Radiodocumentaire: De zelfstandige boekhandel

Dennis Gaens met Edith Vroon van Linnaeus

In de aanloop naar het festival Nieuwe Types mocht ik voor Literair Productiehuis Wintertuin een documentaire maken over de zelfstandige boekhandel.

De zelfstandige boekhandel is aan een opmars bezig – van het DWDD-boekenpanel tot de Boekhandelsprijs; de boekhandel staat weer volop in de aandacht. Maar wie zijn die mensen? En waarom lijken ze ineens zo alomtegenwoordig?

Met de boekhandels Linnaeus, Hijman Ongerijmd, Over het Water en Dekker v/d Vegt en de auteurs Jaap Robben en Henk van Straten. Muziek van Alle Namen.

Je kunt de special ook downloaden of je abonneren via iTunes, Stitcher of TuneIn. Deze aflevering is ook gepubliceerd op Soundcloud, voor de liefhebbers.

Voor het festival mocht ik ook de Future of Publishing Summit programmeren en dat belooft een fijne middag te worden. Als je daar toch naartoe komt, kun je meteen blijven hangen voor de avond: dan studeert de eerste lichting Creative Writing af. Wellicht tot daar en dan.

Willem was vroeger een goede boer

(Of: geïnteresseerd in het buurmeisje)

Willem Claassen heeft een nieuw boek uit. Ik heb plannen om een podcast te beginnen. Dat zijn twee ongerelateerde feiten, maar ook ongerelateerde feiten komen samen.

Afgelopen weekend presenteerde Willem De koe die de Waal over zwom, een korte verhalenbundel over zijn coming of age tussen de koeien in Beuningen.Ik had mijn nieuwe recorder bij me om testopnames te maken. Tijdens de presentatie sprak ik met Willems broer, Peer, die de boerderij heeft overgenomen. Op een scherm achter ons werden beelden van de boerderij geprojecteerd. Die zitten in onderstaande opname uiteraard niet, maar die mag u er zelf bijdenken.

Het interview wordt afgesloten met Willems voordracht van het titelverhaal. Om met Komrij te spreken: hier heeft u het.

Cover-DeKoe

(Als je op de cover klikt, kom je op de website van de Wintertuin. Daar kun je nog meer verhalen uit het boek lezen of – beter nog – het beest bestellen.)

De Beer die geen Beer was

Vandaag ging De Beer die geen Beer was in première, een voorstelling van productiehuis Oost-Nederland met Anneke van Giersbergen en Martijn Bosman. De Beer is een muziekvoorstelling voor kinderen en volwassenen vanaf 6 jaar, gebaseerd op het boek The Bear That Wasn’t van Frank Tashlin.

Het boek vertelt het verhaal van een Beer die een grot in gaat voor een winterslaap. Als hij de lente daarop wakker wordt, blijkt er een fabriek precies bovenop die grot gebouwd te zijn. Een Ploegbaas treft de verwonderde beer aan en zegt hem dat hij weer aan het werk moet. Als de Beer daarop antwoordt dat hij een Beer is en niet in de fabriek werkt, lacht de Ploegbaas hem aanvankelijk uit. Maar hij wordt al snel kwaad: “Je bent geen Beer. Je bent een gekke man die zich eens moet scheren en een bontjas draagt.” De Beer wordt meegenomen naar de Bedrijfsleider. En de Derde Onderdirecteur. En de Tweede, en de Eerste. En naar de Directeur. Allemaal proberen ze hem te overtuigen dat hij geen Beer is, maar een een gekke man die zich eens moet scheren en een bontjas draagt.

De Beer die geen Beer was is een modern sprookje, geschreven en geïllustreerd door Frank Tashlin en is nog net zo actueel als toen het in 1946 voor het eerst verscheen. Een verhaal over jezelf zijn en jezelf blijven, wat anderen je ook wijs willen maken.

Het boek werd in 2004 keer vertaald door Hafid Bouazza en uitgegeven bij Van Goor, maar dat boek was helaas niet meer leverbaar. Het leek ON toch wel goed als het boek leverbaar zou zijn, het liefst met de CD van de voorstelling. En opnieuw vertaald. En zo geschiedde.

De Wintertuin nam de verzorging van de uitgave voor haar rekening en dus had ik op meerdere manieren met de nieuwe uitgave te maken. Omdat we het boek tijdens de première al beschikbaar wilden hebben, betekende dat avonden en een weekend doorwerken. Bij de Wintertuin zijn we gek op harde deadlines die op je afstormen als een goederentrein.

Een van de problemen die we hadden, was dat de originele platen niet meer beschikbaar waren. ON had de rechten geregeld met de zoon van Tashlin, maar die woonde “ergens in de woestijn bij Las Vegas” en de originele tekeningen lagen bij zijn weten “in een doos in een of andere bibliotheek.” Scannen dus… en oppoetsen. In alle uitgaven die beschikbaar waren (een stuk of twee), bleken de onderdirecteuren namelijk op spreads door de rug van het boek zijn opgegeten. Ontwerpsuperster Jos Lenkens tekende ze terug. Waarvoor hulde.

Vervolgens moesten de teksten op de platen ook nog vertaald en opnieuw getekend worden. Daarvan nam ik een deel van mijn rekening. Geen milde klus, getuige onderstaande tekening.

Jenny tekende de ‘K’ en de ‘M’ van ‘KERMIS’, trouwens.

Als je de rechten op een tekst en illustraties hebt, betekent dat nog niet dat je ook het recht op een omslag hebt. De beste en mooiste versie die we hadden, de editie van New York Review Children’s Books, gebruikte het plaatje van de beer in een fabriek, ingekleurd met blauw en rood. Na wat zoekwerk bleek ook een oudere versie blauw en rood te gebruiken. We besloten dat we in die traditie gingen staan zonder te stelen. Ik photoshopte de beer voor de fabriek en kleurde de gebouwen in, Jos deed de rest. Sterredacteur Kim van Kaam haalde nog wat fouten uit de tekst en we waren klaar voor de drukker.

Die bleek niet helemaal klaar voor ons, maar dat is weer een heel ander verhaal. Uiteindelijk kwam het boek een dag voor de presentatie binnen, op twee pallets. En het is een verdomd mooi boek geworden.

De Beer die geen Beer was
Hardcover, 64 pagina’s (geïllustreerd), met cd.
ISBN: 978-90-79571-12-3

Bij de betere boekhandel of online bij ON.

Voor de speeldata van de voorstelling kun op de site van De Beer kijken. Hieronder vast een voorproefje.

What have you done for me lately?

Ik weet het, ik heb lang niets meer van me laten horen hier. Mijn moeder zei dat deze week al tegen me. Dat het tijd werd voor een update. Het probleem daarbij is dat ik razend veel gedaan heb, maar niet steeds met concrete resultaten. Soms moet er ook werk achter de schermen gedaan worden, zodat ik u begin volgend jaar weer met een stortvloed aan projecten kan overvallen.

Allereerst is daar Kopstoot. Het magazine van Eva Mouton. In de drie-en-nog-wat-jaar die ik voor de wintertuin heb mogen werken heeft bijna geen enkel project me zoveel hoofdpijn, ongemakkelijke situaties en slapeloze nachten opgeleverd als dit magazine. Maar geen enkel project is dat alles zo hard de moeite waard geweest als dit project.

En dan heb ik het over twee jaar geleden dat dit idee kwam via de avond dat we min of meer huilend tegenover elkaar stonden tot aan vanavond. Maar vooral die keer dat Eva hier kwam om het magazine vorm te geven en ze mij van tevoren sms’te: Het is toch ook wel mooi weer in Nijmegen? Ik heb een open tas bij me. Dat was het moment waarop ik wist wat iedereen moet weten: Eva heeft gelijk. Punt.

De afgelopen maand hebben we de laatste puntjes op de i gezet, het magazine gedrukt en gepresenteerd. En het is geweldig geworden. Ik ben enorm trots op dit ding. Bestellen kun je bij de Wintertuin. Voor een gesigneerd exemplaar kun je bij Eva terecht.

Daarnaast werken we rustig door aan Lucy, die momenteel weer eens een gedaanteverwisseling ondergaat. Donderdag 24 november waren Macronizm en ik te gast in De Avonden, waar we een uitgeklede versie van twee nummers speelden:

Daarnaast heb ik de afgelopen tijd gewerkt aan een monoloog voor een korte film van Vincent Zegveld die waarschijnlijk ergens in maart volgend jaar vertoond gaat worden, heb ik een kinderboek vertaald dat eind december verschijnt, werk ik aan nog een handvol projecten voor begin 2012 en heb ik natuurlijk stug doorgeschreven aan bundel nummer twee.

Wat dat laatste betreft: er is een voorproefje te vinden bij hard//hoofd, waar het gedicht Luuk is gepubliceerd. Het is voorzien van een toffe illustratie van Gemma Pauwels.

Over toffe illustraties gesproken: Jop Luberti, man van het logo dat hier rechts op mijn site en al mijn enveloppen prijkt, heeft vier nieuwe logo’s gemaakt voor De Nieuwe S, waarvan ik er zeker een zal gebruiken in de toekomst.

Over Jop Luberti gesproken… Alweer twee jaar geleden zette hij Gerrit Komrij’s voordracht van mijn gedicht Let them eat cake op muziek. Die track is inmiddels voorzien van een heuse clip, door Rens van Meegen:

U ziet: er gebeurt genoeg. Ik ben er snel weer. Tot dan.

We’ll wing it Dennis, we always do.

Als alles goed is, vertrekken ze vandaag in een vliegtuig naar het zuiden. Het diepe zuiden. Twee maanden lang waren Gert Vlok Nel en Tanja Erasmus bij ons bezoek. Ik heb een paar avonden met ze mogen doorbrengen. Sterker nog, ik moet daarover schrijven. Het idee was dat ik Gert zou interviewen. En dat we dat interview zouden uitgeven, met tekeningen van hem erin. Een van de eerste dingen die Gert tegen mij zei was: “Dennis, we’re not gonna do the interview. We’ll just hang out and you write your memoirs about me.”

Ik maakte wel een afspraak om met hem uit te hangen. Toen ik een paar dagen eerder in het Besiendershuis bij een etentje was, zag ik mijn naam op zijn kalender staan. Op die avond moesten er memoires komen.

Ik nam Daan en Martijn mee. Jan Wieger was er al. Willem kwam later, want die moest nog aan zijn roman schrijven. Aan het begin van de avond speelde Martijn een klein stukje op de viool van Tanja. Hij kan een heel mooi verhaal vertellen over een viool die hij mocht lenen.

Dat houden jullie tegoed. Net als de rest van de avond. Op het onderstaande na: een gedicht over die avond. Gert, Tanja, wel thuis.

Beautiful in Honolulu

Je beloofde dat je in Amerika een nummer-1-hit zou scoren
en dan boten voor ons zou kopen in de haven van Marseille.
Jij zou vanuit je (iets grotere) zeiljacht naar ons kijken.

Voor sommige mensen komt leven neer op dromen en terug-
denken. Het is het enige waar we echt goed in zijn, vooral als
we weer eens wat gedronken hebben.

We zullen nooit nuchter of overtuigd genoeg zijn om een touw
tussen wolkenkrabbers te spannen en stap voor stap over te steken,
maar we hebben het iemand zien doen en we weten dat het kan.
Zolang dat het geval is, kan de wereld niet helemaal verkeerd zijn.

Daarna vinden we er wel iets op. Dat doen we altijd, hoe dan ook.

Je vertelde over een vrouw die niet meer kon dan blond zijn en
grote borsten hebben, maar die daarmee ook ver was gekomen.

Toen kondigde je aan dat je niet in je eigen taal verder kon praten,
en je ruilde die in voor een taal die van zichzelf al harder klinkt.
Je zei dat je niet kon schrijven in een huis met een vrouw, kat of
kind. Ik zit op tweederde daarvan en kan net zo min als jij terug.

Maar dit kan ik je beloven: ik kom voor die boten.

Met dit gedicht zal ik vanavond elke set op Onbederf’lijk Vers openen.