Oda Le Noble

OdaLeNobleGisteren werd bekend dat Oda le Noble is overleden. Oda was als ‘de tamboerijnvrouw’ onlosmakelijk verbonden met wat zij haar regiostad noemde: Nijmegen. Tijdens mijn stadsdichterschap sprak ik vaak met haar en ik wilde een gedicht over haar maken, haar routine, haar ideeën in kaart brengen. Omdat ik van elk gedicht destijds iets anders wilde maken, besloot ik dat het een strip moest worden. Joeri van Putten maakte de tekeningen.

Met de uitgave zou een presentatie gepaard gaan, maar Oda had daar haar eigen ideeën over. Die bleken, budgetair en logistiek, onmogelijk te realiseren. Ze bood me er geld voor, maar dat wilde ik niet aannemen. Uiteindelijk verscheen het gedicht dus ook niet. Oda zei: “Het krukje is ook helemaal verkeerd.”

Dat klopt. De tuinstoel is niet het krukje waar haar trommeltje met geld en die ene mandarijn altijd op lag. De rest is denk ik dicht bij de waarheid. Zonder presentatie, meer dan drie jaar na dato: de strip over Oda. Het is denk ik niet het precieze krukje dat we moeten onthouden.
Lees verder

De tekening

De wereldbol en de WaalbrugIk zou drie keer voordragen tijdens de zomerfeesten, op uitnodiging van Stiksoep – een organisatie die zich inzet tegen zwerfvuil. Tijdens een van die optredens zou ik samenwerken met de kunstenaar Ivan Izquierdo, die een tekening ging maken tijdens mijn voordracht. Dat het ging gebeuren was duidelijk, maar wanneer wist niemand.

Zaterdagmiddag was ik ruim een uur voor de geplande voordracht in Galerie Bart. Niemand wist wat het plan was. Wel was er iemand die me aan Ivan kon voorstellen. Toen de organisator er was, vertelde ze dat we die dag samen moesten werken.

Er was geen canvas, er waren geen tekenspullen en misschien nog wel belangrijker: Ivan is Spaans, hij zou geen woord verstaan van wat ik zou voordragen.

We bliezen het af en spraken af om te proberen twee dagen later, op de Kaaij, de samenwerking alsnog door te laten gaan. Ik maakte, bij hoge uitzondering, de setlist van te voren, mailde hem waar de gedichten over gingen en welke beelden er in voor zouden komen.

Hij mailde terug dat hij er zin in had, maar vroeg me of ik de volgorde van de teksten zou kunnen veranderen:

It’s going to be like a mess of drawing over drawing, but I think, if you want, of course, start with these two: ‘Ik en mijn mensen’ and ‘Je moet niet slapen op de Waalbrug’ to put some personages in the drawing and start to play with the idea of the bridge… After that whatever you want and at the middle ‘ik ben een maan’ to play with the machine-moon eyes.

In een tekening moet je eerst wat personages hebben. En een plek.
Dat geldt voor wel meer dingen.

Schets van Ivan

Uiteindelijk kwam Ivan niet. Er was nog steeds geen canvas voor hem geregeld. Voor een tekening heb je uiteindelijk ook een tekenaar nodig. En tekenspullen.

Ik heb denk ik een stuk of dertig analogieën laten liggen. Er zijn lessen te leren hier. Ze zijn voor u.

Hieronder het gedicht dat ik voor Stiksoep schreef.

Lees verder

Je moet niet slapen op je website

Schetsen en Schuiven: WorkshopzineIk zat in de trein van Nijmegen naar Groningen, op weg naar een workshop en een optreden voor Write Now. Tot en met Zutphen was ik druk bezig met het vouwen van zines die ik wilde meegeven aan de deelnemers. Toen ik daarna opkeek zag ik dat de man voor me wilde hoofdbewegingen aan het maken was. Tussen de twee rugleuningen door zag ik hoe een vrouw een eindje verderop vriendelijk naar me glimlachte, alsof ze me gerust wilde stellen: spastische mensen zijn niet eng.

Bij de overstap in Zwolle zag ik de man weer; hij ging ook door naar Groningen. Ik zag niets vreemds aan hem, behalve dat hij een grote koffer bij zich had waarvan ik de vorm niet kon plaatsen. Ik besloot in dezelfde coupé te gaan zitten als de man, maar dan schuin tegenover. In eerste instantie zat hij daar gewoon, strak in pak met die vreemde koffer naast hem. Toen haalde hij een map uit de koffer en legde een stapel papieren op het tafeltje. Hij telde af door op zijn knie te slaan en de bewegingen waren weer terug. Af en toe stopte hij om er iets bij te schrijven, maar meestal knikte hij instemmend, overdreven.

Het was bladmuziek. De man hoorde de muziek terwijl hij las. Hij ging er zo in op, dat hij de hele coupé leek te vergeten. Nu is het niet uitzonderlijk om bladmuziek te kunnen lezen, maar toch. Ik vroeg me af hoe het is als je de enige bent die de muziek hoort. En als de muziek dan ook nog alles is wat er overblijft.

En ik dacht: ik zou weer (meer) moeten gaan bloggen.

Je moet niet slapen op de aalbrugMijn oude site was statisch en tegelijkertijd erg rommelig. Toen ik stadsdichter was, sloeg die site ergens op. Er was altijd wel iets waar ik een persbericht van kon maken of een verslag. Maar nu was die oude site vooral een horde. Het was nogal bewerkelijk om er iets op te plaatsen én te lezen. De template was uitgewoond en rommelig geworden. Dus heb ik de site teruggebracht tot het noodzakelijke. Daarbij zijn de stadsgedichten ook gesneuveld, want ja, ik ben stadsdichter af. Ik heb een selectie ervan opgenomen in een e-book dat, zoals altijd, gratis als EPUB of PDF is te downloaden.

In de vreemde koffer moet overigens, zo deduceerde ik, een accordeon gezeten hebben.

Schering en omslag (Joeri van Putten zwaait af)

Afscheid StadsdichterschapGisteren nam ik afscheid van het stadsdichterschap in Nijmegen. Willem Claassen had een fraai programma in elkaar gedraaid met muziek van Jeroen Lazeroms, Rather Real, Kika Sprangers en Aaron en Florian Bevelander. Daarnaast waren er speeches van Henk Beerten, Frank Tazelaar (pdf), Martijn Brugman en Johan Roos. Het was een verrassingsprogramma dus ik wist niet of ik nog geacht werd een woordje te zeggen. Voor de zekerheid had ik een paar woorden over Joeri van Putten in opgeschreven. Joeri staat niet graag in de belangstelling en al helemaal niet in die van applaudisserende mensen.

Hij heeft geluk gehad. Maar dat zou ik graag recht willen zetten. Hieronder die paar woorden.

Vorige week ben ik drie keer geïnterviewd over mijn afscheid van het stadsdichterschap. In die interviews zei ik steevast ‘we’. Dat was geen bewuste keuze, zo voelt het gewoon.

Ik zie ons daar nog zitten, ruim twee jaar geleden, bij een vuurkorf. Ik was net gevraagd of ik stadsdichter wilde worden en vertelde over mijn bedenkingen, dat het stadsdichterschap zoals het er nu lag eigenlijk niets voor mij was. Joeri zei toen: “Daarom moet je het juist doen. Dan gaan we er gewoon iets vets van maken.” Die ‘we’ is sindsdien niet uit dat stadsdichterschap verdwenen: waar mogelijk sleepte ik Joeri erbij.

Hij maakte de postkaarten, posters, stickers, magneten en bouwplaat op. Samen met Joeri hing ik 400 posters op de Waalbrug: 2200 nietjes, 4 uur werk. Binnen 20 minuten waren ze de volgende dag verwijderd. Voor geen van de dingen die we deden, vroegen we immers vergunningen aan.

En nu zit het erop. Ook Joeri van Putten zwaait af. Laatst zaten we samen in de kroeg om er op te proosten. Het was leuk, maar het was een hoop werk.

Coverontwerpen Schering en Inslag

“Maar dat betekent niet dat we geen projecten meer samen kunnen doen.” zei Joeri. Daarop proostten we een tweede keer.

Eind januari verschijnt mijn tweede bundel, schering en inslag, waar Joeri de cover voor maakte. Als je de verschillende omslagontwerpen bekijkt, kun je goed zien hoe Joeri en ik samenwerken.

Ik moet altijd denken aan een citaat van Chuck Palahniuk als ik Joeri’s eerste ontwerpen krijg:

Twenty years ago, a friend and I walked around downtown Portland at Christmas. The big department stores: Meier and Frank… Fredrick and Nelson… Nordstroms… their big display windows each held a simple, pretty scene: a mannequin wearing clothes or a perfume bottle sitting in fake snow. But the windows at the J.J. Newberry’s store, damn, they were crammed with dolls and tinsel and spatulas and screwdriver sets and pillows, vacuum cleaners, plastic hangers, gerbils, silk flowers, candy – you get the point. Each of the hundreds of different objects was priced with a faded circle of red cardboard. And walking past, my friend, Laurie, took a long look and said, “Their window-dressing philosophy must be: ‘If the window doesn’t look quite right – put more in’.”

Joeri is die gast die er altijd meer instopt. Er zijn keren geweest dat ik hem een beetje moest terugfluiten, maar beter dat dan vooruitbranden. Wat kan ik erover zeggen? De man maakt graag uren. En zonder die uren was mijn stadsdichterschap niet geweest wat het was. Dus als u hem ziet, geef hem een applaus. Hij ziet er ongeveer zo uit, maar dan met een snor:

Joeri van Putten

De Verjaardagen

Gisteren presenteerde Hanneke Hendrix haar debuutroman De Verjaardagen. Willem en ik mochten speechen. Hieronder mijn speech. 

Je kunt een briefje van vijfentwintig geen twintig keer opvouwen

Precies een week geleden vroeg Willem me naar mijn ‘insteek’ voor deze speech. Insteek. Dat had ik niet. Ik heb bij mijn weten nog nooit een insteek gehad.

“Misschien moeten we dat even afstemmen.”, zei Willem. “Ga je iets met haar weblog doen?”
“Nee, misschien wel iets met sms-jes.”, zei ik.
“Dat is toch ook van haar weblog?”
“Oja.”
“We zullen wel veel dezelfde dingen zeggen.”, zei Willem.

Uitgaande sms, naar Kim, 16 september, 21u23:
Willem vroeg me vandaag naar mijn insteek voor de speech. Alsof ik ooit zoiets heb als een ‘insteek.’
Inkomende sms, van Kim, 21u24:
Die sms-jes, dat is toch een insteek?
Uitgaande sms, 21u24:
Dat is geen insteek, dat is een einde.
Uitgaande sms, 21u26:
Wat daarvoor moet komen valt me zwaar.
Inkomende sms, 21u26:
Ok, ik wist niet dat je daarmee ging eindigen. Het lijkt me verschrikkelijk moeilijk.

Altijd als ik het moeilijk begin te vinden en ga twijfelen, ga ik mensen citeren.

Of mijn tekst nummeren.

2.
Ik weet niet meer precies hoe ik Hanneke heb leren kennen. Ik volgde haar blog – waar we (zo leerde ik later) Jenneke Harings eeuwig dankbaar voor mogen zijn. Ik was vrij snel fan. En ontzettend blij dat zo’n goede schrijfster gewoon woonde in de stad die ik als nieuwe thuis had gekozen.
Niet lang daarna deden we een eentweetje met wedstrijden winnen. Hanneke won in 2004 de Nijmeegse voorronde van Write Now, ik in 2005 (Hanneke zat toen in de jury). Ik won vervolgens in 2006 de Lowlands-schrijfwedstrijd, Hanneke in 2007. Als mensen dan vroegen waar Hanneke en ik elkaar van kenden zeiden we: “O, wij winnen om beurten wedstrijden.”

3.
Een jaar nadat Hanneke de Lowlands-wedstrijd had gewonnen, wilde ze een boekje maken. Met mij en Willem. Dat leek haar wel gezellig. En dat was het. Het boek moest in 2008 verschijnen, omdat Hanneke iets met het cijfer acht had. Het Nieuwe Zwart verscheen uiteindelijk in 2009, maar Hanneke had de uitgever overgehaald om er 2008/2009 in te zetten. Dat lukt je alleen als je Hanneke Hendrix bent.

4.
Uitgaande sms, naar Willem, 16 september, 22u11:
Was Het Nieuwe Zwart al uit toen we op die Gentse Feesten voordroegen?
Uitgaande sms, naar Willem, 17 september, 16u20:
Was Het Nieuwe Zwart al uit toen we op die Gentse Feesten voordroegen?
Inkomende sms, van Willem, 17 september, 16u28:
Erna denk ik. De foto’s op facebook stammen uit 2010. Al was het er een jaar voor, dan was het toch na het nieuwe zwart. Ga je fijn over die autorit schrijven?

5.
De eerste en enige echte keer dat ik ruzie had met Hanneke was vlak nadat Het Nieuwe Zwart uit was. Het was in Gent. We moesten daar voordragen op de Gentse Feesten. Willem reed. Op de heenweg maakte ik een foto van mij en Hanneke. Je ziet mij vanaf de achterbank over Hannekes stoel leunen. Ik kijk zo blij als een tiener. Hanneke kijkt als iemand die een blije tiener achter zich heeft. Ze lacht en kijkt uit het raam. Het is mijn favoriete foto van ons tweeën.

Op de terugweg hadden we ruzie. Hanneke en ik zwegen heel hard naar elkaar. Willem reed.

6.
Misschien weer een jaar later wilde Hanneke aan een roman beginnen. Of ik mee wilde lezen.
Nu heb ik nooit het idee gehad dat ik iets zinnigs over Hannekes proza kan zeggen (waarvan akte), omdat ik simpelweg fan ben. En het boek in kwestie zou ook nog eens over de Hooiman gaan. Met de Hooiman was Hanneke gelukt waar ik vandaag nog jaloers op ben: het scheppen van een onvergetelijk personage, een personage dat je gaat beschouwen als iemand die je kent, een vriend misschien, een personage waar je aan blijft denken.

Kortom: Ik was er een beetje bang voor. Maar we spraken een paar keer af, zoals het een Nijmeegse schrijver betaamt in de Blaauwe Hand. Hanneke had altijd veel tekst en nog meer twijfels. Ik kon alleen maar zeggen dat ik het fantastisch vond.

Het enige kritische wat ik me herinner gezegd te hebben is: “Hanneke, je kunt een briefje van vijfentwintig gulden [want Hanneke schreef over guldens] niet twintig keer opvouwen.” Daarop haalden we allebei een biljet uit onze portemonnee en bleek dat inderdaad niet te kunnen.

Niet lang daarna mailde Hanneke niet meer. Op Oranjepop, een half jaar later, vroeg ik haar of ze nog aan de roman bezig was. Ze vertrouwde me toe dat ze aan iets anders was begonnen, een nieuwe roman. Dat mocht ik tegen niemand zeggen. Ze glunderde zoals ik haar zelden had zien glunderen.

7.
Op Oerol dit jaar sprak ik met Hanneke over onze eerste en enige echte ruzie. We wisten allebei niet waar die ook alweer over ging. Hanneke zei dat ze me echt haatte op dat moment. Ik weet zeker dat ze, terwijl ze dat zei, haar tenen kromde. Ik deed dat ook.

8.
Dingen die me aan Hanneke doen denken: schrijfwedstrijden, sms-jes, slechte familiefoto’s, slechte trouwfoto’s, slechte foto’s in het algemeen, slechte reclames, lachen om mensen die het overduidelijk niet hebben begrepen, lachen om mensen die niet kunnen lachen om zichzelf, schemerlampen, theeservies, vinyl, The Smiths, oude films, guldens, sarcasme, het goede soort cynisme, Joni Mitchell, mooie mensen, mooi proza, onvergetelijke personages en het cijfer 8.

9.
Tijdens de Affaire zaten Hanneke en ik bij de Baardwaard. We spraken over haar boek, over alles dat er gebeurd was sinds Het Nieuwe Zwart. “Iedereen vliegt uit.” zei ik. En ik vond dat dat klonk als iets wat Hanneke had kunnen zeggen. Hanneke zei: “Hoezo?” En even daarna: “Maar we blijven wel allemaal hier hoor.”

10.
Uitgaande sms, naar Hanneke, 11 september, 00u37:
Ik woon dus nu tegenover de kluis, waar mensen luidruchtig praten. En ik weet zeker dat net iemand zei: “…van Hanneke Hendrix.” Waarop iemand anders zei: “Hanneke Hendrix?”. Het wordt een bestseller, meisje. Of een cult hit. Win/win-situatie.
Inkomende sms, van Hannke, 00u38: Ooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo [99 O’s]
Inkomende sms, 00u38:
(Dat moet afdeling Take Two zijn geweest.)
Uitgaande sms, 00u40:
Maakt geen fuck uit wie het was. Nu hoor ik het weer.
Inkomende sms, 00u40:
Watdanwatdanwatdan?
Uitgaande sms, 00u40:
Het woord ‘boek’, gevolgd door ‘hanneke’.
Inkomende sms, 00u40:
*slaat wijn naar achter*
Inkomende sms, 00u41:
Zeg wil je echt niet nu al je boek?
Uitgaande sms, 00u41:
Ja eigenlijk wel, maar ik vind het ook wel mooi de enige verjaardagen-maagd op dat feestje te zijn. Ik laat het je weten.
Uitgaande sms, 00u41:
Ah nee. Ik hoorde nu de titel. Haha.
Inkomende sms, 00u41:
Nee echt?
Inkomende sms, 00u41:
Ik slaap er slecht van
Inkomende sms, 00u42:
Gek hoor
Inkomende sms, 00u42:
Dat debuteren.
Uitgaande sms, 00u44:
Ja, het is een hel. Maar wat een fantastische hel.
Inkomende sms, 00u44:
Is
Inkomende sms, 00u44:
Is

11.
Hanneke. Ik ben heel erg benieuwd naar je boek, maar ik heb er geen seconde aan getwijfeld dat het fantastisch gaat zijn. Ik wist ook dat, als ik het al gelezen had, ik er waarschijnlijk weer geen zinnig woord over had kunnen zeggen. Behalve iets met heel veel o’s. Ik ben nog steeds fan. Dus ik zeg liever iets over de auter en dat ik vreselijk trots op je ben. En ik ben blij dat je blijft. Proost.