Kippen: het begin

Een tijdje terug mailde de fantastische Becks (mijn lievelingsredacteur) het volgende:

Grappig dat je die roman zo eng vindt, of proza überhaupt, terwijl je je de helft van de tijd zonder enige moeite in andere genres en kunstvormen lijkt te storten, ook als je dat niet eerder hebt gedaan. Podcasts, Oerolvoorstellingen… als dat allemaal niet eng is, waarom is een roman dat dan wel?

Na schering en inslag was ik de personages uit die bundel in uiteenlopende situaties gaan stoppen, gewoon om te kijken wat er dan met ze gebeurt. Dat dat misschien een roman zou kunnen worden, kwam niet in me op. Totdat ik op een boekpresentatie met Eva Meijer in gesprek raakte. Ik wist dat ze met een derde roman bezig was en ik vroeg hoe het daarmee ging. Ze zei: “Ik heb nu alle losse scènes uitgeprint en morgen ga ik die neerleggen om te kijken wat ik nog nodig heb om daar een roman van te maken.” Dat is althans hoe het in mijn hoofd zit. En ineens klikte er iets.

Ik stuurde een van de scènes naar Becks en sprak meteen mijn twijfels over de haalbaarheid daar een roman van te maken uit. Daarop mailde zij het bovenstaande terug.

Sindsdien grijp ik alle opdrachten/excuses aan (waaronder inderdaad een Oerolvoorstelling en een podcast) om maar niet verder te gaan dan die ene scène. Tot vorige week. Ik luisterde naar de Hybrid Writer’s Podcast van Niels ’t Hooft en al dat (streng aan te raden) gepraat over romans werd me te veel: ik moest maar eens gewoon beginnen.

Ik dacht aan Natalie Goldberg, die in een van haar boeken schrijft over ‘schrijfdates’. Ze belt een bevriende schrijver op en spreekt een bepaalde tijd en plek af om samen te schrijven. Ze zegt ook: “Laat me niet weten of je komt, dan ga ik sowieso.” Gewoon op komen dagen is het halve werk.

Dus ik mailde Becks:

Het is dit: ik zit weer ontzettend uit te stellen. Ik heb geen letter meer aan die roman geschreven. Zojuist heb ik het bestand weer geopend en een timer op 20 minuten gezet, mijn aantekeningen naast het toetsenbord gelegd.

Er moet hier iets gebeuren.

En ik stel dan ook voor: een serieuze deadline. Ik weet dat we ooit iets over januari hadden gezegd, en vaag wat er dan zou komen, maar dat is niet haalbaar. Of er komt een stapel onzin. Maar ik wil dus serieus iets afspreken.

Ik denk: begin april. Een eerste versie. Als de stront dan de ventilator raakt kan ik altijd nog ergens een week verkassen naar iets waar ik in een uitputtingsslag 40 000 woorden schrijf. Of zo.

Eigenlijk hoef je ook helemaal niet op deze mail te reageren.

Maar ze mailde terug:

1 april

No joke! Vluchten kan niet meer! Zou niet weten hoe!

Je moet ergens beginnen.

kippen#1

Megalomanie is een keuze

Een handvol gedachten over de verhouding artikel/stiftgedichten

provocatiestegenstandersaanhangersEen van de vragen die me bij stiftgedichten al een tijdje bezighoudt is de relatie tussen de inhoud van het artikel en de inhoud van het gedicht. Een artikel heeft een bepaald onderwerp en dat onderwerp wordt besproken door middel van bepaalde woorden. Een artikel over De Literaire Zoo put uit een ander jargon, register dan een artikel over de aanleg van de Noord/Zuidlijn. In die zin kiest de stiftdichter het jargon van zijn gedicht alleen in zoverre hij het artikel bewust op uitkiest. Vaak kies ik zelf niet bewust voor een bepaald artikel omwille van de woordkeuze, maar omwille van mooie, interessante beelden, contrasterende woorden in kolommen naast elkaar, etc. Ik vroeg Austin Kleon hoe hij daarover dacht en hij mailde terug:

Most of the time I don’t even read the article before I start trying to find a poem. I just try to treat the article as a big block of words — raw materiaI — you’re trying to link up words that put a picture in your head. Allen Ginsberg called it “shopping for images” (link).

I once made a joke that the business section makes for the worst poems, because that’s where the worst writing in the paper is.  Business writing is full of company names and abstract words like “acquisition”, “merger”, etc. Not to say that I haven’t made a poems from the business section (link). But I do prefer the Life or Arts section, because those both have more concrete nouns and verbs. They’re about people doing things: stealing a car, painting a picture, tearing down a house, etc.

Lees verder

Enkele notities bij alles

Mensen die naar Amerika als ‘de States’ verwijzen en zelf niet uit ‘de States’ komen, moeten worden… enfin, u kent het procedé.

*

Medewerksters van (stations)boekhandels (in Nijmegen) zouden wat selectiever mogen zijn wat betreft tegen wie ze zeggen: ‘Het is hier geen bibliotheek. Even bladeren mag, maar als u het wilt lezen moet u het afrekenen.’ Ze zouden daarbij ook de mensen recht in de ogen moeten durven aankijken. Het is hier geen crèche.

*

Mensen die de boekhandel als bibliotheek behandelen, zouden zich wat strategischer kunnen opstellen. (Lees gerust: niet in de weg staan.)

*

Ik heb gejureerd bij de Kunstbende. Uiteraard in de categorie Taal. Uiteraard zitten daar meisjes bij waarvan je weet dat ze gepest worden. Ik wilde ze vertellen dat het wel goed komt. Dat al die eikels over een paar jaar in een vinexwijk wonen met een trut van een vrouw en jengelende kinderen. Dat het de buitenbeentjes zijn die leuke dingen gaan doen. Ik heb het niet gedaan. Bij deze: na de middelbare school komt alles goed. Echt waar. Behalve in stationsboekhandels.

*

Er lopen nog steeds mensen met Paul Frank T-shirts rond. Ik dacht dat ik daar duidelijk genoeg over was geweest.

*

De groentela is voor biertjes

Enkele notities bij het bevrijdingsfestival

Het zou veel vriendelijker zijn als het defilé je niet omsingelt. Zo met vrijheid en al. Dat scheelt als je een bus wilt halen.

*

Meisjes met zwarte topjes op een spijkerbroek heb je dwars door alle (sub)culturen heen. Het zijn enkel de accessoires (of het ontbreken daarvan) die het verschil maken. En de schoenen, hoewel All Stars ook al aan terrein in alle richtingen winnen.

*

Capoeira is gewoon een excuus om je pyjama aan te houden.

*

Kung Fu is gewoon een excuus om je satijnen pyjama aan te houden.

*

Mensen die het nog wagen om Paul Frank t-shirts te dragen zouden neergeschoten moeten worden. (Gezien de feestelijkheid van 5 mei een niet al te populair standpunt, maar u snapt: ik overdrijf. Een beetje.) Paul Frank is een overschat ontwerper en dat aapje is nooit echt heel erg tof geweest.

*

Kung Fu op Adidas Superstars is ondanks de satijnen pyjama’s wel een beetje stoer.

*

De laatste ving ik op, maar onderschrijf ik alsof het mijn eigen woorden zijn:
‘Ik hou best wel van cultuur, maar als daar een vent in een tutu voor nodig is, haak ik af. ‘