Zine für Berlin: Die Bilder (1)

De honderd zines zijn er doorheen gegaan. Deels weggeven aan enthousiastelingen maar vooral met wasknijpers door de hele stad opgehangen. Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Helaas dus geen zines voor de verkoop. Althans… geen gelukte. Ik heb nog een paar Mangelexemplare, waarop de stempel verkeerd zit, een scheur in de vouwen zit, etc. Die kunt u krijgen, als u mailt en zolang de voorraad strekt.

Één rolletje is nog niet ontwikkeld en gescand. Daarop o.a. (hopelijk) foto’s van Macro, Che en Fuji in Tacheles en nog meer zines bij toeristische trekpleisters.

Morgen draag ik trouwens voor op Habana. Kom langs.

Stilte

Resultaat van mijn voornemen om meer te gaan bloggen laat nog even op zich wachten. Na een goede start begin dit jaar, stijgen de opdrachtteksten en aanverwanten me tot de lippen en verwaarloos ik u, mijn lieve internetkinderen, een beetje. Wees gerust: ik maak het goed, zo snel mogelijk. Zo kan ik u vertellen dat het nieuwe stadsgedicht binnenkort gepresenteerd wordt. Onderwerp en locatie houd ik nog even voor mezelf.

In de tussentijd kunt u zich vermaken (of niet) met een opname van mijn voordracht tijdens de presentatie van Stilte, geste, stem van René ten Bos. Vers uit mijn (van het koortszweet nog natte) bed droeg ik daar een aantal gedichten voor, waaronder een speciaal voor die avond geschreven gedicht. Dat gedicht is na te lezen op de site van het Soeterbeeck Programma. Ik dacht die avond zelf dat de voordracht echt abominabel was, maar bij het terugzien vind ik het wel meevallen. Niet mijn scherpste moment, maar voor iemand met koorts en een hoofd vol snot…

Kijk, er zit een play-button op mijn snoet:

Er gebeurde nog meer op dat podium trouwens.

De Ketting

Gisteravond was er een Mugwumpreünie, u weet wel… die jongens. Dat hadden we al een tijdje gepland. Iets minder lang gepland was dat ik mee zou doen aan De Ketting, een onderdeel van De Avonden. Daarvoor zou ik gebeld worden, tijdens die reünie dus. Ik heb nog even getwijfeld of ik niet beter vroegtijdig naar huis kon gaan om op een stille kamer en zo zen mogelijk Jeroen van Kan te woord te staan. Ik bedacht me echter: je bent een Mugwump je blijft een Mugwump.

“Het komt wel goed”, zeiden de jongens. Vooral Boris, die mediatraining heeft gehad. De oplossing was: de kroeg uit en een straatje in de buurt inlopen en dat zou rustig genoeg zijn. Dit is hoe het uitpakte:

Twintig minuten voordat ik gebeld zou worden, zat ik met Boris op het verwarmde terras. Ik bedacht me dat mijn telefoon de laatste tijd wel eens uit zichzelf uitging, dus ik controleerde het scherm regelmatig. Toen ging de telefoon en liep ik, luisterend naar Sufjan Stevens, een straatje door. Het regende. Dat was niet het plan. Ik vond een portiek met een deur die leek op een deur die nu niet meer open zou gaan. Verlicht en droog. Net op tijd voor het interview.

Na de zevende vraag kreeg ik de deur die niet open zou gaan in mijn rug (u kunt de deur horen). Toen moest ik tegelijkertijd zoeken naar een nieuwe plek en vragen beantwoorden. Ik vond een garage, met een lamp. De garage zag er ook al uit alsof ze niet meer open zou gaan. Ik stond nu wel in de regen. Met een blaadje. Ik beantwoordde vragen over F. Starik en vroeg me af hoe we daar terecht waren gekomen.

Een paar vragen verder, vlak voor de voordracht, kwamen er twee koplampen op me af en ging de garagedeur waar ik voor stond automatisch open. Ik liep verder en noemde een aantal beelden uit het gedicht van Delphine Lecompte, het gedicht waarop ik reageerde. Ik vond een bouwterrein. Als ik hier weggejaagd zou worden, zou het de politie zijn. En dat zou toch wel mooie radio zijn.

Ik werd niet weggejaagd. Ik luisterde naar de radio, door mijn telefoon, op een bouwterrein midden in de stad. Ik had een natgeregend blaadje in mijn hand waarvan ik zo moest gaan voordragen. Met bijna geen licht. Ik was bang dat mijn telefoon precies nu zou uitvallen.

Maar dat gebeurde niet. Ik droeg voor. Praatte nog even na en zei iets over dichters en afwassen wat ik echt meen. En toen was het voorbij. Ik liep vrolijk terug naar het café, nog altijd luisterend naar de radio, via mijn telefoon. Toen kwam de redactrice weer aan de lijn die ‘bedankt’ zei. Ik begreep dat ik moest ophangen. Ik had graag nog even geluisterd.

Ik kwam de kroeg binnen en daar zaten de Mugwumps aan alweer nieuwe speciaalbieren. “Geef die jongen een biertje.”

Het werd laat. In de NDRGRND tekende iemand een snor op mijn gezicht.