Kutgitaar op Facing Pages

Afgelopen weekend was Arnhem het middelpunt van de onafhankelijke magazinewereld. Daar vond namelijk Facing Pages plaats, een exposities en lezingenprogramma rondom het onafhankelijke tijdschrift of zoals ze het zelf zeggen:”the magazines we believe are topnotch capturers of contemporary culture.”

En ja, Kutgitaar was uitgenodigd, uiteraard. Oscar en ik tekenden samen in de kroeg onze powerpoint op een A4’tje en dat werkte ik uit. Martijn ‘Scorsese’ Brugman filmde het resultaat.

Overal altijd

Op verzoek van Vincent Zegveld – filmer, fotograaf en ‘kutkraker’ bij Waai – schreef ik (meer dan een jaar geleden alweer) een monoloog bij een korte film die hij wilde schieten op 8mm. Het resultaat: Overal altijd. In de tekst breng ik een kleine hommage aan Coleridge, zoals anderen voor mij deden. Een eerste montage van Vincents film is net af, waarvan akte.

Like one that on a lonesome road
Doth walk in fear and dread,
And having once turned round walks on,
And turns no more his head;
Because he knows a frightful fiend
Doth close behind him tread.

– Samuel Taylor Coleridge, The Rime of the Ancient Mariner

1

Alles is altijd hetzelfde. Ik ken
deze plek, dit hek.

Ik ken een hek.
Dat is genoeg.

Overal waar je gaat,
daar ben je.

2

De bossen, de velden… ze zijn allemaal hetzelfde.

Ik kan me de keer dat ik voor het eers een boom zag niet herinneren. Ik was waarschijnlijk met mijn broer, zoals toen nog altijd het geval was.

Ik herinner me wel het bos aan de overkant van de beek.
In de winter liep het onder en als het vroor kon je tussen de bomen doorschaatsen.
Niet dat we schaatsten. We gleden, stelden ons voor dat we superhelden waren, probeerden de poses die we in strips hadden gezien.

De takken aan de bomen braken al bij de geringste aanraking.
Het had met de kou te maken, maar wij dachten dat we goden waren.

Alleen op die plek
en alleen als het al dagen vroor, waren we goden.

3

Dit is niet veel anders.

Overal waar ik ga,
daar ben ik.

4

Ik ken deze plek, dit water.

Water bevriest overal op dezelfde manier. De kleinere plassen sneller dan de grote, maar vroeg of laat bevriest het water.

Vroeg of laat is het ijs dik genoeg.

Vaak later dan je denkt.

5

De wind heeft nergens een kleur, maar hij is altijd wat hij is, god weet wat.

Takken buigen altijd hetzelfde, alsof bomen kunnen leunen.

Soms alsof ze een buiging maken, de bladeren een applaus.

Mijn broer klom een keer in een boom om omlaag te springen, bovenop een kartonnen doos die we aan de voet hadden neergelegd. Het was een dom idee. We hadden het afgekeken van TV. Iemand was van een wolkenkrabber op een groot blok gestapelde kartonnen dozen gesprongen.

Wij hadden geen wolkenkrabbers.
Wij hadden één doos, zo’n bananendoos.

Mijn broer bleef even liggen, ik trok aan zijn T-shirt, schreeuwde iets en toen keek hij op, grijnzend. Hij ging staan, klopte de rotzooi van zich af en maakte een buiging.

Soms lijkt het alsof de bomen dat weten. Alsof ze een buiging maken.

Soms kun je niet anders dan beleefd terugknikken.

6

Alleen als iets breekt
verandert er iets;

als er iets breekt
of de bliksem inslaat.

7

Ik verdwaalde regelmatig.

Mijn broer was altijd degene met het gevoel voor richting.
Ik was degene met het zakmes.
Niet dat dat me ooit
geholpen heeft.

Het eindigde er altijd mee dat ik ergens was waar ik niet mocht komen.

Of dat ik vastliep.

8

Dit is niet veel anders.

Overal waar je gaat,
daar ben je.

9

Mijn broer vertelde me altijd dat ik de weg uiteindelijk ook zelf wel zou hebben gevonden.

Dat geloofde hij echt.
Het was alleen al laat het begon donker te worden.
Daarom kwam hij me halen.

We zien elkaar niet meer.

10

Iemand vertelde me ooit een verhaal over een schipper die in vlaag van verstandsverbijstering een albatros neerschoot en dat beest bij wijze van boetedoening om zijn nek droeg.

Zo voel ik me vaak.

Overal waar ik ga,
daar ben ik.

11

Er zijn plekken waar we goden zijn. Ik ken die plekken.

Ik ken er een, dat is genoeg.

12

Ik geloofde altijd dat vroeg of laat de bliksem overal een keer inslaat. Dat het ijs altijd later dan je denkt pas dik genoeg is. Soms lijkt het alsof de bomen dat weten. Dat ze daarom een buiging maken.

Ik heb geleerd dat je altijd beleefd terug moet knikken.

Overal waar ik ga,
daar ben je.

What have you done for me lately?

Ik weet het, ik heb lang niets meer van me laten horen hier. Mijn moeder zei dat deze week al tegen me. Dat het tijd werd voor een update. Het probleem daarbij is dat ik razend veel gedaan heb, maar niet steeds met concrete resultaten. Soms moet er ook werk achter de schermen gedaan worden, zodat ik u begin volgend jaar weer met een stortvloed aan projecten kan overvallen.

Allereerst is daar Kopstoot. Het magazine van Eva Mouton. In de drie-en-nog-wat-jaar die ik voor de wintertuin heb mogen werken heeft bijna geen enkel project me zoveel hoofdpijn, ongemakkelijke situaties en slapeloze nachten opgeleverd als dit magazine. Maar geen enkel project is dat alles zo hard de moeite waard geweest als dit project.

En dan heb ik het over twee jaar geleden dat dit idee kwam via de avond dat we min of meer huilend tegenover elkaar stonden tot aan vanavond. Maar vooral die keer dat Eva hier kwam om het magazine vorm te geven en ze mij van tevoren sms’te: Het is toch ook wel mooi weer in Nijmegen? Ik heb een open tas bij me. Dat was het moment waarop ik wist wat iedereen moet weten: Eva heeft gelijk. Punt.

De afgelopen maand hebben we de laatste puntjes op de i gezet, het magazine gedrukt en gepresenteerd. En het is geweldig geworden. Ik ben enorm trots op dit ding. Bestellen kun je bij de Wintertuin. Voor een gesigneerd exemplaar kun je bij Eva terecht.

Daarnaast werken we rustig door aan Lucy, die momenteel weer eens een gedaanteverwisseling ondergaat. Donderdag 24 november waren Macronizm en ik te gast in De Avonden, waar we een uitgeklede versie van twee nummers speelden:

Daarnaast heb ik de afgelopen tijd gewerkt aan een monoloog voor een korte film van Vincent Zegveld die waarschijnlijk ergens in maart volgend jaar vertoond gaat worden, heb ik een kinderboek vertaald dat eind december verschijnt, werk ik aan nog een handvol projecten voor begin 2012 en heb ik natuurlijk stug doorgeschreven aan bundel nummer twee.

Wat dat laatste betreft: er is een voorproefje te vinden bij hard//hoofd, waar het gedicht Luuk is gepubliceerd. Het is voorzien van een toffe illustratie van Gemma Pauwels.

Over toffe illustraties gesproken: Jop Luberti, man van het logo dat hier rechts op mijn site en al mijn enveloppen prijkt, heeft vier nieuwe logo’s gemaakt voor De Nieuwe S, waarvan ik er zeker een zal gebruiken in de toekomst.

Over Jop Luberti gesproken… Alweer twee jaar geleden zette hij Gerrit Komrij’s voordracht van mijn gedicht Let them eat cake op muziek. Die track is inmiddels voorzien van een heuse clip, door Rens van Meegen:

U ziet: er gebeurt genoeg. Ik ben er snel weer. Tot dan.

Stilte

Resultaat van mijn voornemen om meer te gaan bloggen laat nog even op zich wachten. Na een goede start begin dit jaar, stijgen de opdrachtteksten en aanverwanten me tot de lippen en verwaarloos ik u, mijn lieve internetkinderen, een beetje. Wees gerust: ik maak het goed, zo snel mogelijk. Zo kan ik u vertellen dat het nieuwe stadsgedicht binnenkort gepresenteerd wordt. Onderwerp en locatie houd ik nog even voor mezelf.

In de tussentijd kunt u zich vermaken (of niet) met een opname van mijn voordracht tijdens de presentatie van Stilte, geste, stem van René ten Bos. Vers uit mijn (van het koortszweet nog natte) bed droeg ik daar een aantal gedichten voor, waaronder een speciaal voor die avond geschreven gedicht. Dat gedicht is na te lezen op de site van het Soeterbeeck Programma. Ik dacht die avond zelf dat de voordracht echt abominabel was, maar bij het terugzien vind ik het wel meevallen. Niet mijn scherpste moment, maar voor iemand met koorts en een hoofd vol snot…

Kijk, er zit een play-button op mijn snoet:

Er gebeurde nog meer op dat podium trouwens.

My Mojo

Eerder al berichtte ik over schrijvers die geloven dat hun verhalen een soort van magie zijn, dat wat ze schrijven werkelijkheid wordt. Jasper wees me, voorgaande indachtig, op dit artikel, over grote “gatherings” in de straten van Philadelphia (*neuriet liedje*).

“We don’t think this is one big group,” said Lt. Frank Vanore, a Philadelphia police spokesman. “I’m sure these people don’t all know each other. I just think it’s a chain reaction.”

Het lijkt inderdaad een beetje op een tekst die ik lang geleden een keer schreef. Het is oppassen geblazen met dat schrijven.