ik sms’te Kim dat ik voor 2000 euro kleren aan had, met een foto. Op die foto hou ik de sigaret angstvallig ver weg van mijn pak. Toen ik hem op de grond uit wilde drukken hoorde ik een gekraak in het pak.
“Probeer niet te veel te bewegen,” zei Clyde.

10. Na de shoot moesten we nog een gedicht opnemen. Clyde vond het tof. Daarna moest ik me op straat omkleden. Annelieke haalde een vochtig doekje over mijn gezicht. Inmiddels was ik best aan de schoenen gehecht. Maar ik moest mijn schoenen van de 24/7 weer aan.

11. Soms, heel soms, denk ik eraan mijn handen in te smeren.

Schoenen Vorige week verscheen het tweede nummer van de CODE NL-editie. Ik sta er samen met Justin Samgar, Lennart Pieters, Malique Mohamud, Maarten Inghels en Typhoon in. Ik draag een grote sjaal van Second Female en schoenen van Diesel Black Gold, maar die laatste staan niet op de foto. 

Dit is over #2: Circuit Zolder

De DOK-crew en de kleur OranjeEva Mouton is dit jaar artist in residence bij DOK in Gent. Ze nodigde Hanneke HendrixWillem ClaassenVincent Zegveld, Joeri van Putten en mij uit om vier dagen daar te komen werken. Samen met Eva, Bert De Geyter en Jonas van Topocopy maakten we in drie dagen een zine op oude Riso’s. De laatste tien exemplaren worden via Topocopy verkocht. Voor foto’s van het zine kun je hier terecht. Voor foto’s van ons verblijf hierHieronder mijn tweede bijdrage. De eerste staat hierCircuitZolderP1CircuitZolderP2Eigenlijk zouden Bert en ik ook muziek gaan maken, maar daar hadden we geen tijd voor. Berts Gretsch stond er echter wel, dus in een vrij uurtje heb ik die gepikt en snel een beat gebouwd – met twee akkoorden, een drumloop en mijn Kaossilator.

Dit is over #1: Roofers

DOK-CrewEva Mouton is dit jaar artist in residence bij DOK in Gent. Ze nodigde Hanneke Hendrix, Willem Claassen, Vincent Zegveld, Joeri van Putten en mij uit om vier dagen daar te komen werken. Samen met Eva, Bert De Geyter en Jonas van Topocopy maakten we in drie dagen een zine op oude Riso’s. De laatste tien exemplaren worden via Topocopy verkocht. Voor foto’s van het zine kun je hier terecht. Voor foto’s van ons verblijf hierHieronder mijn eerste bijdrage. 

RoofersP1RoofersP21De tekst is gebaseerd op dit filmpje:

AGK | Deze wereld zal ons overleven

Dan is het zomer en van alles wordt softijs het hardst getroffen door entropie. Alleen dan – zand in onze schoenen, zout op onze huid – verliezen we dingen, zoals elkaar. Dat meisje uit Parijs is er ook bij. We kunnen niet anders: wat je breekt moet je kopen. In onze ogen gebrek aan slaap en iets anders – iets dat nog niet volledig is aangekomen.

En ondanks alles is het een fantastische dag om naar het strand te gaan.

AGK01