Kippen: Alleen de parachute is echt

1513784_10204234785766706_3150284084671605158_nEen maand of vijf geleden kondigde ik hier aan dat ik met een roman ging beginnen. Niet lang daarna werd ik gevraagd om uit te leggen hoe je dat doet, een roman schrijven. Op basis daarvan werd ik dan weer gevraagd door De Ruwe Gelderlander om mijn ’systeem’ in kaart te brengen (onder dit bericht). Nu word ik aangekondigd met ’Momenteel werkt hij benijdenswaardig gestructureerd aan zijn debuutroman.’

Terwijl de simpele waarheid is: ik heb geen enkel idee. Echt niet. Ik heb nog nooit een roman geschreven. Toen ik een halfjaar geleden besloot dat toch te doen, moest ik iets van een vangnet hebben. Enter het systeem. Ik wilde kijken of ik überhaupt 50.000 woorden kon schrijven. Ik had een gat tot begin april, dus ik rekende uit dat ik ongeveer 2.500 woorden per week moest schrijven. Zonder plan verder, gewoon schrijven.
Kippen (Bulk)Het is 1 april en die 50.000 woorden zijn er. Een roman nog niet. Er is een basis, maar om daar een roman van te maken moet er een nieuw systeem komen. En even een pauze.

Sorry. Ik heb nooit willen doen alsof ik het antwoord heb. Maar misschien is een antwoord geven genoeg. In Daily Rituals van Mason Currey zegt Nicholas Barker het volgende over routine:

What I’ve found with daily routines, is that the useful thing is to have one that feels new. It can almost be arbitrary. You know, you could say to yourself, ‘From now on, I’m only going to write on the back porch in flip flops starting at four o’clock in the afternoon.’ And if that feels novel and fresh, it will have a placebo effect and it will help you work. Maybe that’s not completely true. But there’s something to just the excitement of coming up with a slightly different routine. I find I have to do it for each book, have something different.

Alleen de parachute is echt. Dit was de parachute voor het afgelopen halfjaar:

sketchnotes-RuweGelderlander

Dear Mr. Watterson

Ik kan me nog herinneren hoe ik nachten lang mezelf wijsmaakte dat ik nog maar één pagina Calvin & Hobbes zou lezen. Het was een strip die ik ooit van mijn zus gekregen had en het eerste dat ik ooit heb verzameld. En ik ben niet echt een verzamelaar. Ik heb veel spullen, maar weinig verzamelingen. Later zou ik bevriend raken met de ’nieuwe jongen in de klas’ precies om die strip. Dat het kan, een vriendschap op basis van een werk.

Deze week vroeg een student me hoe je de passie in het schrijven houdt en ook in een optreden waar je voor de zoveelste keer dezelfde tekst doet. Buddy Wakefield zegt dat een tekst altijd en onder alle omstandigheden werkt, als hij maar goed is. Dat is deel van het antwoord. Om dat te bewerkstelligen moet er iets in de tekst zitten dat waar is. En dat mij en het publiek verbindt: dit geldt voor ons allemaal. Geloof me, ik ben me bewust van de pretentie die van die gedachte uitgaat.

Gisteren keek ik de documentaire Dear Mr. Watterson (Netflix), over de strip die me een vriend opleverde. Op driekwart van de documentaire — in het deel dat erover ging waarom Bill Watterson nooit merchandise van zijn strip wilde toelaten — kwam er een citaat van hem langs:

People invest only a few seconds reading any strip, but the cartoonist can talk to readers for years on end, and that’s an incredible amount of access to people’s minds. It’s an exceedingly rare privilege to have your work read by people every day, year after year. If you’re inclined to go beyond jokes and say something heartfelt, honest, or thoughtful, you have a tremendous opportunity.

Dat is een ander deel van het antwoord. Misschien is het ook hetzelfde antwoord. Maud Vanhauwaert zegt het in een interview dat later deze maand in ondercast verschijnt als volgt: „Ik vind het een enorme daad, iets publiceren. Je pretendeert wel dat je iets toe gaat voegen aan deze werkelijkheid.” Het geldt volgens mij voor elke manier waarop je een tekst (of uiting) presenteert aan een publiek.

Ik weet dat het niet hetzelfde is als elke dag een strip te publiceren die door miljoenen mensen wordt gelezen, maar welke publicatie, welk optreden dan ook is een enorme mogelijkheid. En een eer. Het is toegang tot iemands hoofd. Dat is best wel wat. Iets om dankbaar voor te zijn. En iets om te verdienen. Hoe futiel een publicatie of een optreden ook mag lijken, je krijgt een vertrouwen dat je niet mag beschamen.

We kunnen er iets mee, met die kunst van ons. Er zijn dagen dat het veel van je vraagt, maar als het echt als iets anders dan een privilege begint te voelen, is het tijd om iets anders te gaan doen.

dearmrwatterson

P.S.: Hier is een fraaie speech van Bill Watterson te vinden.

Mr. Buddy Buddy

Het is raar om een van je helden drie weken over de vloer te hebben. Ik heb al een paar keer de vraag gekregen wat ik ervan geleerd heb. Ik vind dat moeilijk onder woorden te brengen. Ik geloof nu wel dat osmose bij mensen bestaat. De rest komt wellicht over een maand, bijvoorbeeld in een extra aflevering van ondercast die in voorbereiding is. Tot die tijd: dit zijn mijn sketchnotes van een workshop die Buddy Wakefield in die drie weken gaf.

buddysketchnote