Darwin

wecomeoutnight1y

De voordeur is voor de meesten hier een uitgang. Als je hier vaker niet dan wel bent, blijft het een ingang en bij de ingang liggen strips met paracetamol gepropt in de volle meterkast. Kantoormaten waterflessen staan gestapeld in de gang. De meesten hier hebben het nodig, voordat ze naar buiten stappen.

Buiten gaat het duidelijk om een oorlog.

De eerste camera’s waren geen verassing. Bij de tunnel, waar al drie keer iemand was neergestoken, bij de discotheken (zelfde verhaal, hoger aantal) en de banken (heel ander verhaal). Het waren de eerste camera’s op loze plekken waar we van schrokken. Ze verschenen op willekeurige kruispunten, in straten waar twee bakkers en een belhuis zaten, op pleinen waar je de mensen met het blote oog al niet kon onderscheiden.

Lees verder

Anna en ANS

Anna verkeert in goed gezelschap: op ANS-Online deelt ze webruimte met onder meer De Staat en Tom Barman. Het gaat hierbij om een opgeschoonde versie van het oorspronkelijke Annaverhaal. Het verhaal is ontdaan van onnodige bagage om gereed te zijn voor publicatie in Het Nieuwe Zwart, dat over een maand of twee zal uitkomen. In een vlaag van verstandsverbijstering paste ik ook nog de titel aan.

U kunt mijnheer Barman ook omzeilen door direct naar het verhaal te gaan.

Schreber

volkstuintjes

Eenrichtingsverkeer is een fictie. De manier waarop we ons hier voortbewegen heeft meer weg van een flipperkast tijdens de multiballronde. Alles beweegt alle kanten op, stuitert tegen de muren en probeert zoveel mogelijk uit de goot te blijven. Ik weet wel beter; ik zit een groot deel van de dag op de stoep met Anna. De goot is zo erg nog niet.
Iedereen moet altijd ergens zijn en er is altijd wel wat te doen. Daar kennen we genoeg mensen voor. De truc is genoeg vaart te krijgen om er terecht te komen. Tenminste, als je een plek op de gastenlijst hebt. Voor de feesten van Daniël werd ik al sinds het begin uitgenodigd. Ik ging alleen bijna nooit.

Lees verder

Ons nulsomspel

De zwervers hebben zich altijd al anders bewogen in de stad. Veel meer dan dat ze er doorheen lopen of fietsen, bespelen ze de straten als een bordkartonnen spelbord. Op hun gammele, lang geleden gestolen fietsen. Er is een pool van dat soort fietsen. Die gaat terug zo lang als iedereen zich kan herinneren.

Het zijn fietsen die je altijd overal terugziet. Die nooit op slot staan en waar altijd iemand anders op rijdt. Ze hebben op zijn minst drie verschillende verflagen en vormen een onvervreemdbaar deel van het straatbeeld. Fietsen die bij de stad horen zoals zwervers dat doen.

Zo nu en dan wordt er een nieuwe fiets aan die pool toegevoegd. Het ruikt dan anders in de stad. Naar kettingsmeer en naar lucht die je uit een fietsband laat lopen. Dat is vast inbeelding, maar zo ruikt het.

Lees verder

Deel x

Inderdaad, Willem: het is stil geweest hier. Deels omdat ik nog moest uitrusten van die festivalweek die ik in het vorige bericht besprak. Meer echter, omdat ik even moest nadenken. Niet dat ik een quarterlife crisis steek nadat na mijn studie nu ook dat festival voorbij is. Nee het zit zo:

Op 20 mei 2008 schreef ik (in mijn urban hangmat) uit het niets mijn eerste Anna-verhaal. Ik stuurde het meteen op naar mijn voorspreker Bert met de vraag of het wat was voor de Literaturjugend, diezelfde avond nog. Ik droeg het voor en de respons was goed. De dag daarna op dit log idem dito. Het is misschien overdreven om over een doorbraak te spreken, maar ik had het idee dat ik het eindelijk te pakken had. Dit ging dan toch die roman worden.

Lees verder