LomoPoems

Als je me op twitter of op facebook volgt is de kans groot dat je al eens een lomopoem voorbij hebt zien komen. Zo niet, dan hier het verhaal:

Vorig jaar met kerst kreeg ik van mijn zus een Supersampler. Ik was tot dan toe tevreden met mijn Fisheye 2 en was eigenlijk niet van plan een lomo-verzamelaar te worden. En toch gooide ik er een rolletje in toen ik naar Berlijn ging.

Toen ik ze had laten ontwikkelen en afdrukken moest ik meteen aan A Softer World denken, een van mijn favoriete webcomics. Ik besloot het idee te jatten.

Tussen de afdrukken zat een foto van Hamburger Banhof in Berlijn. Ik herinnerde me dat dat museum een vleugel vol kunstenaars had die klaarblijkelijk liever architect waren geweest. Ik had daar iets over opgeschreven. En zo werd het eerste lomopoem geboren:

Ik begon de fotogedichten op facebook en twitter te plaatsen en kreeg er toffe reacties op. Zelfs Lomography Magazine kreeg er interesse voor, maar dan moesten ze wel in het Engels zijn. Het idee om een breder publiek ermee te bereiken sprak me wel aan en sinds Amina ben ik niet meer zo bang om iets in het Engels te doen.

Vooralsnog loopt de communicatie met de mensen van Lomo echter niet zo lekker en inmiddels zat ik met een bult lomopoems die alleen zo nu en dan op facebook waren verschenen. Dus heb ik besloten om er zelf een plek voor te maken, op Tumblr. En omdat ik hip ben, ook op facebook en twitter. Ik heb de hele bups erop gezet en ben nu (bufferloos) van plan om er elke twee weken een nieuwe te maken.

Ik ben van plan er postkaarten van te maken en als gelimiteerde prints te verkopen. In de meeste gevallen zullen er Nederlandse versies beschikbaar blijven. Mailen kan met lomopoems [at] denieuwes.com.

Week 6 in Berlijn

In een mailwisseling over Waai kwamen Hanneke, Vincent en ik tot de ontdekking dat we alle drie in Berlijn zouden zijn in week 6. Als Waai ergens komt, maakt Waai een zine. Zo ook nu. We spraken af dat we elkaar niet zouden ontmoeten. Hanneke en ik zouden elkaar een brief schrijven over onze week en Vincent zou foto’s maken. Die moeten dan samen in een zine komen. En dat zine zal er komen. Dit is mijn brief aan Hanneke. Haar brief aan mij staat hier. De foto’s in dit bericht heb ik gemaakt, maar binnenkort is er het zine met de foto’s van Vincent erbij.

Lieve Hanneke,

ik zou kunnen beginnen door te zeggen dat aankomen in Berlijn altijd een beetje thuiskomen is, maar dat is cliché en pathetisch. Het is meer zoals voor het eerst weer gaan zwemmen in de zomer: je kijkt ernaar uit, weet dat je de bewegingen nog kent, maar het gevoel dat je krijgt als je het water inloopt is altijd weer nieuw, voelt altijd weer anders. Bijvoorbeeld kouder dan je gedacht had.

Berlijn was koud deze week. Heel koud. Voor de deuren van Tacheles deelde ik een kop smerige koffie met Bert en een kunstenares die ons een rondleiding gaf – om warm te blijven. Ik ben naar de Kaufhof op Alexanderplatz geweest om een lange unterhose te kopen. En regelmatig doken we weer even het hotel in om warm te worden. Berlijn was koud deze week.

Ik zou je kunnen schrijven over ons hotel, het Michelberger aan de Warschauerstraße, dat gevuld is met verwijzingen naar The Big Lebowski (en waar die film non-stop op de gangen en de kamers draait). Je kunt er wat gaan drinken. De lobby annex café heet Honolulu en de sfeer is er fijn. Ze hebben Brezels. Ik zou je kunnen schrijven over hoeveel ik van de S-Bahn houd. Ik zou je kunnen schrijven over wat ik allemaal gekocht heb (ik heb in het buitenland altijd de neiging veel geld uit te geven). Ik zou je kunnen schrijven over de Kartoffelkeller, waar zelfs de toetjes aardappels bevatten (en die mijn favoriete plek is voor schnitzels). Maar ik schrijf je liever over Anna en de gebouwen. De dingen waar ik altijd over schrijf dus.

Dinsdagochtend stapte Anna op de S-Bahn tussen Potsdamer Platz en de Oranienburgerstraße. Dit keer was ze blond. Ze zag er zacht uit – niet dik, maar zacht. Ze had grote, donkere ogen en zat comfortabel aan het raam in haar spijkerbroek met gaten, sneakers en windbreker. Ze keek naar buiten. Ze leek gelukkig. Niet gelukkig zoals een meisje dat net bij de leukste jongen ter wereld vandaan kwam, maar gelukkig zoals een meisje dat blij is zichzelf te zijn. Blij is met haar leven.

Halverwege de rit zag ze dat ik haar zag en iets later stapten twee incognito controleurs op. Er was drukte, gezoek naar kaartjes en we verloren het sporadische oogcontact. Bij het uitstappen zag ik dat ze twee dreads had. Ze nam dezelfde halte, maar niet dezelfde uitgang, wat zoveel betekent als dat we van elkaar wegliepen.

‘s Avonds zag ik haar weer. Dit keer was ze Jackie Onassis. In de benedenzaal van het C/O (op de hoek van de Oranienburgerstraße en de Tucholskystraße) wordt werk van Ron Galella, oerpaparazzo, tentoongesteld. Er is een foto van Marlon Brando vlak voordat die Rons kaak brak. Er is een foto van de keer daarop dat hij poogde een foto van Marlon te maken. Ron droeg een football-helm. Er is ook een foto van Hitchcock die goud waard is en er is een foto van Mick Jagger die betrapt wordt met Jerry Hall, voordat dat bekend was. Het is iets voor jou, die expositie.

Maar de mooiste foto is van Jackie Onassis. Ron was naar een tenniswedstrijd van haar dochter gegaan. Jackie probeerde hem verwijderd te krijgen, maar dat lukte niet. Dus rende ze zelf maar weg. Op de foto zie je de wegrennende Jackie, ver in een veld. Je ziet niet eens echt dat zij het is, maar je weet het. Volgens het verhaal kwam ze uiteindelijk op een jogging track terecht. Zo is het leven, denk ik. In een documentaire die daar draait wordt beweerd dat Ron verliefd was op Jackie. Zij daarentegen gaf haar lijfwacht de opdracht: “Smash his camera.”

Op de bovenverdieping stond Anna naast me. Dit keer had ze bruin haar, ongelooflijk lange benen en een omgekeerd evenredig kort rokje. We lazen de informatie over de expositie die op die verdieping was, het werk van Gundula Schulze Eldowy. Ik las de Duitse tekst, zij de Engelse. Ik leunde tegen een pilaar, maar Anna danste. Zo leek het tenminste. Ze kon niet stil blijven staan: enerzijds alsof ze pasjes volgde, anderzijds alsof ze zenuwachtig was. Even stonden we helemaal alleen in die gang. Totdat er mensen naar boven kwamen. Ik liep naar links, Anna naar rechts. De tentoonstelling was heftig. Anna was terecht zenuwachtig.

De avond erop dacht ik Anna ook nog te zien bij de kassa van een poëzielezing. Ze was weer blond, maar dit keer geverfd. Ze had lappen stof om zich heen geslagen – het was koud in Berlijn – en grotere ogen dan voorheen. Ze fluisterde omdat de lezing al begonnen was. Normaal als mensen fluisteren klinkt het lelijk, raspend en instabiel. Bij haar niet. Het was een melodieuze, stabiele fluister, ondanks de kou. Later zag ik dat ze Uggs droeg en dus Anna niet kon zijn. Het was een onvergeeflijk vervelende poëzielezing.

Die avond was alweer mijn laatste in Berlijn. Na de lezing gingen Bert en ik meteen terug naar het hotel. We dronken nog een biertje op onze kamer en keken nog een stuk van The Big Lebowski. Bert ging slapen en ik liep nog even doelloos door de lobby, plakte wat stickers, verstopte mijn laatste zines en schreef iets in het gastenboek. Berlijn is een moeilijke stad om te verlaten. Ik sliep slecht, stond vroeg op en kocht drie Brezels voor in de trein. Anna was nergens meer.

Ik heb vergeten je te schrijven over de gebouwen, maar dat geeft niet: ze zijn overal.

Groetjes,
Dennis

P.S.: Doe je de groeten aan Vincent?

Terug naar het eiland?


Dinsdag 10 januari | 19.09 | Waterstand 1168

If you define the wild als self-managing, self-organizing and self propagating, all natural languages are wild systems. The imagination, we can say, for similar reasons, is wild.
Gary Snyder, in een interview met de Paris Review.

Precies een jaar geleden probeerde ik eilander te worden. Voor het eerst in de drie jaar die ik toen op de Vlietberg woonde, kwam het water van de Waal de weg over. Ik zou met een boot aan wal moeten, was de voorspelling. Ik hield een logboek bij van mijn vorderingen in het eilander worden, gelardeerd met citaten van met name Thoreau en Snyder – het populairste wat ik ooit op deze site heb gedaan.

Toen de Waal dit jaar weer begon te stijgen, kwamen met het water de vragen of ik weer thuis vast zou komen te zitten en of ik er weer over ging schrijven. Zeker was er hier genoeg veranderd om over te schrijven. De pick-up van Tattoo-Hans die vorig jaar een glansrol speelde, heeft inmiddels de Vlietberg verlaten. Matthijs en Michiel hebben na het hoogwater juist een pick-up aangeschaft. (In een van die pick-ups reed ik als passagier de afgelopen zomer in het donker door de velden, slalommend tussen de koeien, maar dat is een ander verhaal.) Het voertuig is zo prominent dat het (in duct tape aangebracht) de verkeersborden hier verrijkt en in de grafiek op Johns website officieel het symbool is geworden voor de grens waarop het water de weg over loopt (en de pick-ups echt in actie moeten komen).

Michiel, Matthijs en John zijn zelfs een club begonnen. Je mag erbij als je iets met een laadbak hebt. Ik spaar voor een bakfiets, al vinden ze dat “nu ook weer niet de bedoeling.”

Dit jaar hebben we geen plank voor de deur gemonteerd of een voorraad eten en water aangelegd. We waren rustiger. Er is niks aan de hand. Het is januari, het water stijgt en we zien wel. Ik ben dan misschien nooit een eilander geweest; ik ben hard op weg een echte Vlietberger te worden.

Vlietbergers trekken deze tijd van het jaar gewoon hun laarzen aan en begroeten het water. En ze kanoën in wat eerder hun achtertuin was.

Meer foto’s hier.
Het archief van vorig jaar staat nog steeds online en is er tevens als gratis e-book.

Zine für Berlin: Die Bilder (1)

De honderd zines zijn er doorheen gegaan. Deels weggeven aan enthousiastelingen maar vooral met wasknijpers door de hele stad opgehangen. Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Helaas dus geen zines voor de verkoop. Althans… geen gelukte. Ik heb nog een paar Mangelexemplare, waarop de stempel verkeerd zit, een scheur in de vouwen zit, etc. Die kunt u krijgen, als u mailt en zolang de voorraad strekt.

Één rolletje is nog niet ontwikkeld en gescand. Daarop o.a. (hopelijk) foto’s van Macro, Che en Fuji in Tacheles en nog meer zines bij toeristische trekpleisters.

Morgen draag ik trouwens voor op Habana. Kom langs.