En de ander (theatertour)

Drie jaar geleden klom ik tijdens een stroomstoring op de twee Hammonds van Orgel Vreten. Vorig jaar speelden we samen een theatervoorstelling op Oerol. Het afgelopen jaar hebben we hard gewerkt om die voorstelling uit te breiden en theaterklaar te maken. Morgen begint de tour – mijn eerste echte tour. In een kleine vier maanden spelen we 30 shows door het hele land.. Ik kan niet goed uitleggen hoe nieuw, spannend, eng en bizar het is dat we dit gaan doen. Ik kan je wel vragen om te komen kijken. Misschien klim ik wel weer op de orgels. Check de speellijst hier.

Wij horen hier niet

Joeri in het paviljoen

“Hey Dennis, realiseer je je wel dat we nu een kunstwerk aan het maken zijn?” vroeg Joeri terwijl hij met een roller het paviljoen zwart lakte.
“Uhm… tja.”
“En dat dat ons kunstenaars maakt?”
“Kut.”
“Ja.”

Paneel 1Vijf jaar geleden was ik voor Joeri de jongen die zittend de trap af moest, omdat mijn been in het gips zat. Joeri was voor mij die jongen die ook hiphop draaide. We’ve come a long way since, zeg maar. Joeri had vast nooit gedacht dat ik hem ooit op een podium zou slepen. Ik had nooit gedacht dat ik aan een kunstwerk zou werken.

Maar dat kunstwerk is er. Afgelopen zaterdag werd de tentoonstelling ‘De Passage’ geopend. De tentoonstelling is gebaseerd op een route die langs de dorpen van de gemeente Rheden loopt. Twaalf kunstenaars kregen elk een thema dat met de route te maken had. En alle kunstenaars moesten met een zeshoekig paviljoen of podium werken.

Ik werd benaderd voor het thema literatuur. De gemeente blijkt een rijke literaire geschiedenis te hebben. Jan Siebelink komt er vandaan, Simon Carmiggelt ging er op vakantie en Henriette Roland Holst zat er op een kostschool.

Ik besloot een collage te maken van teksten van schrijvers die een band met de gemeente hadden. Joeri had bedacht dat het wel vet zou zijn als die teksten in elkaar zouden overlopen: de voorste panelen van plexiglas, de achterste massief en op elk een tekst van een andere auteur.

En zo werden we kunstenaars.

Lees verder

Kutgitaar op Facing Pages

Afgelopen weekend was Arnhem het middelpunt van de onafhankelijke magazinewereld. Daar vond namelijk Facing Pages plaats, een exposities en lezingenprogramma rondom het onafhankelijke tijdschrift of zoals ze het zelf zeggen:”the magazines we believe are topnotch capturers of contemporary culture.”

En ja, Kutgitaar was uitgenodigd, uiteraard. Oscar en ik tekenden samen in de kroeg onze powerpoint op een A4’tje en dat werkte ik uit. Martijn ‘Scorsese’ Brugman filmde het resultaat.

Overal altijd

Op verzoek van Vincent Zegveld – filmer, fotograaf en ‘kutkraker’ bij Waai – schreef ik (meer dan een jaar geleden alweer) een monoloog bij een korte film die hij wilde schieten op 8mm. Het resultaat: Overal altijd. In de tekst breng ik een kleine hommage aan Coleridge, zoals anderen voor mij deden. Een eerste montage van Vincents film is net af, waarvan akte.

Like one that on a lonesome road
Doth walk in fear and dread,
And having once turned round walks on,
And turns no more his head;
Because he knows a frightful fiend
Doth close behind him tread.

– Samuel Taylor Coleridge, The Rime of the Ancient Mariner

1

Alles is altijd hetzelfde. Ik ken
deze plek, dit hek.

Ik ken een hek.
Dat is genoeg.

Overal waar je gaat,
daar ben je.

2

De bossen, de velden… ze zijn allemaal hetzelfde.

Ik kan me de keer dat ik voor het eers een boom zag niet herinneren. Ik was waarschijnlijk met mijn broer, zoals toen nog altijd het geval was.

Ik herinner me wel het bos aan de overkant van de beek.
In de winter liep het onder en als het vroor kon je tussen de bomen doorschaatsen.
Niet dat we schaatsten. We gleden, stelden ons voor dat we superhelden waren, probeerden de poses die we in strips hadden gezien.

De takken aan de bomen braken al bij de geringste aanraking.
Het had met de kou te maken, maar wij dachten dat we goden waren.

Alleen op die plek
en alleen als het al dagen vroor, waren we goden.

3

Dit is niet veel anders.

Overal waar ik ga,
daar ben ik.

4

Ik ken deze plek, dit water.

Water bevriest overal op dezelfde manier. De kleinere plassen sneller dan de grote, maar vroeg of laat bevriest het water.

Vroeg of laat is het ijs dik genoeg.

Vaak later dan je denkt.

5

De wind heeft nergens een kleur, maar hij is altijd wat hij is, god weet wat.

Takken buigen altijd hetzelfde, alsof bomen kunnen leunen.

Soms alsof ze een buiging maken, de bladeren een applaus.

Mijn broer klom een keer in een boom om omlaag te springen, bovenop een kartonnen doos die we aan de voet hadden neergelegd. Het was een dom idee. We hadden het afgekeken van TV. Iemand was van een wolkenkrabber op een groot blok gestapelde kartonnen dozen gesprongen.

Wij hadden geen wolkenkrabbers.
Wij hadden één doos, zo’n bananendoos.

Mijn broer bleef even liggen, ik trok aan zijn T-shirt, schreeuwde iets en toen keek hij op, grijnzend. Hij ging staan, klopte de rotzooi van zich af en maakte een buiging.

Soms lijkt het alsof de bomen dat weten. Alsof ze een buiging maken.

Soms kun je niet anders dan beleefd terugknikken.

6

Alleen als iets breekt
verandert er iets;

als er iets breekt
of de bliksem inslaat.

7

Ik verdwaalde regelmatig.

Mijn broer was altijd degene met het gevoel voor richting.
Ik was degene met het zakmes.
Niet dat dat me ooit
geholpen heeft.

Het eindigde er altijd mee dat ik ergens was waar ik niet mocht komen.

Of dat ik vastliep.

8

Dit is niet veel anders.

Overal waar je gaat,
daar ben je.

9

Mijn broer vertelde me altijd dat ik de weg uiteindelijk ook zelf wel zou hebben gevonden.

Dat geloofde hij echt.
Het was alleen al laat het begon donker te worden.
Daarom kwam hij me halen.

We zien elkaar niet meer.

10

Iemand vertelde me ooit een verhaal over een schipper die in vlaag van verstandsverbijstering een albatros neerschoot en dat beest bij wijze van boetedoening om zijn nek droeg.

Zo voel ik me vaak.

Overal waar ik ga,
daar ben ik.

11

Er zijn plekken waar we goden zijn. Ik ken die plekken.

Ik ken er een, dat is genoeg.

12

Ik geloofde altijd dat vroeg of laat de bliksem overal een keer inslaat. Dat het ijs altijd later dan je denkt pas dik genoeg is. Soms lijkt het alsof de bomen dat weten. Dat ze daarom een buiging maken.

Ik heb geleerd dat je altijd beleefd terug moet knikken.

Overal waar ik ga,
daar ben je.