Huisregels (stiftgedicht als stadsgedicht)

Ik ben nog een klein half jaar stadsdichter. De teller van ‘gedichten in functie’ staat inmiddels op 21. Daarvan zijn er 15 in de categorie ‘gelegenheidsgedichten’ en zes onder die van ‘stadsgedichten’ verschenen op deze site. Die laatste zes zijn echter ook een soort van gelegenheidsgedichten. Toen ik pas stadsdichter was, had ik (vooral mezelf) beloofd niet alleen gelegenheidsdichter te zijn. En toch zocht ik altijd een gelenheid om een gedicht aan op te hangen.

Bij dit gedicht los ik dan eindelijk mijn belofte in: volledig gelegenheidloos, dit.

Een aanleiding is er wel. Een tijd terug zat ik op een donderdagnacht in de laatste trein van Utrecht naar Nijmegen te praten met een niet nader genoemde medewerker van het KCG. We spraken over ideeën die ik nog wilde realiseren voordat ik stadsdichter af was en uit het niets zei hij:

“Weet je waar jij eens een stadsgedicht over moet schrijven?”

Hij vertelde over een plek waar ik een paar keer per week langsfiets (of -brom). We blijken vaker dezelfde route te nemen, deze medewerker van het KCG en ik. En op die plek, langs die route hing een bord. Hij wist niet precies te vertellen wat erop stond, maar wel dat het ‘maf’ was.

Ik had al vaker met het idee gespeeld om van een stadsgedicht een stiftgedicht te maken. Toen ik het bord in kwestie las, was het duidelijk.

Restte alleen nog de vraag wat de rol van Smoove Business zou zijn in de vormgeving van dit gedicht. Een stiftgedicht is immers al iets grafisch. Joeri, hoe vaak hij ook klaagt dat ik hem zoveel werk op de hals haal, was stiekem toch wel een beetje beledigd. Maar we vonden een oplossing. Waarvan akte. Joeri kan dat soort dingen. Waarvan akte.

Het gedicht is gedrukt op magneten en verschijnt in een oplage 100 te pas en te onpas op verkeersborden, parkeerautomaten en auto’s in Nijmegen. Op twintig stuks na. Die verloot ik onder de mensen die voor 25 juni* weten van welk bord dit stadsgedicht een stiftgedicht is. En natuurlijk het antwoord stuurt naar huisregels [at] denieuwes.com 

Pim Franssen is overigens uitgesloten van deelname.

P.S.: Dat het gedicht nu toch nog iets van actualiteitswaarde heeft vanwege de recente parkeerperikelen, is puur toeval. En mooi meegenomen.

Zo

Zo

Toen ik Austin Kleon een tijdje terug een paar vragen stelde, gaf hij aan dat hij weinig gedichten uit het economiekatern van de krant maakte:

I once made a joke that the business section makes for the worst poems, because that’s where the worst writing in the paper is.  Business writing is full of company names and abstract words like “acquisition”, “merger”, etc. Not to say that I haven’t made a poems from the business section (link). But I do prefer the Life or Arts section, because those both have more concrete nouns and verbs. They’re about people doing things: stealing a car, painting a picture, tearing down a house, etc.

Bovenstaand stiftgedicht komt uit het economiekatern van het NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag, over bezuinigingen van Minister Donner. Het bewijst maar weer eens hoe romantisch het economiekatern wel niet is.

Workshop Stiftdichten (#2)

Vodpod videos no longer available.

Voor een langzamere versie (lees: manueel doorklikken) klik hier.

Als ik op een Vlaamse snelweg rijd, voel ik me altijd een beetje alsof ik me door vijandelijk terrein beweeg. Misschien is het het rood/wit van de nummerplaten, die passen niet bij het zachtaardige volk. Nederlanders grappen altijd over hoe slecht de snelwegen in België zijn, en dat zijn ze ook, maar wat mij opviel: elke derde afslag draagt de naam van een biermerk. Belgen hebben gewoon andere prioriteiten, en tercht.

Een afslag die niet naar een biertje is vernoemd is de afslag naar Strijtem. Die heet namelijk gewoon ‘Heidestraat’ en valt het best te omschrijven als een ‘gepromoveerd fietspad’. Na nog een keer dwars op de weg al het verkeer tegengehouden te hebben (dit is overigens de plek waar ik mijn respect wil uiten voor de geduldige Belgen), vier keer een verkeerde straat in te rijden en de motor vier keer af te laten slaan (dit is overigens de plek waar ik moet zeggen dat ik normaal wel redelijk kan rijden), was ik dan eindelijk op het Strijtemplein te Strijtem: Kunst in de Luwte.

Lees verder