Mijn mensen: Gerrit Komrij

Aftellen. Vandaag: Gerrit Komrij.

Let them eat cake, gelezen door Gerrit Komrij.

Nee, deze is niet nieuw, maar hij is wel het meest gepast. De opname van Gerrit Komrij komt van Met het oog op morgen. In de aanloop naar Prijsuitreiking van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2009 lazen Komrij en Ramsey Nasr om en om een gedicht voor uit de top 100. Ik was blij dat ik daartussen zat. Nog blijer was ik dat Komrij mijn gedicht voorlas. Niet dat ik Nasr een vervelende stem vind hebben, maar die stokkende stem, die melodie van Komrij… daar doe je het voor.

De dag na de uitreiking, na de uitzending van DWDD, dronken we nog een paar biertjes in de studio. Het was Gedichtendag en niemand had Komrij geboekt. Stom natuurlijk, maar ook goed: het werd een gezellige avond met de grootmeester.

Met dit gedicht won ik dus de derde prijs van de hierboven genoemde wedstrijd – dat lijkt me inmiddels wel bekend. Toen ik iemand moest kiezen voor het audioboekversie was het dan ook vrij simpel: het moest deze opname zijn. Ik vroeg Komrij om toestemming en hij vond het meteen goed. Ik moest nog even de rechten van de opnamen regelen met de NOS maar Komrij kon zich niet voorstellen dat ze daar moeilijk zouden doen en anders moest ik het hem maar even laten weten.

Ze deden niet moeilijk.

Ik ben erg blij met deze opname. Waarvoor dank, Gerrit. (En NOS)

De remix van Jop Luberti komt er uiteraard ook op. Of zoals hij in de volksmond genoemd wordt: De Dansbare Komrij.

En nee, ik heb dit jaar niet meegedaan aan de Gedichtenwedstrijd.

Mijn mensen: MiaMia & Lucky Fonz III

Ergens moest het misgaan. Of ja, misgaan… Ergens zou er een dubbele versie komen. Dat moment is aangebroken. Uit het audioboek: MiaMia en Lucky Fonz III.

Toen de Mugwumps voor het eerst de veilige grenzen van Nijmegen verlieten om in Groningen een theatershow te geven, moest dat meteen een optreden van twee uur worden. Nu waren wij wel goed maar niet gek: twee uur naar ons gezwam luisteren doe je niemand aan. Er moest een act bij. Lucky Fonz III was toen nog een het best bewaarde geheim van Nederland. Het was denk ik twee weken voordat hij de Grote Prijs won dat ik hem vroeg: “Ga je mee? Je krijgt geen geld. Wel betalen we je treinkaartje en we geven je biertjes.” Hij zei ja.

Vlak voor het optreden in het USVA in Groningen won Lucky Fonz de Grote Prijs, hetgeen resulteerde in een volle bak bij onze show. Het was de tweede theatershow die we deden en het was meteen uitverkocht. Voor zoveel mensen hadden we nog nooit gespeeld. Ik presenteerde die avond Fremdkörper, twee gedichten met foto’s. Lucky Fonz vond een van die gedichten heel mooi en speelde een liedje waarvan de tekst dezelfde strekking had. Ik vond dat een eer.

Daarna nam zijn carrière een hoge vlucht en ik kwam hem nog wel eens tegen, maar elkaar echt spreken deden we niet meer. Toen het gedicht uit Fremdkörper de bundel haalde, dacht ik wel meteen aan hem voor de audioboekversie. Ik mailde hem op goed geluk.

Maanden hoorde ik niks. Ik mailde nog een herinnering en bedacht toen dat de man het te druk had. Ik moest een vervanger hebben. Toen mailde MiaMia. Ze wilde wel een gedicht voor het audioboek doen. Ik besefte hoe stom het was dat ik haar überhaupt niet gevraagd had in eerste instantie. Ik ken MiaMia nog uit de tijd dat ik redacteur bij ORP was en had haar weblog altijd met veel interesse gevolgd, totdat het een stille dood stierf. MiaMia was altijd al bezig met gedichten op muziek en soundscapes te zetten en natuurlijk moest zij op het audioboek. En zo was interpretatie 1 van Elke bouwgrond bezet gebied een feit:

Elke bouwgrond bezet gebied, uitgevoerd door MiaMia.

Een paar weken geleden belde Otto (de naam waaronder Lucky Fonz III zijn dagelijkse leven leidt). Hij had een verrassing. In mijn mailbox. Samen met Willem Sjoerd had hij het gedicht opgenomen. Ja, hij was een tijdje in Zuid-Afrika geweest en had een enorme mailachterstand. Daarom had hij nog niet geantwoord. En hij vond het leuk om te doen. En hij had het dus maar gewoon gedaan.

Elke bouwgrond bezet gebied, uitgevoerd door Lucky Fonz III.

Bedankt, MiaMia.

Bedankt, Otto.

Mijn mensen: Lea

Nu begint het echte aftellen: nog vier gedichten te gaan, denk ik toch. Deze week: Lea.

Het meisje dat de blues nog zingt, gelezen door Lea.

Lea speelde lang, lang geleden al op de presentatie van de eerste bundel van de Mugwumps. Dat alleen al verdient een plek in het audioboek. Maar er is meer: ik krijg kippenvel als ik Lea hoor zingen. En ik heb haar vaak horen zingen. Eén keer brak ik zelfs mijn been vlak nadat zij White Walls and Hospital Halls zong, wat maar weer bewijst dat de blues en voodoo dicht bij elkaar liggen. Lea is namelijk het meisje dat de blues nog zingt. En ik luister. Graag. (U moet trouwens nu niet gaan denken dat Lea blues maakt. Lea maakt een soort nieuwerwetse folk, het is een beetje zo’n pars pro toto ding maar dan anders.)

Ze heeft onlangs haar (ellen)langverwachte debuutplaat Can I come by? uitgebracht. Ik zeg: kopen! En: Bedankt, Lea.

Mijn mensen: Frank Tazelaar

Oke oke, ik geef het toe: de frequentie is naar beneden geschroefd, omdat ik nog wacht op wat inzendingen. Maar dan toch voor u, voor deze week, deze donderdag: Frank Tazelaar.

De voetgangers zijn ingehuurde acteurs, gelezen door Frank Tazelaar.

Ja, Frank is mijn baas. Dat is echter niet de reden dat hij op het audioboek staat. Waarom dan wel? Een antwoord in de vorm van een anekdote:

Jaren geleden, toen de gulden nog van hout was en wc-papier niet bestond, speelden de Mugwumps in menig zaaltje een literair spelletje genaamd ‘zapliteratuur’. In diezelfde tijd was Willem Sjoerd van Vliet programmamaker bij de Wintertuin. WS mocht toen een stukje programma maken voor het Wintertuinfestival, dat toen nog in Doornroosje plaatsvond. Het thema van het festival was ‘Onder invloed’ en het door WS samengestelde programma (dat naast de Mugwumps uit Benne van der Velde en Robin Block bestond) heette ‘Heldendoders’. De bedoeling was dat we uit eigen werk en uit het werk van enkele van onze helden voorlazen. Om een lang verhaal kort te maken: het was niet ons beste optreden ooit.

“Frank was eigenlijk niet zo’n fan van jou”, zei Willem Sjoerd.

Ik zin altijd op wraak en/of revanche en toen ik de heer Tazelaar een tijdje later tegenkwam op een Audiotoop-avond in de extrapool, raakten we in gesprek. Ik had net een nieuw dingetje gemaakt voor de mugwumps-shows: Fremdkörper, een combinatie van foto’s en gedichten. Dat had ik ook op het internet gezet, als een soort van ebook. Daar had Frank iets over gehoord.
“Ja, nou, dat is eigenlijk meer waar we mee bezig zijn, met de Mugwumps. Theatervarianten van literaire performances, met acteurs, muzikanten en met beeld en zo”, zei ik.
“O, mooi, doen jullie ook iets met film?”, vroeg Frank.
“Ja”, loog ik.
En zo werd de herkansing van de Mugwumps bij de Wintertuin een feit. We zouden alle vier een film maken voor de Koninginnenacht van de Wintertuin.

Ik wilde uitpakken. Eerst trommelde ik Hadewych op om een verhaal van mij op muziek te zetten, daarna ging Mikken en Klikken aan de slag met een animatie gebaseerd op die track. Op de avond zelf nam Hadewych een bandje mee, en vooral: een grote trommel. Alles echo’de hard door de fabriek (waar de avond werd gehouden) heen en toen de laatste echo was uitgestorven hoorde ik iemand schreeuwen: “Geweldig!”

Dat was Frank Tazelaar.

Sinds die keer mocht ik vaker optreden bij de Wintertuin, werd ik betrokken bij het opzetten van de Literaturjugend en vond ik uiteindelijk een baan. Ik heb veel geleerd van Frank, veel contacten opgedaan en veel kansen gehad. Einde anekdote.

Bedankt Frank.

De films die de Mugwumps maakten zijn trouwens nog te zien: hier.

Mijn mensen: Maarten Inghels

We zijn er bijna, qua audioboek. Dit keer: Maarten Inghels.

Blues voor mijn Belgen (in A), gelezen door Maarten Inghels.

Ik geloof niet dat ik Maarten moet voorstellen aan de meeste lezers van dit blog. Hij is de snelstgroeiende dichter van België. En hij is al heel lang. Dat was geloof ik het eerste wat ik tegen hem zei ooit: ‘Je bent langer dan op het internet.’ We hadden al wat mailcontact en hielden elkaars blogs in de gaten en toen Maarten op Onbederf’lijk Vers moest optreden, haalde ik hem een dag eerder op van het station om hem mee te slepen naar een Literaturjugend (en natuurlijk een aantal kroegen).

Op het station stond een lange jongen met een vreemde haardos en een driedagenbaard. Die driedagenbaard bleek later permanent te zijn. De lange jongen had een oude, verweerde leren tas. Dat moest een dichter zijn. Dat moest Maarten Inghels zijn.

Sindsdien hebben we elkaar vaker op het station gezien, zowel in Nijmegen als in Antwerpen, ook al liep dat niet altijd even soepel. Zo kan ik me herinneren dat ik bij Maarten op bezoek ging en hem sms’te: “Ik zit nu in Roosendaal, ben er ver een half uurtje, denk ik.”
Maarten sms’te terug: “Geef me een uur en ik ben er.”
Ik dacht dat dat betekende dat hij er over een uur zou zijn. Ik had het mis. Ik moest hem een tijdstip geven.

Het is tekenend, op een bepaalde manier; Maarten en ik verschillen ook nog wel eens van mening. Dan noemt hij mij ‘underground’ en bedoelt dat ietwat pejoratief. Ik noem hem wel eens ‘dichter’ op die manier. Ondanks dat zie ik hem graag. We drinken koffie, we vatten pinten en we dromen wat weg.

De laatste keer dat ik hem zag leek hij weer langer. Misschien is dat eveneens tekenend. Toen ik hem leerde kennen had hij net zijn eerste publicatie in ORP, het gedicht ‘Strand’ met een veelbetekenende stilte aan het eind (‘zo van je mag nu zwemmen ////// hier’). Inmiddels is hij een niet weg te denken dichter. Hij zette de Eenzame Uitvaart in België op, organiseert het Felix Poetry Festival en komt in januari met een tweede dichtbundel die, naar alle waarschijnlijkheid, zijn naam definitief vestigt. Laat er geen misverstand over bestaan: Maarten Inghels is een dichter. Een erg lange dichter. En een beetje een eenmanszaak.

Ik ben blij dat hij de tijd gevonden heeft wat veelbetekenende stiltes aan mijn gedicht ‘Blues voor mijn Belgen (in A)’ heeft weten toe te voegen. Maarten is een van mijn Belgen.

Bedankt Maarten, we vatten snel weer een pint.