Willem was vroeger een goede boer

(Of: geïnteresseerd in het buurmeisje)

Willem Claassen heeft een nieuw boek uit. Ik heb plannen om een podcast te beginnen. Dat zijn twee ongerelateerde feiten, maar ook ongerelateerde feiten komen samen.

Afgelopen weekend presenteerde Willem De koe die de Waal over zwom, een korte verhalenbundel over zijn coming of age tussen de koeien in Beuningen.Ik had mijn nieuwe recorder bij me om testopnames te maken. Tijdens de presentatie sprak ik met Willems broer, Peer, die de boerderij heeft overgenomen. Op een scherm achter ons werden beelden van de boerderij geprojecteerd. Die zitten in onderstaande opname uiteraard niet, maar die mag u er zelf bijdenken.

Het interview wordt afgesloten met Willems voordracht van het titelverhaal. Om met Komrij te spreken: hier heeft u het.

Cover-DeKoe

(Als je op de cover klikt, kom je op de website van de Wintertuin. Daar kun je nog meer verhalen uit het boek lezen of – beter nog – het beest bestellen.)

Sartorial Menswear

Clear is the new black. Artists and models, let’s go to hell together.
– Buck 65, Kennedy Killed the Hat

1.
IMG-20130928-WA0000Terwijl ik dit stuk tik, zie ik dat ik een nieuw wondje op mijn hand heb. Ik heb altijd wondjes op mijn handen. Ik heb zelden een idee waar ze vandaan komen. Als vroeger iemand vroeg hoe ik aan die wondjes kwam, zei ik: “Weet ik niet.” Tegenwoordig zeg ik: “Ik heb droge handen.”

2.
Het begon, zoals zoveel dingen, met een telefoontje. Van Sharda van CODE, een modemagazine voor mannen. Ze vertelde dat ze een artikel gingen schrijven over dichters en dat daar dan een fotoshoot bij kwam: “We brengen journalistieke verhalen over mensen die wat ons betreft relevant zijn. Die mensen kleden we aan en fotograferen we.” De laatste keer dat iemand me had aangekleed was toen ik mijn eerste pak kocht. De man die het me aanmat zei dat ik een dikke kont had.

3.
Op het telefoontje volgde een mailtje. “Deze serie gaat over sartorial menswear met een twist.” Het blijkt dat ‘sartorial’ niet een metalband is, maar een soort casual: “Mooie pakken (geen zakenpakken) met hele grote shawls.”

4.
Ik ben iemand die ‘sjekkie’ schrijft in plaats van ‘shaggie’. Ik schrijf ‘sjaal’ in plaats van ‘shawl’.

FxCam_13807431972465.
In het mailtje stond ook nog: “Da’s niet iets dat ik jou direct heb zien dragen op de beelden die ik van je heb gezien. Maar ik denk dat dit erg goed gaat passen.” En of ik mijn maten door wilde geven.

6.
Uit de callsheet bleek dat de shoot drie uur zou duren. Maarten Inghels zou er die dag ook zijn. Tussen hem en mij was iemand anders, dus konden we een biertje gaan drinken. “Het is niet iets wat ik zou dragen,” zei Maarten. En: “Toen ik vroeg waar de sjaal vandaan kwam zei die stylist ‘van picknickdekens.nl'”

7. “Die schoenen heb je van de 24/7 ,” was het eerste dat Clyde, de stylist, tegen me zei. Ik was onder de indruk dat hij een zaak in Nijmegen kende. “Ik kom overal,” zei hij. Hij liet me verschillende pakken uitproberen, frunnikte dan aan mijn kraag, deed een stap terug en inspecteerde me met één oog half dichtgeknepen. “Dit wordt het. Annelieke!”

8. Annelieke smeerde mijn handen met crème in: “Je hebt vast vaak wondjes.” Ik bevestigde en vroeg haar hoe ze dat wist. “Je hebt droge handen,” zei ze. “Kan ik daar iets tegen doen?” “Insmeren.”

9.
Gaens in pak“Mag ik hierin roken?” vroeg ik aan Clyde.
“Als je die sigaret maar ver genoeg weghoudt.”
“Hoe duur is dit allemaal dan?”
“Zo’n 2000 euro. Die schoenen zijn 350 euro.”
“Ik zal er geen sigaretten mee uitdrukken.” I
Ik sms’te Kim dat ik voor 2000 euro kleren aan had, met een foto. Op die foto hou ik de sigaret angstvallig ver weg van mijn pak. Toen ik hem op de grond uit wilde drukken hoorde ik een gekraak in het pak.
“Probeer niet te veel te bewegen,” zei Clyde.

10. Na de shoot moesten we nog een gedicht opnemen. Clyde vond het tof. Daarna moest ik me op straat omkleden. Annelieke haalde een vochtig doekje over mijn gezicht. Inmiddels was ik best aan de schoenen gehecht. Maar ik moest mijn schoenen van de 24/7 weer aan.

11. Soms, heel soms, denk ik eraan mijn handen in te smeren.

Schoenen Vorige week verscheen het tweede nummer van de CODE NL-editie. Ik sta er samen met Justin Samgar, Lennart Pieters, Malique Mohamud, Maarten Inghels en Typhoon in. Ik draag een grote sjaal van Second Female en schoenen van Diesel Black Gold, maar die laatste staan niet op de foto. 

Kutgitaar op Facing Pages

Afgelopen weekend was Arnhem het middelpunt van de onafhankelijke magazinewereld. Daar vond namelijk Facing Pages plaats, een exposities en lezingenprogramma rondom het onafhankelijke tijdschrift of zoals ze het zelf zeggen:”the magazines we believe are topnotch capturers of contemporary culture.”

En ja, Kutgitaar was uitgenodigd, uiteraard. Oscar en ik tekenden samen in de kroeg onze powerpoint op een A4’tje en dat werkte ik uit. Martijn ‘Scorsese’ Brugman filmde het resultaat.

Week 6 in Berlijn

In een mailwisseling over Waai kwamen Hanneke, Vincent en ik tot de ontdekking dat we alle drie in Berlijn zouden zijn in week 6. Als Waai ergens komt, maakt Waai een zine. Zo ook nu. We spraken af dat we elkaar niet zouden ontmoeten. Hanneke en ik zouden elkaar een brief schrijven over onze week en Vincent zou foto’s maken. Die moeten dan samen in een zine komen. En dat zine zal er komen. Dit is mijn brief aan Hanneke. Haar brief aan mij staat hier. De foto’s in dit bericht heb ik gemaakt, maar binnenkort is er het zine met de foto’s van Vincent erbij.

Lieve Hanneke,

ik zou kunnen beginnen door te zeggen dat aankomen in Berlijn altijd een beetje thuiskomen is, maar dat is cliché en pathetisch. Het is meer zoals voor het eerst weer gaan zwemmen in de zomer: je kijkt ernaar uit, weet dat je de bewegingen nog kent, maar het gevoel dat je krijgt als je het water inloopt is altijd weer nieuw, voelt altijd weer anders. Bijvoorbeeld kouder dan je gedacht had.

Berlijn was koud deze week. Heel koud. Voor de deuren van Tacheles deelde ik een kop smerige koffie met Bert en een kunstenares die ons een rondleiding gaf – om warm te blijven. Ik ben naar de Kaufhof op Alexanderplatz geweest om een lange unterhose te kopen. En regelmatig doken we weer even het hotel in om warm te worden. Berlijn was koud deze week.

Ik zou je kunnen schrijven over ons hotel, het Michelberger aan de Warschauerstraße, dat gevuld is met verwijzingen naar The Big Lebowski (en waar die film non-stop op de gangen en de kamers draait). Je kunt er wat gaan drinken. De lobby annex café heet Honolulu en de sfeer is er fijn. Ze hebben Brezels. Ik zou je kunnen schrijven over hoeveel ik van de S-Bahn houd. Ik zou je kunnen schrijven over wat ik allemaal gekocht heb (ik heb in het buitenland altijd de neiging veel geld uit te geven). Ik zou je kunnen schrijven over de Kartoffelkeller, waar zelfs de toetjes aardappels bevatten (en die mijn favoriete plek is voor schnitzels). Maar ik schrijf je liever over Anna en de gebouwen. De dingen waar ik altijd over schrijf dus.

Dinsdagochtend stapte Anna op de S-Bahn tussen Potsdamer Platz en de Oranienburgerstraße. Dit keer was ze blond. Ze zag er zacht uit – niet dik, maar zacht. Ze had grote, donkere ogen en zat comfortabel aan het raam in haar spijkerbroek met gaten, sneakers en windbreker. Ze keek naar buiten. Ze leek gelukkig. Niet gelukkig zoals een meisje dat net bij de leukste jongen ter wereld vandaan kwam, maar gelukkig zoals een meisje dat blij is zichzelf te zijn. Blij is met haar leven.

Halverwege de rit zag ze dat ik haar zag en iets later stapten twee incognito controleurs op. Er was drukte, gezoek naar kaartjes en we verloren het sporadische oogcontact. Bij het uitstappen zag ik dat ze twee dreads had. Ze nam dezelfde halte, maar niet dezelfde uitgang, wat zoveel betekent als dat we van elkaar wegliepen.

‘s Avonds zag ik haar weer. Dit keer was ze Jackie Onassis. In de benedenzaal van het C/O (op de hoek van de Oranienburgerstraße en de Tucholskystraße) wordt werk van Ron Galella, oerpaparazzo, tentoongesteld. Er is een foto van Marlon Brando vlak voordat die Rons kaak brak. Er is een foto van de keer daarop dat hij poogde een foto van Marlon te maken. Ron droeg een football-helm. Er is ook een foto van Hitchcock die goud waard is en er is een foto van Mick Jagger die betrapt wordt met Jerry Hall, voordat dat bekend was. Het is iets voor jou, die expositie.

Maar de mooiste foto is van Jackie Onassis. Ron was naar een tenniswedstrijd van haar dochter gegaan. Jackie probeerde hem verwijderd te krijgen, maar dat lukte niet. Dus rende ze zelf maar weg. Op de foto zie je de wegrennende Jackie, ver in een veld. Je ziet niet eens echt dat zij het is, maar je weet het. Volgens het verhaal kwam ze uiteindelijk op een jogging track terecht. Zo is het leven, denk ik. In een documentaire die daar draait wordt beweerd dat Ron verliefd was op Jackie. Zij daarentegen gaf haar lijfwacht de opdracht: “Smash his camera.”

Op de bovenverdieping stond Anna naast me. Dit keer had ze bruin haar, ongelooflijk lange benen en een omgekeerd evenredig kort rokje. We lazen de informatie over de expositie die op die verdieping was, het werk van Gundula Schulze Eldowy. Ik las de Duitse tekst, zij de Engelse. Ik leunde tegen een pilaar, maar Anna danste. Zo leek het tenminste. Ze kon niet stil blijven staan: enerzijds alsof ze pasjes volgde, anderzijds alsof ze zenuwachtig was. Even stonden we helemaal alleen in die gang. Totdat er mensen naar boven kwamen. Ik liep naar links, Anna naar rechts. De tentoonstelling was heftig. Anna was terecht zenuwachtig.

De avond erop dacht ik Anna ook nog te zien bij de kassa van een poëzielezing. Ze was weer blond, maar dit keer geverfd. Ze had lappen stof om zich heen geslagen – het was koud in Berlijn – en grotere ogen dan voorheen. Ze fluisterde omdat de lezing al begonnen was. Normaal als mensen fluisteren klinkt het lelijk, raspend en instabiel. Bij haar niet. Het was een melodieuze, stabiele fluister, ondanks de kou. Later zag ik dat ze Uggs droeg en dus Anna niet kon zijn. Het was een onvergeeflijk vervelende poëzielezing.

Die avond was alweer mijn laatste in Berlijn. Na de lezing gingen Bert en ik meteen terug naar het hotel. We dronken nog een biertje op onze kamer en keken nog een stuk van The Big Lebowski. Bert ging slapen en ik liep nog even doelloos door de lobby, plakte wat stickers, verstopte mijn laatste zines en schreef iets in het gastenboek. Berlijn is een moeilijke stad om te verlaten. Ik sliep slecht, stond vroeg op en kocht drie Brezels voor in de trein. Anna was nergens meer.

Ik heb vergeten je te schrijven over de gebouwen, maar dat geeft niet: ze zijn overal.

Groetjes,
Dennis

P.S.: Doe je de groeten aan Vincent?

Punkers, evergreens en spelfouten

Iets later dan gepland, maar het is er: Stadsgedicht #5, ter gelegenheid van Nationale Gedichtendag. Ja inderdaad, dat is inmiddels alweer een week geleden. Dit stadsgedicht had een hoog Murphy-gehalte.

Aan de vooravond van gedichtendag trad ik op in de Vera – waar ze goddank nog steeds een select aantal posters zeefdrukken. Daar stond ik met Ellen Deckwitz, Daan Doesborgh, Sieger MG en John ‘Evidently Chickentown’ Cooper Clarke op de planken van de Vera. Ik kan u garanderen dat dat het mooiste feestje van die avond was. Waar dan ook. Cooper Clarke was jarig en dat moest gevierd worden, met zijn gebruikelijke mix van stand-up en rauwe poëzie (al dan niet gemompeld):


(Opgenomen door de aardige geluidsman van de Vera, die van mij een biertje kreeg in ruil voor een CD met opname van de hele avond.)

Stiekem wilden Daan en ik wel met hem op de foto (en Ellen wil sowieso altijd wel op de foto), maar we konden moeilijk ombeurten met onze mobiele telefoons kiekjes maken. Gelukkig was daar Jan Glas, die naast het best bewaarde poëtische talent van Groningen ook nog eens een geweldige fotograaf is. Daan en ik strikten Jan en beloofden hem backstage te loodsen om ons met een van onze jeugdhelden op de foto te zetten. Enigszins gegeneerd vroeg ik aan John of hij met ons op de foto wilde. En of hij daarvoor even mee de gang op wilde, want het licht in zijn backstagekamer was niet zo goed.

John bleek een verdomd relaxte kerel en willigde in. En zo stonden we in een hoekje op de gang en begon er iemand te zingen. Volgens mij was het John die I will survive inzette. Daarna werden we een soort jukebox van slechte klassiekers. Venus kwam voorbij, maar ook Livin’ la vida loca. Het was een medley die zijn weerga niet kende. Om ons heen verzamelden zich mensen die zich vast afvroegen of ze een ambulance moesten bellen. Of de politie. Maar gelukkig was Jan Glas een van die mensen en leek het nog enigszins op een fotoshoot wat daar gebeurde. Waarvan akte op Jans flickr-stream. Ook al sliep ik weinig, wat ik sliep was de slaap der rechtvaardigen. Of in ieder geval der gelukkigen.

De volgende ochtend moest ik er vroeg uit om les te geven op ArtEZ en me Nijmegenwaarts te spoeden want daar zou (als alles goed was) de poster met het nieuwe stadsgedicht op me wachten. Het was nogal een stressig ding geweest om het op tijd af te krijgen voor die avond, maar de drukker had geleverd. Het gedicht was er. En vrijwel meteen zag iemand de spelfout. Ik had de verkeerde versie naar Joeri (SmooveBusiness) gestuurd. En als je een spelfout naar de drukker stuurt, maak je er meteen vijfhonderd. Ik kocht wat stiften en mijn lief verbeterde zo goed en kwaad als het kon een handvol posters voor die avond. Daar presenteerde ik het gedicht op de Dichtersnachten – zie hieronder.

Johan Roos ontdekte nog een fout en Kim van Kaam verbeterde nog her en der wat en het ding kon meteen weer naar de drukker. Althans, als Joeri’s computer niet gecrashed was. Hij had de bestanden, die bestanden waren onbereikbaar.

Maar vandaag, precies een week na gedichtendag is het er: mijn gedicht voor gedichtendag. Het thema van die dag was Stroom en dan kom je in Nijmegen natuurlijk al heel snel bij de Waal uit. Omdat ik al een gedicht over de brug had geschreven, wilde ik dit gedicht daar een soort vervolg op laten zijn. Dat ziet u vast zelf ook wel. De poster gaat nu naar de drukker en is vanaf eind volgende week weer leverbaar. Als je er een wilt, mail je adres naar stroom [at] denieuwes.com en hij gaat van de drukker zo de post op. Natuurlijk is het gedicht ook hier te lezen.