Wij horen hier niet

Joeri in het paviljoen

“Hey Dennis, realiseer je je wel dat we nu een kunstwerk aan het maken zijn?” vroeg Joeri terwijl hij met een roller het paviljoen zwart lakte.
“Uhm… tja.”
“En dat dat ons kunstenaars maakt?”
“Kut.”
“Ja.”

Paneel 1Vijf jaar geleden was ik voor Joeri de jongen die zittend de trap af moest, omdat mijn been in het gips zat. Joeri was voor mij die jongen die ook hiphop draaide. We’ve come a long way since, zeg maar. Joeri had vast nooit gedacht dat ik hem ooit op een podium zou slepen. Ik had nooit gedacht dat ik aan een kunstwerk zou werken.

Maar dat kunstwerk is er. Afgelopen zaterdag werd de tentoonstelling ‘De Passage’ geopend. De tentoonstelling is gebaseerd op een route die langs de dorpen van de gemeente Rheden loopt. Twaalf kunstenaars kregen elk een thema dat met de route te maken had. En alle kunstenaars moesten met een zeshoekig paviljoen of podium werken.

Ik werd benaderd voor het thema literatuur. De gemeente blijkt een rijke literaire geschiedenis te hebben. Jan Siebelink komt er vandaan, Simon Carmiggelt ging er op vakantie en Henriette Roland Holst zat er op een kostschool.

Ik besloot een collage te maken van teksten van schrijvers die een band met de gemeente hadden. Joeri had bedacht dat het wel vet zou zijn als die teksten in elkaar zouden overlopen: de voorste panelen van plexiglas, de achterste massief en op elk een tekst van een andere auteur.

En zo werden we kunstenaars.

Lees verder

Lucy is dood, lang leve Lucy

Fuck you Lucy

Vrijdag reden we de laatste keer in de bus met de stoel, de koelkast en de telefoonmicrofoon. De laatste keer ‘Fuck you Lucy‘ op de heenweg en ‘Nijmeegse Modo‘ op de terugweg.

Na afloop van de show ging ik mijn spullen in de bus gooien. Toen ik terugliep naar de bar werd ik aangesproken door een meisje. Of ik vuur had. Ik gaf haar mijn aansteker en ze gaf hem meteen rond. Het bleek om een hele groep rokers zonder aansteker te gaan. Ik zei: “Hou maar.” Terwijl ik wegliep hoorde ik een ander meisje zeggen: “Heeft er eigenlijk nog iemand sigaretten?”

Voor iedereen die naar Lucy is komen kijken de afgelopen twee jaar: bedankt, het was een fijne rit. Vrijdagavond hebben we de teef begraven. Hier vind je een fotoverslag en hier een recensie.

Update: nog meer foto’s.

Vuistregels (met beperkte buitenshuisdekking)

binden huis/re/gelsDe afgelopen twee weken was ik een van de vier kunstenaars in de eerste Entre-Nous van het AiR Besiendershuis in Nijmegen. Een ‘Entre-Nous’ duurt twee weken. Het gaat om een mini-residenceproject waarbij twee Nijmeegse kunstenaars elk een gast uitnodigen voor een kort maar intensief werkverblijf in Nijmegen. De kunstenaarsvrienden logeren samen in het Besiendershuis – een artistieke blind date dus. Tijdens het verblijf werken de vier kunstenaars samen aan een eindpresentatie voor een breed publiek.

Voor de eerste Entre-Nous waren Gerard Koek en ik gevraagd. Wij nodigden Karin van Pinxteren en Toni van Tiel uit. Samen werkten we twee weken lang aan nieuw werk rondom het thema ‘huis/re/gels’. Dat werk hebben we gebundeld in een boek, waarvan het omslag uit twee stukken vinylvloer bestaat.

De restvorm van de vloerIn totaal maakten we 75 (genummerde) exemplaren van het boek en verspreidden die over de vloer van het Besiendershuis. Afgelopen zondag werd het boek gepresenteerd in het besiendershuis zelf, waarbij bezoekers hun eigen stukje vloer mochten kopen.

Gerard Koek is vertegenwoordigd met zijn ‘Words’ en ‘Fotosculpturen’ die een directe ingreep op het huis zelf zijn. Toni van Tiel maakte bijzonder voorstellen voor buitenkunst met ‘Une petite zone de turbulences’ en zijn ‘Tweetsculptures’. Karin van Pinxteren puzzelt met ‘Parlofoniegotiek’ over vijf eeuwen fluisterliefde voor en achter de zijdeur van het Besiendershuis. (Scroll naar beneden voor foto’s.)

Zelf schreef ik een verhaal over Dave uit schering en inslag en zijn onvermogen een eigen thuis op te bouwen. Daarnaast stelde ik 23 vuistregels op (waarvan één ongeschreven), die op verschillende wijze worden toegelicht. Hieronder regel 18 met toelichting.

Lees verder

LomoPoems

Als je me op twitter of op facebook volgt is de kans groot dat je al eens een lomopoem voorbij hebt zien komen. Zo niet, dan hier het verhaal:

Vorig jaar met kerst kreeg ik van mijn zus een Supersampler. Ik was tot dan toe tevreden met mijn Fisheye 2 en was eigenlijk niet van plan een lomo-verzamelaar te worden. En toch gooide ik er een rolletje in toen ik naar Berlijn ging.

Toen ik ze had laten ontwikkelen en afdrukken moest ik meteen aan A Softer World denken, een van mijn favoriete webcomics. Ik besloot het idee te jatten.

Tussen de afdrukken zat een foto van Hamburger Banhof in Berlijn. Ik herinnerde me dat dat museum een vleugel vol kunstenaars had die klaarblijkelijk liever architect waren geweest. Ik had daar iets over opgeschreven. En zo werd het eerste lomopoem geboren:

Ik begon de fotogedichten op facebook en twitter te plaatsen en kreeg er toffe reacties op. Zelfs Lomography Magazine kreeg er interesse voor, maar dan moesten ze wel in het Engels zijn. Het idee om een breder publiek ermee te bereiken sprak me wel aan en sinds Amina ben ik niet meer zo bang om iets in het Engels te doen.

Vooralsnog loopt de communicatie met de mensen van Lomo echter niet zo lekker en inmiddels zat ik met een bult lomopoems die alleen zo nu en dan op facebook waren verschenen. Dus heb ik besloten om er zelf een plek voor te maken, op Tumblr. En omdat ik hip ben, ook op facebook en twitter. Ik heb de hele bups erop gezet en ben nu (bufferloos) van plan om er elke twee weken een nieuwe te maken.

Ik ben van plan er postkaarten van te maken en als gelimiteerde prints te verkopen. In de meeste gevallen zullen er Nederlandse versies beschikbaar blijven. Mailen kan met lomopoems [at] denieuwes.com.

Overal altijd

Op verzoek van Vincent Zegveld – filmer, fotograaf en ‘kutkraker’ bij Waai – schreef ik (meer dan een jaar geleden alweer) een monoloog bij een korte film die hij wilde schieten op 8mm. Het resultaat: Overal altijd. In de tekst breng ik een kleine hommage aan Coleridge, zoals anderen voor mij deden. Een eerste montage van Vincents film is net af, waarvan akte.

Like one that on a lonesome road
Doth walk in fear and dread,
And having once turned round walks on,
And turns no more his head;
Because he knows a frightful fiend
Doth close behind him tread.

– Samuel Taylor Coleridge, The Rime of the Ancient Mariner

1

Alles is altijd hetzelfde. Ik ken
deze plek, dit hek.

Ik ken een hek.
Dat is genoeg.

Overal waar je gaat,
daar ben je.

2

De bossen, de velden… ze zijn allemaal hetzelfde.

Ik kan me de keer dat ik voor het eers een boom zag niet herinneren. Ik was waarschijnlijk met mijn broer, zoals toen nog altijd het geval was.

Ik herinner me wel het bos aan de overkant van de beek.
In de winter liep het onder en als het vroor kon je tussen de bomen doorschaatsen.
Niet dat we schaatsten. We gleden, stelden ons voor dat we superhelden waren, probeerden de poses die we in strips hadden gezien.

De takken aan de bomen braken al bij de geringste aanraking.
Het had met de kou te maken, maar wij dachten dat we goden waren.

Alleen op die plek
en alleen als het al dagen vroor, waren we goden.

3

Dit is niet veel anders.

Overal waar ik ga,
daar ben ik.

4

Ik ken deze plek, dit water.

Water bevriest overal op dezelfde manier. De kleinere plassen sneller dan de grote, maar vroeg of laat bevriest het water.

Vroeg of laat is het ijs dik genoeg.

Vaak later dan je denkt.

5

De wind heeft nergens een kleur, maar hij is altijd wat hij is, god weet wat.

Takken buigen altijd hetzelfde, alsof bomen kunnen leunen.

Soms alsof ze een buiging maken, de bladeren een applaus.

Mijn broer klom een keer in een boom om omlaag te springen, bovenop een kartonnen doos die we aan de voet hadden neergelegd. Het was een dom idee. We hadden het afgekeken van TV. Iemand was van een wolkenkrabber op een groot blok gestapelde kartonnen dozen gesprongen.

Wij hadden geen wolkenkrabbers.
Wij hadden één doos, zo’n bananendoos.

Mijn broer bleef even liggen, ik trok aan zijn T-shirt, schreeuwde iets en toen keek hij op, grijnzend. Hij ging staan, klopte de rotzooi van zich af en maakte een buiging.

Soms lijkt het alsof de bomen dat weten. Alsof ze een buiging maken.

Soms kun je niet anders dan beleefd terugknikken.

6

Alleen als iets breekt
verandert er iets;

als er iets breekt
of de bliksem inslaat.

7

Ik verdwaalde regelmatig.

Mijn broer was altijd degene met het gevoel voor richting.
Ik was degene met het zakmes.
Niet dat dat me ooit
geholpen heeft.

Het eindigde er altijd mee dat ik ergens was waar ik niet mocht komen.

Of dat ik vastliep.

8

Dit is niet veel anders.

Overal waar je gaat,
daar ben je.

9

Mijn broer vertelde me altijd dat ik de weg uiteindelijk ook zelf wel zou hebben gevonden.

Dat geloofde hij echt.
Het was alleen al laat het begon donker te worden.
Daarom kwam hij me halen.

We zien elkaar niet meer.

10

Iemand vertelde me ooit een verhaal over een schipper die in vlaag van verstandsverbijstering een albatros neerschoot en dat beest bij wijze van boetedoening om zijn nek droeg.

Zo voel ik me vaak.

Overal waar ik ga,
daar ben ik.

11

Er zijn plekken waar we goden zijn. Ik ken die plekken.

Ik ken er een, dat is genoeg.

12

Ik geloofde altijd dat vroeg of laat de bliksem overal een keer inslaat. Dat het ijs altijd later dan je denkt pas dik genoeg is. Soms lijkt het alsof de bomen dat weten. Dat ze daarom een buiging maken.

Ik heb geleerd dat je altijd beleefd terug moet knikken.

Overal waar ik ga,
daar ben je.