Waar we over praten als we over boeken praten

Vlak voor de zomer maakten Jozien Wijkhuijs en ik een audiotour voor de tentoonstelling Expo Formis in Salon Drie. Ons uitgangspunt was: we gaan luisteraars niks over het werk vertellen, we gaan een gesprek beginnen. We spraken met vrienden over thema’s die wij in het werk zagen en die gesprekken vormden de basis voor de tour. Hieronder een impressie.

De tour werd enthousiast ontvangen en Jozien en ik waren ook enthousiast geworden over het idee om documentaire elementen en audiotours te combineren.

Daarna werden we een beetje verliefd op het werk van Duncan Speakman en al snel was daar ons nieuwste project: Waar we over praten als we over boeken praten, een rondleiding door je eigen boekenkast. De tour is deels een heel erg toffe RISOprint gemaakt door Corine van der Wal van WALTER en deels dus audiotour.  Zo ontstaat er een verhaal dat je meeneemt langs de stille getuigen van jouw lees- en verzamelgedrag. Niet alleen de verhalen die je in de kast hebt staan, maar ook de ruggen, pagina’s, omslagen en lettertypes komen aan bod. En je hoeft er niet eens je huis voor te verlaten. En – might I add – een supergoed cadeau voor mensen die je gewoon geen boek meer durft te geven omdat je geen idee meer hebt welk.

Gepubliceerd door ondercast & Wintertuin en verkrijgbaar bij WALTER, via bandcamp (paypal) of De Nieuwe Oost (iDeal).

Met (dank aan): Bert van Beek, Martijn Brugman, Martien Frijns, Anne Hopman, Krista Jantowski, Jos Joosten, Mark Kramer, Roos Laan, Thijmen Sietsma, Maud Vanhauwaert en Corine van der Wal.

 

 

Dit is over #1: Roofers

DOK-CrewEva Mouton is dit jaar artist in residence bij DOK in Gent. Ze nodigde Hanneke Hendrix, Willem Claassen, Vincent Zegveld, Joeri van Putten en mij uit om vier dagen daar te komen werken. Samen met Eva, Bert De Geyter en Jonas van Topocopy maakten we in drie dagen een zine op oude Riso’s. De laatste tien exemplaren worden via Topocopy verkocht. Voor foto’s van het zine kun je hier terecht. Voor foto’s van ons verblijf hierHieronder mijn eerste bijdrage. 

RoofersP1RoofersP21De tekst is gebaseerd op dit filmpje:

Fucking sokken

Sommige teksten zijn er ineens. Fucking sokken is zo’n tekst.

Begin april vorig jaar had ik al een klein jaartje aan schering en inslag gewerkt, maar steeds per gedicht. Ik had geen idee of het grotere narratief overeind stond en daar werd ik zenuwachtig van. Ik wist niet of ik het af ging maken.

Ik mailde mijn uitgever dat hij maar een deadline moest stellen, omdat ik er anders nooit rustig voor ging zitten. Daarna belde ik mijn vader of ik een week bij hem kon komen logeren. Mijn vader beschikt over een klein kamertje zonder internet en ik heb geen vrienden waar hij woont. Het leek me de perfecte plek om een weekje rustig te gaan schrijven. Mijn vader vond dat prima.

Ik stopte alles wat ik tot dan toe had in een map, kocht een stapel indexkaarten en ruimde een week vrij voor mijn retraite. En vrijwel meteen waren de zenuwen weg. Ik besloot niet meer naar de gedichten te kijken voordat ik bij mijn vader was.

In de week voor de retraite begon ik ineens aan een tekst te schrijven. Ik had het plan gevat om elke ochtend ongeveer 200 woorden op te schrijven zonder terug te kijken. Elke ochtend pakte ik mijn ringband en schreef die 200 woorden, zonder te weten wat voor tekst het nou zou worden. Al snel ging de tekst over Dani. Voor de rest kwam erin wat ik tegenkwam. Op een ochtend, voordat ik ging schrijven, ruimde ik de droger leeg. En zo kwamen de sokken in het verhaal.

Ik vertrok naar mijn vader met de gedichten voor schering en een paar aan elkaar geniete ringbandbladen met daarop de kleine 1500 woorden die uiteindelijk Fucking sokken zouden worden. Elke ochtend en middag werkte ik aan de bundel, elke avond typte ik 200 woorden van het ringbandverhaal over. Aan het eind van de week had ik driekwart bundel en een kort verhaal.

Ik liet het verhaal liggen. Ik wist niet wat ik ermee wilde. Ik dacht erover om het in te sturen naar tijdschriften, maar vond dat het verhaal beter verdiende. Niets tegen literaire tijdschriften verder, maar dit verhaal was niet zomaar een verhaal.

Toen mailde Olivier Heiligers. Ik ken Olivier nog uit de tijd van de Mugwumps. Hij had samen met Oscar Wyers een strip gemaakt en later heb ik zijn hulp ingeschakeld bij de totstandkoming van Fauser.

Olivier wilde meedoen aan een wedstrijd en vroeg me of ik zijn stripverhaal wilde redigeren. Hij maakte twee versies die ik van commentaar voorzag en won uiteindelijk niets. Maar hij mailde wel om me te bedanken. En of hij nog iets terug kon doen. Of ik misschien een verhaal had liggen waar hij illustraties bij kon maken.

Zo werd het idee geboren: Fucking sokken zou een ‘companion piece’ worden bij de bundel. Inhoudelijk is het een vervolg op de Dani-gedichten in die bundel – al is het niet noodzakelijk dat je die gedichten kent.

Werkelijk alles aan dit verhaal is stap voor stap gegaan. Maar nu, een jaar later, ligt het er: Fucking sokken, het zine. Een kleinood van zestien pagina’s met illustraties.

U kunt Fucking sokken bestellen door uw adresgegevens te mailen naar fuckingsokken [at] denieuwes.com.  Dan mail ik u terug waar u de €2,50 die het kost naar kunt overmaken.

Fucking sokken op de post

Vuistregels (met beperkte buitenshuisdekking)

binden huis/re/gelsDe afgelopen twee weken was ik een van de vier kunstenaars in de eerste Entre-Nous van het AiR Besiendershuis in Nijmegen. Een ‘Entre-Nous’ duurt twee weken. Het gaat om een mini-residenceproject waarbij twee Nijmeegse kunstenaars elk een gast uitnodigen voor een kort maar intensief werkverblijf in Nijmegen. De kunstenaarsvrienden logeren samen in het Besiendershuis – een artistieke blind date dus. Tijdens het verblijf werken de vier kunstenaars samen aan een eindpresentatie voor een breed publiek.

Voor de eerste Entre-Nous waren Gerard Koek en ik gevraagd. Wij nodigden Karin van Pinxteren en Toni van Tiel uit. Samen werkten we twee weken lang aan nieuw werk rondom het thema ‘huis/re/gels’. Dat werk hebben we gebundeld in een boek, waarvan het omslag uit twee stukken vinylvloer bestaat.

De restvorm van de vloerIn totaal maakten we 75 (genummerde) exemplaren van het boek en verspreidden die over de vloer van het Besiendershuis. Afgelopen zondag werd het boek gepresenteerd in het besiendershuis zelf, waarbij bezoekers hun eigen stukje vloer mochten kopen.

Gerard Koek is vertegenwoordigd met zijn ‘Words’ en ‘Fotosculpturen’ die een directe ingreep op het huis zelf zijn. Toni van Tiel maakte bijzonder voorstellen voor buitenkunst met ‘Une petite zone de turbulences’ en zijn ‘Tweetsculptures’. Karin van Pinxteren puzzelt met ‘Parlofoniegotiek’ over vijf eeuwen fluisterliefde voor en achter de zijdeur van het Besiendershuis. (Scroll naar beneden voor foto’s.)

Zelf schreef ik een verhaal over Dave uit schering en inslag en zijn onvermogen een eigen thuis op te bouwen. Daarnaast stelde ik 23 vuistregels op (waarvan één ongeschreven), die op verschillende wijze worden toegelicht. Hieronder regel 18 met toelichting.

Lees verder

Zine für Berlin II: Linda wandert aus

Komende drie dagen ben ik met Creative Writing op studiereis naar Berlijn. De vorige keer dat ik daar was, nam ik 100 zines mee, gestempeld en genummerd. Ik besloot (nogal laat) daar een traditie van te maken. Vorige keer ging de Kolchoz mee, dit keer is het Linda.

Het gedicht Wie houdt Linda tegen? is het meest gecoverde gedicht uit mijn bundel. Het is bekender in de uitvoering van de Asfaltfeeën dan in mijn eigen – onlangs op cd verschenen. Daarnaast werd het bij Poetracks Talent nog door vier bands muzikaal vertolkt. Ten slotte vertaalde de Duitse dichter Ralf Thenior het deze zomer. In een nieuwe serie, roterfandenlyrik, mocht hij een gedicht van een buitenlandse dichter naar keuze opnemen, Fenster zur Welt noemen ze dat. Ralf koos Linda, in de verantwoording schrijft hij:

Het gedicht beviel me meteen bij de eerste keer lezen. Ik ken Linda. Ook ik weet haar naam niet. Haar in dit gedicht weer tegen te komen, heeft me aan veel situaties herinnert, waarin ik haar gezien heb, om haar meteen weer te vergeten. Eigenlijk heb ik haar door dit gedicht voor het eerst precies waargenomen.

Het gaat om ons tijdelijke niche-bestaan in de anonimiteit van de steden. De regelmatige, toevallige ontmoeting met een slonzig meisje tot een scène geperst, die een merkwaardig, beklemmend gevoel oproept. Ik ontdek, dat ik voor anderen een Linda-figuur ben. Sympathie voor Linda komt op en het angstbeeld dat de sjabloon leeg is.

Ik mailde hem gisteren om hem te vertellen dat ik zijn vertaling in zine-vorm ging gieten. En hem nog een keer voor deze mooie woorden te bedanken. Hij mailde terug dat hij het gedicht een paar dagen geleden in Hamburg (op de Reeperbahn) had voorgelezen. Een stem achter in de zaal riep dat het ook een gedicht van Thenior had kunnen zijn. “Das hat mich gefreut.”

En mij. En nu gaat Linda naar Berlijn. De foto op de voorkant van het zine maakte ik twee jaar geleden in Berlijn, twee weken voor het verschijnen van mijn debuutbundel. Daarmee is de cirkel rond.

Dag Linda, het ga je goed.

Oplage: 100, gestempeld en genummerd. Mini-zine A8.