Just going

“You boys going to get somewhere, or just going?” We didn’t understand his question, and it was a damned good question.
Jack Kerouac

“Ben jij iemand die volgens een schema schrijft of begin je gewoon?” vroeg Jelko.

Ik begin gewoon. Soms komt een schema halverwege, soms pas aan het einde, vaak pas in de herschrijving. Soms is er eerst een einde, soms een enkele zin, meestal een scène die om gezelschap vraagt. Zolang er nog geen idee of schema is, is het gewoon schrijven. Ik kan weinig zeggen over waar ik mee bezig ben.

'Kippen' in de kaartenbakDe laatste tijd bevond ik me vaak in een situatie waarin iemand vroeg: “Waar ben jij nu mee bezig?”
“Ik ben bezig,” zou het enige correcte antwoord zijn. Maar ik probeer beleefd te blijven, dus meestal vertel ik dan dat ik de personages uit schering en inslag in allerlei situaties aan het stoppen ben en kijk wat daaruit komt. Er staat een bestand op mijn computer dat de naam Kippen draagt en een kleine 3000 woorden telt. Op mijn bureau staat een kaartenbak met nog een stuk of vijftien kaarten waar dezelfde titel op staat en allerlei aantekeningen die ik (meestal in bed) heb neergepend.

Dat is ongeveer alles wat ik erover kan zeggen. “Wordt het een roman?” Misschien. De laatste keer dat ik zei dat ik een roman ging schrijven, faalde ik hopeloos. Nu hou ik het vooral op ‘personages in situaties’ en de situaties blijven komen.

De Titaan #1Om niet geheel in stilzwijgen te vervallen, heb ik laatst twee van die scènes opgepoetst voor De Titaan. Het resultaat is een kort verhaal dat Iets uit New Orleans heet. Deel 1 kun je hieronder lezen, voor deel 2 moet je De Titaan kopen. Doe het.

Lees verder

Het lijkt wel proza

Het blijft vreemd, gerecenseerd worden. De helft van de tijd vind ik mezelf hardop roepend: “Ja, maar dat heb je gewoon helemaal verkeerd begrepen.” Van de andere kant: als het verkeerd begrepen wordt, staat het er misschien gewoon niet heel helder.

Het zijn niet per se de positieve recensies waar ik blij van word en de negatieve recensies die mijn dag verkloten. Het zijn de recensies waarin iets begrepen wordt, waarin een persoonlijke relatie aangegaan wordt. Ik kan me de recensie van mijn eerste bundel door Erik Lindner herinneren. Die had het begrepen, maar was ook kritisch.

Het zijn die recensies, waarin je het gevoel krijgt dat er iets aangekomen is, die de burger moed geven.

Maar het blijft een vreemd ding.

Dat gezegd hebbende: er zijn twee nieuwe recensies van schering en inslag verschenen. Op Meander en op Tzum. U mag zelf kiezen waar ik me begrepen voel.

Fucking sokken

Sommige teksten zijn er ineens. Fucking sokken is zo’n tekst.

Begin april vorig jaar had ik al een klein jaartje aan schering en inslag gewerkt, maar steeds per gedicht. Ik had geen idee of het grotere narratief overeind stond en daar werd ik zenuwachtig van. Ik wist niet of ik het af ging maken.

Ik mailde mijn uitgever dat hij maar een deadline moest stellen, omdat ik er anders nooit rustig voor ging zitten. Daarna belde ik mijn vader of ik een week bij hem kon komen logeren. Mijn vader beschikt over een klein kamertje zonder internet en ik heb geen vrienden waar hij woont. Het leek me de perfecte plek om een weekje rustig te gaan schrijven. Mijn vader vond dat prima.

Ik stopte alles wat ik tot dan toe had in een map, kocht een stapel indexkaarten en ruimde een week vrij voor mijn retraite. En vrijwel meteen waren de zenuwen weg. Ik besloot niet meer naar de gedichten te kijken voordat ik bij mijn vader was.

In de week voor de retraite begon ik ineens aan een tekst te schrijven. Ik had het plan gevat om elke ochtend ongeveer 200 woorden op te schrijven zonder terug te kijken. Elke ochtend pakte ik mijn ringband en schreef die 200 woorden, zonder te weten wat voor tekst het nou zou worden. Al snel ging de tekst over Dani. Voor de rest kwam erin wat ik tegenkwam. Op een ochtend, voordat ik ging schrijven, ruimde ik de droger leeg. En zo kwamen de sokken in het verhaal.

Ik vertrok naar mijn vader met de gedichten voor schering en een paar aan elkaar geniete ringbandbladen met daarop de kleine 1500 woorden die uiteindelijk Fucking sokken zouden worden. Elke ochtend en middag werkte ik aan de bundel, elke avond typte ik 200 woorden van het ringbandverhaal over. Aan het eind van de week had ik driekwart bundel en een kort verhaal.

Ik liet het verhaal liggen. Ik wist niet wat ik ermee wilde. Ik dacht erover om het in te sturen naar tijdschriften, maar vond dat het verhaal beter verdiende. Niets tegen literaire tijdschriften verder, maar dit verhaal was niet zomaar een verhaal.

Toen mailde Olivier Heiligers. Ik ken Olivier nog uit de tijd van de Mugwumps. Hij had samen met Oscar Wyers een strip gemaakt en later heb ik zijn hulp ingeschakeld bij de totstandkoming van Fauser.

Olivier wilde meedoen aan een wedstrijd en vroeg me of ik zijn stripverhaal wilde redigeren. Hij maakte twee versies die ik van commentaar voorzag en won uiteindelijk niets. Maar hij mailde wel om me te bedanken. En of hij nog iets terug kon doen. Of ik misschien een verhaal had liggen waar hij illustraties bij kon maken.

Zo werd het idee geboren: Fucking sokken zou een ‘companion piece’ worden bij de bundel. Inhoudelijk is het een vervolg op de Dani-gedichten in die bundel – al is het niet noodzakelijk dat je die gedichten kent.

Werkelijk alles aan dit verhaal is stap voor stap gegaan. Maar nu, een jaar later, ligt het er: Fucking sokken, het zine. Een kleinood van zestien pagina’s met illustraties.

U kunt Fucking sokken bestellen door uw adresgegevens te mailen naar fuckingsokken [at] denieuwes.com.  Dan mail ik u terug waar u de €2,50 die het kost naar kunt overmaken.

Fucking sokken op de post

Vuistregels (met beperkte buitenshuisdekking)

binden huis/re/gelsDe afgelopen twee weken was ik een van de vier kunstenaars in de eerste Entre-Nous van het AiR Besiendershuis in Nijmegen. Een ‘Entre-Nous’ duurt twee weken. Het gaat om een mini-residenceproject waarbij twee Nijmeegse kunstenaars elk een gast uitnodigen voor een kort maar intensief werkverblijf in Nijmegen. De kunstenaarsvrienden logeren samen in het Besiendershuis – een artistieke blind date dus. Tijdens het verblijf werken de vier kunstenaars samen aan een eindpresentatie voor een breed publiek.

Voor de eerste Entre-Nous waren Gerard Koek en ik gevraagd. Wij nodigden Karin van Pinxteren en Toni van Tiel uit. Samen werkten we twee weken lang aan nieuw werk rondom het thema ‘huis/re/gels’. Dat werk hebben we gebundeld in een boek, waarvan het omslag uit twee stukken vinylvloer bestaat.

De restvorm van de vloerIn totaal maakten we 75 (genummerde) exemplaren van het boek en verspreidden die over de vloer van het Besiendershuis. Afgelopen zondag werd het boek gepresenteerd in het besiendershuis zelf, waarbij bezoekers hun eigen stukje vloer mochten kopen.

Gerard Koek is vertegenwoordigd met zijn ‘Words’ en ‘Fotosculpturen’ die een directe ingreep op het huis zelf zijn. Toni van Tiel maakte bijzonder voorstellen voor buitenkunst met ‘Une petite zone de turbulences’ en zijn ‘Tweetsculptures’. Karin van Pinxteren puzzelt met ‘Parlofoniegotiek’ over vijf eeuwen fluisterliefde voor en achter de zijdeur van het Besiendershuis. (Scroll naar beneden voor foto’s.)

Zelf schreef ik een verhaal over Dave uit schering en inslag en zijn onvermogen een eigen thuis op te bouwen. Daarnaast stelde ik 23 vuistregels op (waarvan één ongeschreven), die op verschillende wijze worden toegelicht. Hieronder regel 18 met toelichting.

Lees verder

Scheermes en slagroom: de eerste reacties (bijgewerkt)

Joeri van Putten met een pakketjeHet tweede beest schering en inslag is nu een kleine maand uit. De eerste reacties op de bundel zijn al binnen. Zo was ik te gast bij De Avonden, dat interview kun je hier terugluisteren. Een paar dagen na de presentatie schreef Joep van Ruiten een open, openhartige en vooral interessante brief aan mij. Die brief vormt ook de basis voor een recensie in het Dagblad van het Noorden waarin hij schrijft:

(…) een vluchtig en toch scherp portret van een groep jonge mensen die zich hebben verzameld  bij de oprit naar de overmijdelijk snelweg. Een vriendengroep, die met de kont tegen de krib leeft, in de geest van Titaantjes, de Vfjftigers, A Clockwork Orange, de Maximalen en Trainspotting. Je zou het Young Urban Poetry kunnen noemen. Wat vooral telt is dat Gaens (1982) zich nog niet wil vastpinnen. Dat hij bewust kiest voor de twijfel tussen afhaken en invoegen.

Daarnaast verschenen er recensies op cultuurbewust – “Schering en Inslag vertelt een boeiender verhaal dan menig roman” – en op Cutting Edge:

Vrienden die elkaar verlaten, vormt Dennis Gaens’ uitgangspunt voor ‘schering en inslag’ – een soort novelle vermomd als gedichtenbundel. (…) jawel, van draad over schering naar inslag tot stof vormt deze gedichtenbundel een ingenieus weefproces.

Tot zover. Joeri is er blij mee. Dat zie je zo.